Posts tonen met het label Indonesië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Indonesië. Alle posts tonen

donderdag 10 juni 2021

De Molukse 'Monumentaire' van Coen Verbraak

Dat journalist en historicus Coen Verbraak garant staat voor diepgaande, spraakmakende out-of-the-box kwaliteitstelevisie wisten we. Dat hij de Nederlandse televisiekijker in 4 weken zou weten te winnen voor het Molukse verhaal is ongekend. De documentaire 'Molukkers in Nederland, 70 jaar op weg naar huis' schrijft tv-geschiedenis. 


Bij de kladden

Verbraak grijpt de kijker bij de kladden. Subtiel en onverwacht. Net zoals je leraar vroeger ineens achter je stond als je drukker bezig was met alles behalve je werk. 'En nu ga je zitten, mond dicht en luisteren.' Nou, dat hebben we gedaan. En we hebben het geweten ook. Voor de één zijn de beelden een eerste kennismaking, voor de ander betekenen ze herkenning. Eén ding is zeker: ik heb in elk geval 100 keer liever Verbraak voor de klas dan mijn geschiedenisleraar van vroeger.

In de 4-delige documentaire komen Molukkers aan het woord, bekende en minder bekende. Er zijn eerder sporadisch wat documentaires gemaakt over Molukse zaken, maar nooit eerder kwamen Molukkers zelf zo uitgebreid aan het woord. Bovendien rammelde er bij oudere programma's vaak van alles qua historische feiten. Als je een beetje op de hoogte bent van de koloniale geschiedenis, dan zap je bij de zoveelste feitenfout al na een paar minuten met gekromde tenen weg. Maar niet bij 'Molukkers in Nederland'. Daar kijk je ademloos en zonder gebruikelijke plaspauze naar. Verbraaks serie stijgt op historisch vlak ver boven de rest uit. Deze reeks blinkt uit, naast de bewogen persoonlijke verhalen, door de gedegen research van Sylvia Pessireron en Rens Broekhuis, die als een rode draad door de afleveringen heen loopt. Het eindresultaat is niet zomaar een dertien-in-een-dozijn documentaire. Het is een monument van kaliber, een respectvol historisch eerbetoon waar je niet meer omheen kunt. Ik noem het daarom liever een 'monumentaire'.  


Onbekend maakt onbemind

Het is toch eigenlijk dieptriest dat het Molukse verhaal bij het Nederlandse publiek vrijwel onbekend is of dat de kennis die men ervan meent te hebben eigenlijk berust op vooroordelen of scheefgegroeide beeldvorming. Onbekend maakt onbemind. Helaas, zo gaan die dingen. Geen enkele ex-kolonisator ziet graag zijn duistere geschiedenis onder ogen en verzwijgt deze daarom liever. Maar Nederland bakt ze wel erg bruin. Dat er 70 jaar gepasseerd is voordat men eindelijk eens naar de ander gaat luisteren is al erg genoeg. Maar dat er 400 jaar overheen gaat en dat men dan nog steeds niet de hand in de eigen koloniale boezem durft te steken, is toch wel bizar. Temeer omdat Molukkers aan het vroegste begin, aan de wieg van de welvaart van Nederland hebben gestaan. Zonder specerijen uit de Molukken geen handel. Zonder Molukkers geen Gouden Eeuw, waar ons land altijd zo prat op gaat - en die mag u best in uw oren knopen.


Gedeelde geschiedenis

Het is geen wonder dat het grote publiek onbekend is met de achtergronden van de aanwezigheid van Molukkers in dit koude kikkerlandje. Molukkers zijn nauwelijks onderdeel van het onderwijscurriculum. En als ze überhaupt in lesstof aan bod komen, komen ze bij lange na niet uit de verf of gaat het altijd weer over de acties van de jaren '70, zonder de voorgeschiedenis, de aanleiding voor de acties, correct weer te geven. Het is sowieso een pijnlijke gemiste kans om de geschiedenis van voormalig Nederlands-Indië, ooit het grootste wingewest van Nederland, geen prominentere plaats te geven in het curriculum. Uiteraard geldt dit ook voor de geschiedenis van de andere (voormalige) kolonies. Dat kan en moet veranderen als we onze gedeelde geschiedenis recht willen doen en elkaar beter willen begrijpen. Met dat 'gedeelde' hebben we nog altijd de meeste moeite. We voelden het niet. Verbraak liet ons heel even die pijn voelen, hún pijn - en dát is nieuw. Laat deze serie vooral een wake-up call zijn voor de Nederlandse regering en met name voor het Ministerie van Onderwijs.


Excuses

We zijn middels de serie getuige geweest van de ronduit schofterige behandeling van de Molukkers door de Nederlandse regering. Wie Molukkers in de vriendenkring of familie heeft, weet echter dat wat we op tv hebben gezien slechts een fractie is van het daadwerkelijke leed dat hen is aangedaan door de Haagse firma List & Bedrog. Een ordinaire handjeklapmissie tussen Nederland en haar destijds nieuwbakken handelspartner Indonesië - met als inzet duizenden mensenlevens die voorgoed zouden veranderen. Officiële excuses zijn hier zeker op zijn plaats. Het bijbehorende zalvende bosje bloemen mag worden vervangen door eerlijk onderwijs en een compensatie. En met dat laatste bedoel ik geen symbolische afkoopsom c.q. aalmoes in de vorm van subsidie, zoals bij de Indische gemeenschap is gebeurd, maar een fatsoenlijke compensatie speciaal voor Molukse gedupeerden. 


Perspectieven

De serie 'Molukkers in Nederland' biedt perspectieven voor de toekomst. Mijn onderwijshart gaat sneller kloppen van documentaires als deze. De mogelijkheden om de serie vanaf nu ook te integreren in het voortgezet onderwijs zijn legio. Aangezien Den Haag waarschijnlijk nog wel even doorsnurkt, zijn creatieve docenten onder ons nu aan zet. 

De serie biedt echter ook perspectief voor een opvolger. Ik hoop dat de heer Verbraak mij toestaat om een bescheiden suggestie te doen. Er is nóg een vergeten groep in Nederland, afkomstig uit dezelfde voormalige Nederlandse kolonie, die in een enigszins vergelijkbare situatie verkeert: de Papoea's. Net als de Molukken wordt hun land, West-Papoea, op bloedige wijze bezet door Indonesië. Den Haag zwijgt en de rest van de wereld sluit de ogen voor de langzame genocide die zich daar voltrekt. Net als bij de Molukkers is het een kwestie van gebroken beloftes van Nederlandse zijde, transgenerationeel leed en een vrijheidsstrijd die tot op de dag van vandaag doorgaat. Als iemand hun verhaal kan vertellen, dan is het Verbraak. 


©Anneke van de Casteele



zaterdag 20 juni 2020

Hier stond ooit JP Coen

"Hier stond ooit J.P. Coen,
'Held' met bebloed blazoen"

 Een bordje met bovenstaande tekst zou niet misstaan naast of op zijn lege sokkel. Nog mooier zou een extra regel zijn: "Dit voormalige symbool van Nederlands imperialisme is verplaatst naar de kelder van het Westfries museum, een eindje verderop."

Ah, wishful thinking... Het zou betekenen dat de gemeente Hoorn haar bezoedelde koloniale erfenis eindelijk onder ogen zag en de voorkeur zou geven aan het streven naar een inclusieve, racismevrije samenleving, in plaats van aan het voortzetten van de nietsontziende goudhonger van de vermaledijde Jan Pieterszoon Coen (JP voor intimi). De gemeente zou de eer aan zichzelf kunnen houden door het beeld aan een museum te schenken. Hoorn zou hierin een voorbeeldfunctie kunnen vervullen voor Nederland, Europa en de wereld. 

Hoorn is echter dol op toerisme. Het maakt schijnbaar niets uit of er sinds de plaatsing van het (overigens spuuglelijke) standbeeld in 1893 tot op de dag van vandaag forse kritiek is. De felbegeerde euro's van de nietsvermoedende toerist hebben de prioriteit. Dat in 2012 geplaatste 'infobordje' helpt niet tegen de controverse, gezien de vele selfies die men er maakt, vrolijk poserend met de 'Slachter van Banda'. 'Arme' JP. Tot in de dood wordt hij nu geëxploiteerd door zijn stadsgenoten, zoals hij zijn medemens ooit exploiteerde. Karma, it is a bitch. In elk geval kan hij tenminste nog rekenen op een bloemetje van zijn fanclub. Als JP zou weten dat deze aangevoerd wordt door nota bene een Indo, zou hij hem waarschijnlijk een afranseling geven waarbij de geseling van Saartje Speckx spontaan zou verbleken. 

Minder leuk is het feit dat Indische leden van de JP-fanclub het licht zelfs na 400 jaar nog steeds niet hebben gezien en als slaafse schoothondjes achter hun  'populiste homéopathiquement dilué' aan keffen. Zodra het licht hun reebruine ogen bereikt, zou het hen sieren solidariteit te tonen met Molukkers, Papoea's en andere mede-nazaten van voormalig Nederlands-Indië - en andere (al dan niet voormalige) kolonies als Suriname en de Antillen. Trots zijn op je Nederlandse roots is prima, niks mis mee. Maar trots zijn op de wandaden van foute koloniale kopstukken is het openlijk verloochenen van je Indonesische roots, je geschiedenis en je Nederlands-Indische identiteit. Opkomen voor je (ontnomen!) rechten als Indische Nederlander is iets anders dan het schaamteloos flirten met ultra-rechts. Daarmee speel je je ex-kolonisator in de kaart in zijn verdeel-en-heers spelletje. Zoals de grootste vredesactivist sinds het begin van onze jaartelling ooit zei: "Vergeef hen, want zij weten niet wat zij doen." Of geef hen een fatsoenlijk geschiedenisboek.

Coen staat daar best een beetje sukkelig op zijn antieke sokkel controversieel te wezen. Hij heeft zijn 'beste' tijd reeds lang gehad. En dat geldt ook voor vergelijkbare stenen, bronzen en ijzeren piraten, koningen en koopmannen uit de meest schaamtevolle periode van de Europese geschiedenis. Wijlen George Floyd heeft onbewust een wereldwijde stem gegeven aan de onderdrukten. We zijn getuige van het schrijven van geschiedenis: van het massaal opstaan tegen racisme en kolonialisme, maar helaas ook van het zich krampachtig vastklampen aan de laatste koloniale strohalmen. Het is hoog tijd dat de koloniale geschiedenis van Nederland op een eerlijke wijze onderwezen wordt, met ruimte voor meerdere perspectieven, niet enkel die van de ex-kolonisator. Die is lang genoeg aan het woord geweest. 

Op de sokkel van JP Coen hoort een fris, nieuw standbeeld te staan dat past bij deze tijd. Een beeld dat symbool staat voor vrijheid, bevrijding van kolonialisme, voor erkenning van de verzwegen geschiedenis. 

"Hier stond ooit J.P. Coen,
'Held' met bebloed blazoen
Na ruim vier eeuwen slavernij
Is Nederland nu eind'lijk vrij"


©Anneke van de Casteele




maandag 16 mei 2016

OMGEKEERD - gedicht

Je handen in je moederschoot,
Je blik respectvol en bedeesd.
Jij gaf hem elke dag zijn brood
En was voor toean vaak bevreesd.

Boog voor hem neder op de grond,
Zo ter aarde neergezeten..
Geen weerwoord kwam ooit uit jouw mond,
Nooit heb jij hem iets verweten.

In rang zelfs lager dan een kind
Dat geen besef had van het leed,
Van ras of kleur of donk’re tint,
Maar dat alleen zijn baboe weet.

Onrecht met paplepels gevoerd,
Voor inlanders geen achternaam.
Zolang de Belanda maar goed boert,
’t Is daarom dat ik mij zo schaam.

Die kleine, frêle bruine vrouw,
Daar zo gezeten op de grond,
Verdient een kruis voor moed en trouw
En als een pleister op een wond;

Een mooi voetstuk om op te staan
En de Hollander mag zitten
Waar jij ooit zat en bent gegaan
Geen macht meer voor de witten.

En ik? Ik zit ertussenin..
Waar hoor ik bij? Wie ben ik dan?
Geen baboe, blanke evenmin.
Wel Indo, die wat dichten kan!

Nederland deed goede zaken.
De rollen zijn nu omgekeerd.
Laat ons samen ervoor waken.
Opdat onrecht nooit meer wederkeert.

***
© Anneke vd Casteele


Foto: gebruikt met vriendelijke toestemming van 
Hans/www.imexbo.nl

maandag 21 maart 2016

VIJFENZESTIG - gedicht

Vandaag, 21 maart 2016, is het precies 65 jaar geleden dat de eerste Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen op de Lloydkade in Rotterdam arriveerden. Door de Nederlandse overheid op dienstbevel (!) naar Nederland gehaald voor een tijdelijk verblijf van zes maanden, om daarna terug te kunnen keren naar de hen beloofde vrije Republiek der Zuid-Molukken. 

In plaats daarvan volgde bij aankomst ontslag uit het KNIL en jarenlange erbarmelijke huisvesting in barakkenkampen, waaronder de voormalige concentratiekampen Westerbork en Vught. De Molukse groep werd opzettelijk buiten de Nederlandse samenleving geplaatst en genegeerd. Nederland brak een belofte en probeerde haar Molukse onderdanen die voor volk, vorst, vlag en vaderland hadden gestreden simpelweg te vergeten.

Ter nagedachtenis aan hen die 'dankzij' een politiek spel hun geboortegrond en hun families nooit meer zouden terugzien, heb ik dit gedichtje 'Vijfenzestig' geschreven.

MENA MURIA.

© Anneke van de Casteele