Posts tonen met het label indo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label indo. Alle posts tonen

zaterdag 20 juni 2020

Hier stond ooit JP Coen

"Hier stond ooit J.P. Coen,
'Held' met bebloed blazoen"

 Een bordje met bovenstaande tekst zou niet misstaan naast of op zijn lege sokkel. Nog mooier zou een extra regel zijn: "Dit voormalige symbool van Nederlands imperialisme is verplaatst naar de kelder van het Westfries museum, een eindje verderop."

Ah, wishful thinking... Het zou betekenen dat de gemeente Hoorn haar bezoedelde koloniale erfenis eindelijk onder ogen zag en de voorkeur zou geven aan het streven naar een inclusieve, racismevrije samenleving, in plaats van aan het voortzetten van de nietsontziende goudhonger van de vermaledijde Jan Pieterszoon Coen (JP voor intimi). De gemeente zou de eer aan zichzelf kunnen houden door het beeld aan een museum te schenken. Hoorn zou hierin een voorbeeldfunctie kunnen vervullen voor Nederland, Europa en de wereld. 

Hoorn is echter dol op toerisme. Het maakt schijnbaar niets uit of er sinds de plaatsing van het (overigens spuuglelijke) standbeeld in 1893 tot op de dag van vandaag forse kritiek is. De felbegeerde euro's van de nietsvermoedende toerist hebben de prioriteit. Dat in 2012 geplaatste 'infobordje' helpt niet tegen de controverse, gezien de vele selfies die men er maakt, vrolijk poserend met de 'Slachter van Banda'. 'Arme' JP. Tot in de dood wordt hij nu geëxploiteerd door zijn stadsgenoten, zoals hij zijn medemens ooit exploiteerde. Karma, it is a bitch. In elk geval kan hij tenminste nog rekenen op een bloemetje van zijn fanclub. Als JP zou weten dat deze aangevoerd wordt door nota bene een Indo, zou hij hem waarschijnlijk een afranseling geven waarbij de geseling van Saartje Speckx spontaan zou verbleken. 

Minder leuk is het feit dat Indische leden van de JP-fanclub het licht zelfs na 400 jaar nog steeds niet hebben gezien en als slaafse schoothondjes achter hun  'populiste homéopathiquement dilué' aan keffen. Zodra het licht hun reebruine ogen bereikt, zou het hen sieren solidariteit te tonen met Molukkers, Papoea's en andere mede-nazaten van voormalig Nederlands-Indië - en andere (al dan niet voormalige) kolonies als Suriname en de Antillen. Trots zijn op je Nederlandse roots is prima, niks mis mee. Maar trots zijn op de wandaden van foute koloniale kopstukken is het openlijk verloochenen van je Indonesische roots, je geschiedenis en je Nederlands-Indische identiteit. Opkomen voor je (ontnomen!) rechten als Indische Nederlander is iets anders dan het schaamteloos flirten met ultra-rechts. Daarmee speel je je ex-kolonisator in de kaart in zijn verdeel-en-heers spelletje. Zoals de grootste vredesactivist sinds het begin van onze jaartelling ooit zei: "Vergeef hen, want zij weten niet wat zij doen." Of geef hen een fatsoenlijk geschiedenisboek.

Coen staat daar best een beetje sukkelig op zijn antieke sokkel controversieel te wezen. Hij heeft zijn 'beste' tijd reeds lang gehad. En dat geldt ook voor vergelijkbare stenen, bronzen en ijzeren piraten, koningen en koopmannen uit de meest schaamtevolle periode van de Europese geschiedenis. Wijlen George Floyd heeft onbewust een wereldwijde stem gegeven aan de onderdrukten. We zijn getuige van het schrijven van geschiedenis: van het massaal opstaan tegen racisme en kolonialisme, maar helaas ook van het zich krampachtig vastklampen aan de laatste koloniale strohalmen. Het is hoog tijd dat de koloniale geschiedenis van Nederland op een eerlijke wijze onderwezen wordt, met ruimte voor meerdere perspectieven, niet enkel die van de ex-kolonisator. Die is lang genoeg aan het woord geweest. 

Op de sokkel van JP Coen hoort een fris, nieuw standbeeld te staan dat past bij deze tijd. Een beeld dat symbool staat voor vrijheid, bevrijding van kolonialisme, voor erkenning van de verzwegen geschiedenis. 

"Hier stond ooit J.P. Coen,
'Held' met bebloed blazoen
Na ruim vier eeuwen slavernij
Is Nederland nu eind'lijk vrij"


©Anneke van de Casteele




maandag 9 maart 2020

Euforie (of nie)

Een essay over 75 jaar vrijheid

Het vrijheidsgeluid gonst al geruime tijd oorverdovend rond in vrijwel alle media. Je kunt er niet omheen. Zwart-wit beelden van met vlaggetjes wapperende, juichende mensen langs passerende tanks, foto's van breed lachende soldaten, blije bakvissen en verlegen kindersnoetjes. Het zijn beelden die getuigen van euforie na vijf jaar ellende. Ellende die voor Joden, Roma, Sinti, zieken, gehandicapten en bejaarden later aanzienlijk groter bleek te zijn. Het is ellende waarvan al die blije Hollandse gezichten op het moment dat ze op film werden vastgelegd nog geen weet hadden. Media, censuur en propaganda: a deadly combination, fake news avant la lettre. 

Grote afwezige in de media is tot nu toe de Tweede Wereldoorlog 'aan de overkant', die voormalig Nederlands-Indië in zijn greep hield. Media focussen voornamelijk op de dekolonisatieoorlog, maar die kwam toch echt pas nadat de capitulatie van Japan een feit was, waarmee officieel een einde aan de Tweede Wereldoorlog kwam. Oorlog is oorlog, of niet? Kunnen we als nazaten van de voormalige kolonie wel 'vrijheid' vieren?

De overkant
Van euforie was aan 'de overkant' van het koninkrijk, in Nederlands-Indië, geen sprake. In Zuidoost-Azië ging men nog gebukt onder Hitlers bondgenoot Japan. De datum 5 mei 1945 was niet anders dan die van de drie voorgaande jaren. Terwijl het bevrijdingsfeest in Nederland losbarstte, zaten landgenoten in Nederlands-Indië nog steeds gevangen in concentratiekampen, verspreid over de Indische archipel en de rest van Azië. Onder erbarmelijke omstandigheden moest men proberen ziekte en mishandeling te overleven. Was je erin geslaagd buiten de kampen te blijven, dan was je je leven ook niet zeker. Nee, euforie was niet aan de orde.

Ook niet toen Japan capituleerde op 15 augustus 1945. Twee dagen later proclameerde Soekarno onder druk van jonge onafhankelijkheidsstrijders de republiek Indonesië. Euforie? Ehm, nee, wel Bersiap! Een ware volkswoede brak uit die zich met name richtte op Indo's, Molukkers, Chinezen en andere etnische groepen. De bersiap mondde uit in slachtpartijen op duizenden mannen, vrouwen en kinderen. Deze gruwelijke periode is bij het gros van de Nederlanders onbekend. Het onderwijs laat qua koloniale geschiedenis helaas veel te wensen over. Het is dan ook hoog tijd dat het curriculum wordt aangepast. We kunnen ons beter op eerlijker onderwijs concentreren, in plaats van met elkaars egootjes en plein public te bakkeleien over vier voorbije eeuwen waar we toch niets meer aan kunnen veranderen zonder teletijdmachine. 

In het verlengde van de Tweede Wereldoorlog
De daaropvolgende jaren werden voorgoed getekend door de slachtoffers van de dekolonisatieoorlog - aan beide zijden, waarbij Nederlands militair ingrijpen uiteindelijk de meeste slachtoffers op het geweten had in een vergeefse poging om het winstgevende paradepaardje van de Nederlandse kolonies te behouden. Nederland boog uiteindelijk in 1949 voor de internationale druk, maar bleef een vinger in de rijstepap van Nieuw-Guinea houden tot 1962. Ook ver na de Tweede Wereldoorlog bleven het roerige, angstige tijden, met name voor degenen die zo lang mogelijk op hun geliefde geboortegrond trachtten te blijven. Dat laatste wordt nogal eens vergeten.

Vrijheid is relatief
Wat vrijheid is voor de één, is dat niet altijd voor de ander. Kolonialisme is nooit goed te praten. NOOIT, met hoofdletters. Het systeem was door en door rot, racistisch en wreed. Elk weldenkend mens die zich in de geschiedenis van de archipel verdiept, ziet dat. Niemand ontkent dat ook. Dat wil echter niet zeggen dat elk mens dat in zo'n systeem geboren werd automatisch ook rot was. Het is wel heel erg gemakkelijk en kortzichtig om iedereen over dezelfde koloniale kam te scheren. Je kunt niet bepalen in welk land of gezin je geboren wordt. Je kunt niet je eigen etniciteit bepalen. Het is daarom volslagen idioot om een hele bevolkingsgroep weg te zetten als hoofdschuldige aan het systeem of als verrader. De hoofdschuldigen van het koloniale systeem zetelden toch echt in het verre Nederland en in de Nederlandse toplaag van het Nederlands-Indisch gouvernement. Wat je zelf nog enigszins kunt bepalen is hoe je je opstelt binnen het systeem waarin je bent geboren en getogen, of liever: wat voor mens je in essentie bent. Niet elke Europese wieg in Indië bevatte een meedogenloze slavendrijver, net zo min als dat elk Indonesisch gezin een moedige vrijheidsstrijder voortbracht of dat elk Japans kind standaard een kampbeul werd.

Dit jaar staat in het teken van 75 jaar vrijheid: 1945 markeert het einde van de bezetting van het koninkrijk. We vieren het einde van de Tweede Wereldoorlog, hoewel de media tot nu toe nauwelijks oog hebben voor de Japanse bezetting van Nederlands-Indië. De nadruk ligt op de bezetting van Nederland door de Duitsers. We zijn het gewend. En als een verdwaalde krant of talkshow er onverhoopt aandacht aan besteedt, wordt er verontschuldigend en vanuit een politiek correcte mea culpa drang van alles bijgehaald dat afleidt van die Tweede Wereldoorlog: van VOC tot Tempo doeloe. Het past bij de beginnersfout van met name derde generatie Indo's (en een handjevol van de tweede) die op zoek gaan naar hun roots of zich er in verdiepen, zich dan een hoedje schrikken van de inktzwarte koloniale geschiedenis en die vervolgens een standpunt zoeken waarmee ze zich veilig aan de 'goede' kant van de geschiedenis willen profileren. Sommigen slaan daar volledig in door. Het kiezen van één kant betekent vaak dat alleen die kant goed is en de andere kant wordt aangevallen. Iedereen wil hetzelfde wiel tot vervelens toe opnieuw uitvinden. Het zet geen zoden aan de dijk. Er zitten altijd meerdere kanten aan een verhaal. Dat heet nuance.

'Niet elke Europese wieg in Indië bevatte een meedogenloze slavendrijver, net zo min als dat elk Indonesisch gezin een moedige vrijheidsstrijder voortbracht of dat elk Japans kind standaard een kampbeul werd.' 

Indisch
Wie zich beperkt tot één kant van de geschiedenis, heeft een eenzijdig beeld ervan en doet zichzelf tekort. Je gaat daarmee voorbij aan je eigen geschiedenis en die van de mensen die jou hebben voortgebracht, Europees én Indonesisch. Dat er Indo's zijn die zichzelf niet 'Indisch' willen noemen omdat die term 'koloniaal' zou zijn, is treurig. De oorsprong kan stammen uit een koloniaal verleden waarmee je niet geassocieerd wilt worden. Dat betekent echter niet dat door het mijden van de term 'Indisch' het koloniale deel van je geschiedenis er ineens niet meer is. Door eenzijdig naar de geschiedenis te kijken, zet je jezelf bij voorbaat buitenspel.

Je bent in de eerste plaats natuurlijk gewoon mens, aardbewoner. 'Indisch' is een toegevoegde waarde. Het betekent niet dat je het racistische koloniale systeem van toen niet afkeurt, integendeel. Het getuigt van zelfrespect. Respect voor je afkomst, voor de vechters die ervoor gezorgd hebben dat jij bestaat. 'Indisch' is juist iets om trots op te zijn. Het zegt in een notendop dat je afstamt van moedige vrouwen en mannen die de zwaarst denkbare tegenslagen hebben doorstaan. Het zijn onze (voor)ouders die zich staande moesten houden in een wereld van racisme en apartheid. Het zijn de mensen die Jappenkampen al dan niet hebben overleefd, die eigenlijk twee opeenvolgende oorlogen hebben doorstaan, om vervolgens hier in Nederland 75 jaar lang de underdog te zijn. Het zijn sterke mensen geweest, generatie op generatie. Als er dan toch zo nodig een labeltje op moet, dan draag ik het met trots en respect.

Oorlog, handelsgeest en media
Het eindeloos uitvinden van het wiel in de media leidt af van waar het dit jaar om gaat. En dat komt de Staat prima uit, want de zorgvuldig gevulde doofpotjes waar 'Indisch rechtsherstel' op staat, hoeven dan niet open. De Japanse bezetting wordt door nota bene Indo's zelf naar de achtergrond verdrongen als ze in de media eindelijk even een podium krijgen, terwijl Nederland juist een chronisch gebrek aan kennis hierover heeft (niet in de laatste plaats dankzij het onderwijs). Onwetende kijkers en lezers blijven achter met een totaal vertekend beeld. Die hele kolonialisme discussie is bijvoorbeeld in 2002 ook al uitgebreid gevoerd, toen 400 jaar VOC werd herdacht. Maar ook in 1995, toen 50 jaar vrijheid c.q. Indonesische onafhankelijkheid werd herdacht. En net als in 1860 toen Multatuli wakker werd. Het is prima om niet in slaap te dommelen en om een en ander nogmaals onder de loep te nemen, maar het gaat dit jaar voornamelijk over een ander onderwerp.

Speel de media niet in de kaart om de aandacht af te leiden van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië en het daaruit voortvloeiende uitgebleven rechtsherstel van de Indische gemeenschap*. Het afleiden van het oorlogsleed van de Japanse bezetting is een vrijbrief voor de Staat om haar verantwoordelijkheid te blijven ontlopen - en niet te hoeven uitbetalen wat zij de Indische gemeenschap al 75 jaar schuldig is. Ook daarom is het woord 'Indisch' belangrijk. 

Hoe dan met Japan?
Focus op de Tweede Wereldoorlog, als je durft. Heb liever eindelijk eens het lef om in het kader van 75 jaar vrijheid écht over de oorlog in de Oost, die bij de rest van Nederland volslagen onbekend is, te praten. Bespreek de gruwelen van de Jappenkampen, benoem het Japanse systeem van dwangprostitutie eens of kaart het hardnekkig blijven ontkennen door Japan van haar oorlogsmisdaden aan. Laat lezers en kijkers voor eens en voor altijd weten hoe de oorlog dáár is geweest.  Zodat we de betekenis van 15 augustus niet tot in den treure hoeven uit te leggen.

Heb het er liever eens over hoe voor Nederland de handelsrelatie met Japan al 75 jaar prevaleert boven het oorlogsleed van de Indische gemeenschap, met als meest recent voorbeeld de schaamteloze verkoop van het Nederlandse Eneco aan Mitsubishi, het Japanse bedrijf dat ook Nederlandse krijgsgevangenen slavenarbeid liet verrichten. Excuses worden een voorzichtige, vrijblijvende suggestie voor de Japanse multinational in plaats van de verkoopvoorwaarde die het eigenlijk had moeten zijn. Compensatie is niet eens in beeld. Zonder de protesten uit Indische hoek was er niet eens een voorzichtige suggestie geweest.

Alles voor de handel. Als de Olympische Spelen straks in Tokio van start gaan, roepen we allemaal vrolijk dat sport verbroedert en vergeten we voor het gemak even hoeveel miljard dat evenement voor alle betrokken partijen oplevert (naast een imago boost voor het gastland). 

We sluiten dan ook meteen maar de ogen voor de controversiële Japanse 'Rijzende zon' vlag die straks ondanks alle kritiek gehesen gaat worden. Van 1870 tot 1954 was dit de officiële vlag van het keizerlijke Japanse leger. Tegenwoordig is het de favoriete vlag van ultrarechts Japan. De vlag staat symbool voor het oorlogsleed dat Japan miljoenen mensen heeft berokkend. Maar het gaat om de sport, hoor, vooral niet om geld of politiek.

Indonesië
Een handelsrelatie bestaat ook met Indonesië. Wie durft tijdens een staatsbezoek annex handelsmissie in Indonesië te informeren naar de verdwenen scheepswrakken van de Slag in de Javazee? Dat zijn officieel Nederlandse oorlogsgraven die een volgens internationaal recht beschermde status genieten. Maar ze zijn wél weg, illegaal geborgen en verkocht als oud schroot. De Indonesische autoriteiten verleenden bergingsvergunningen die ze officieel niet mochten geven. Handelspartner Indonesië gaat het niet leuk vinden als je haar daarover aan de tand voelt. En dat willen we niet. Vermijd dus ook vooral de woorden 'bersiap', 'RMS' en 'Papua', want dat schaadt ongetwijfeld de handelsrelatie (of het geïdealiseerde beeld van het land Indonesië dat sommigen verwarren met het regime, maar dit terzijde).

Blinde vlek
Zo zijn er verschillende kwesties die na de oorlog nooit naar behoren zijn opgelost. De grote blinde vlek in discussies is steeds de onaantastbare handelsgeest van Nederland, die nog steeds rondspookt om de kinderen en kleinkinderen van de voormalige kolonie tegen elkaar uit te spelen. En hoe 'woke' je ook pretendeert te zijn, zoals dat tegenwoordig zo trendy heet, je trapt er keihard in zodra je je eigen afkomst aan de wilgen hangt. Of je het leuk vindt of niet, we hebben allemaal ook Nederlandse of andere Europese voorouders. En de lachende derde die toekijkt hoe verdeeld de Indische gemeenschap is? Juist. 

'De onaantastbare handelsgeest van Nederland spookt nog steeds rond om de kinderen en kleinkinderen van de voormalige kolonie tegen elkaar uit te spelen.'

Ieder z'n feestje
Onze families kenden geen euforie van een bevrijdingsfeest, maar rolden van de ene ellende in een andere. En 15 augustus dan, de dag dat de Japanse bezetter capituleerde, is dat dan geen reden voor een Indisch bevrijdingsfeest? Nou, voor 'ons' is dat meer een dodenherdenking, geen feest. In Indonesië vieren ze hun onafhankelijkheid op 17 augustus. Terechte euforie. Ik gun ieder z'n feestje ook al is het niet het mijne, zowel Nederland als Indonesië. Maar ik hoef er niet zo nodig bij te zijn, dat is ook vrijheid. 

Nederland heeft 75 jaar lang de openstaande schuld aan de Indische gemeenschap genegeerd, waardoor er ook in 2020 niet écht vrijheid gevierd kan worden door Indisch Nederland. Geen excuses, geen rechtsherstel, geen compensatie voor oorlogsschade, enkel 75 jaar struisvogelpolitiek van opeenvolgende kabinetten, met het heilige winstoogmerk nog immer hoog in het vaandel. Want stel je voor dat de Staat daadwerkelijk alles waar die Indo's recht op hebben zou moeten terugbetalen... Poeh poeh, dat zou een aardige duit gaan kosten. Dat kunnen we niet hebben. Dan maar hier en daar in het kader van 'collectieve erkenning' een afkoopsommetje uitdelen, liefst met een irreële peildatum, dat is goedkoper. En verder elke kwestie doodzwijgen. Je komt er tenslotte minstens 75 jaar mee weg. Tel uit je winst.

Vrijheid
De nasleep van de Tweede Wereldoorlog is voor een groot deel van de Indische gemeenschap nog altijd pijnlijk voelbaar. Juist in 2020, waarin 5 mei het stralende middelpunt is en 15 augustus enkel betekenis heeft voor degenen met roots in het voormalig Nederlands-Indië. Zolang de Indische en Molukse kwestie niet wordt opgelost, rest velen dit jaar slechts het gedenken van 75 jaar voortdurende krijgsgevangenschap van ouders en grootouders. 'Vrijheid vieren' blijft dan voor ons 'herdenken'. 

©Anneke van de Casteele



*Indische gemeenschap omvat alle etniciteiten die in de voormalige kolonie aanwezig waren, dus niet alleen Indo's, maar ook Molukkers, Chinezen, Papoea's, Menadonezen, Toegoenezen en vele anderen.

Sigajang Laleng Lipa (ook wel Sitobo Lalang Lipa), Buginees ritueel gevecht uit Zuid-Sulawesi. Beide strijders worden in één sarong gehuld, waarbij een gevecht op leven en dood volgt. Het is het laatste redmiddel om een conflict op te lossen. De uitkomst is allesbepalend: één van beiden kan het overleven, of allebei. De kans bestaat ook dat beide strijders sterven. Na het duel wordt het conflict 'gearchiveerd' en behoort het voorgoed tot het verleden: men mag dus ook geen wrok koesteren. De sarong is een symbool van eenheid in de Bugis cultuur. De essentie in dit rituele gevecht is zelfrespect. Als men geen zelfrespect heeft, wordt men niet als mens beschouwd. Zelfrespect is belangrijker dan het leven zelf.

dinsdag 14 augustus 2018

zondag 14 augustus 2016

HET MONUMENT VAN VIJFTIEN-ACHT - gedicht

Omdat herdenken een zaak van oprecht respect is en niet van het etaleren van politiek correcte sympathie. Omdat de oorlog niet ophield op 15 augustus 1945. 

© Anneke van de Casteele


dinsdag 31 mei 2016

PASAR MALAM TEMPO DOELOE - kort verhaal

Pasar malam, tempo doeloe
Herinneringen aan de prehistorie

Als kind liep ik aan het handje mee met papa en mama, struinend en snoepend van een pisang goreng, langs de vele Indische kraampjes op de pasar malam. Deze snotneus keek haar bruine oogjes uit en verwonderde zich over oude en nieuwe dingen, zoals ik vandaag de dag nog steeds doe, althans wat betreft dat verwonderen.  

Van mijn vader moest ik als ‘écht Indisch kind’ alerlei nieuwe smaakjes en lekkernijen proeven en zo trok hij mij ooit gedecideerd aan de arm mee naar een kraam, waar een vreselijke stinklucht vanaf kwam en waar allerlei tropisch fruit lag uitgestald, in vormen en kleuren die ik bij de groenteboer op de hoek nooit gezien had. “Zo heerlijk zoet, je móet dit proeven!” Demonstratief nam hij een stukje fruit van een schoteltje dat op een berg enorme prikkeldingen lag te balanceren en met een luid “mmmm!” verdween het stukje in zijn mond. Als papa het durfde, dan kon ik dat ook best. Maar toen ik oog in oog stond met de stinkende prikkeldingen, heb ik de ziel onder de arm en de benen genomen, mijn vader vol leedvermaak grinnikend achterlatend. Ik moest het nog lang horen. Maar het was het waard geweest, want als troost voor deze traumatische ervaring  mocht ik mee naar de spekkoekkraam en daar wordt ieder Indisch kind vrolijk van.

Mijn ouders sleepten mij verplicht mee naar wajangvoorstellingen, exposities en het muziekpodium, snuffelden (destijds veel te lang naar mijn zin) tussen de Indische boeken en mijn moeder controleerde regelmatig het restant van het zorgvuldig bijeen gespaarde pasarbudget. Ik leerde er hoe afdingen in zijn werk ging bij Indo’s onderling en wat het verschil was tussen wajang golek en wajang koelit. 

De muzikale omlijsting van de pasar is iets waar ik altijd naar uitkeek. De bekende artiesten die zorgden voor zinderende shows natuurlijk in de eerste plaats, maar ik vond de felgekleurde lampen het mooist (en het feit dat de muziek veel harder stond dan thuis ooit toegestaan was!). Ik heb er van genoten. Een keer op de Pasar Gambir in Dordrecht zou de groep Massada optreden. Ze hadden toen een hit met het nummer ‘Sajang É’, wat mij nog steeds tot tranen kan roeren. Niet alleen vanwege de melancholie van het lied, maar ook omdat ik op tijd naar bed moest en Massada trad pas ’s avonds op. Mijn moeder was onverbiddelijk. Dikke tranen heb ik gehuild bij de poster van zanger Johnny Manuhutu, op wie ik destijds grenzeloos en hopeloos verliefd was (en stiekem nog steeds een beetje, zoals zo veel Indische en niet-Indische meisjes). Met betraande oogjes stond ik toen langdurig te kijken naar een leeg podium zonder Massada, waar als decor een enorm doek met een prachtig geschilderd Indisch landschap vol wuivende palmen en bergen mijn nieuwsgierigheid wist te wekken (tussen het snikken door). 

Naast traumatische ervaringen (zoals de lucht van de doerian die na ruim 40 jaar nog steeds rondspookt in mijn reukorgaan en het missen van het optreden van Massada) was er gelukkig wel krontjong. Krontjong asli, dat is waar ik mee opgegroeid ben. Zowel mijn vader en opa als mijn ooms beschikten over een grote platencollectie met prachtige krontjong, waaronder de platen van ‘Lief Java’ van Guus Becker en Leo Spel. Jaren later had ik de eer om krontjongzanger Guus Becker te ontmoeten en met hem over deze unieke muziek te mogen spreken. Hij vertelde mij veel over de ontstaansgeschiedenis van deze muziek. (zie ook mijn blogartikel voor 'De Kritische Katjang'). 

Door de jaren heen veranderde er veel in de samenstelling van ons gezin, onze familie en vriendenkring. De Indische dinosauriërs verdwenen, maar zijn nooit helemaal weggevaagd en de herinneringen zijn gebleven, helder als de dag van gisteren.  Met vrienden deden wij weleens een ‘vergelijkend warenonderzoek’ en we bezochten verschillende pasars in het land; grote, kleine, saaie en gezellige. Zo kwamen we een keer ergens in Brabant op een open lucht pasar terecht; klein, maar met een sfeer die je nog maar zelden tegenkomt. Nu is sfeer een heel persoonlijk iets, maar het aantal lachende mensen om je heen is meestal wel een aardige sfeermeter. 

Er waren natuurlijk allerlei kraampjes, snuisterijen en lekkere hapjes te vinden en er was muziek. Voor het podium dansten de mensen op muziek van Indo-celebrity Dries Holten (bekend als de helft van o.a. de duo’s Sandra & Andres en Rosy & Andres). Andres, die zijn Indische afkomst nooit onder stoelen of banken heeft gestoken en altijd zijn Indisch-zijn heeft gevierd in zijn muziek, kreeg ook deze keer weer jong en oud aan het swingen met zijn Indische liedjes. 

De spekkoekkraam op een pasar is een instituut op zich en oogst dan ook altijd veel bewondering, op welke pasar je ook bent. In Den Haag wilde mijn oom er, toen al dik in de zeventig, altijd het eerst naartoe. Op de lange tafels stonden tientallen kleine rieten mandjes uitgestald, gevuld met kleine stukjes spekkoek in de vele diverse smaken; banaan, chocolade, rum, cocos, pandan en meer van die fijne smaakjes die je alleen al bij het lezen van deze zin doen watertanden.. Mijn oom begon altijd helemaal links bij schaaltje nummer 1 en ging dan zo het hele rijtje af, om dan vervolgens weer terug te lopen naar het eerste schaaltje en het ritueel te herhalen. De verkopers kenden hem gelukkig al (want mijn oom had natuurlijk een passe-partout). “Welke wil je kopen, oom?” probeerden wij dan tevergeefs. “Nee, ik hoef niet, ik hou niet van spekkoek” was dan steevast het antwoord.

Mijn oom genoot van de krontjong, vooral van de krontjong asli en altijd weer kwam dan zijn zakdoek tevoorschijn om zijn neus in te snuiten en zodoende zo onopvallend mogelijk een traantje weg te pinken, in de ijdele hoop dat wij het niet gezien hadden. 

Slenterend van de ene tent naar de andere mopperde hij traditiegetrouw en zonder gêne over de ‘kauwgomballententen’ (zoals hij de niet-Indische kraampjes noemde). Pas veel later ben ik dat gaan begrijpen. Mijn oom had Jappenkamp, Birmaspoorweg, Hiroshima en Bersiap overleefd en hij had zijn geliefde Indië moeten verlaten; van mij mocht hij mopperen. 

Op een keer hoorden wij achter ons heel hard mijn ooms naam roepen. Verschrikt keek mijn oom om (en wij ook). “Ja, jij daar! Hoe is het? Ken je mij niet meer?” Mijn oom keek een andere bejaarde Indo onderzoekend in de ogen en vroeg argwanend: “En wie wil dat weten?” Daarna noemde de man een adres in Tegal, en mijn oom en hij bleken buurjongens te zijn geweest! Zelfs na zowat veertig jaar wist de ‘oude’ buurjongen (letterlijk en figuurlijk, want hij woonde immers ook in Den Haag, net als mijn oom) nog wie ‘die schavuit van nextdoor’ was. Een prachtige ontmoeting die mij altijd is bijgebleven en waar ik mij nog steeds heerlijk over kan verwonderen. 

Ontmoetingen, daar ging en gaat het om op een pasar. Ook na het wegvallen van de dinosauriërs ging ik erheen. Inderdaad, ‘ging’, want de laatste jaren moet ik er een heel eind voor reizen en zo zonder dinosauriërs naast mij word ik er al gauw wat treurig van. Bovendien houd ik niet zo van (kouwe) drukte. Hoewel het uitwaaien in Scheveningen na afloop ook wel weer iets had. Of het thuis goreng-en van je meegebrachte hapjes en het oprapen van de melatibloempjes die altijd in groten getale onderin de tas lagen in plaats van dat ze aan het meegebrachte plantje zaten. Maar de herinneringen houden me ook nu nog warm en door ze op te schrijven, houd ik hen levend. Niet alleen de eetkraampjes, de spekkoek, de muziek en de snuisterijen maakten de sfeer op de pasars, maar juist die ‘dino’s’ (anagram voor ‘indo's’.. zie je dat?) deden dat voor mij. Nu ben ik zelf zo langzamerhand een ‘indosauriër’ geworden, een uitstervend ras. Maar deze is nog alive and kicking, net als mijn herinneringen!

© Anneke van de Casteele


maandag 16 mei 2016

OMGEKEERD - gedicht

Je handen in je moederschoot,
Je blik respectvol en bedeesd.
Jij gaf hem elke dag zijn brood
En was voor toean vaak bevreesd.

Boog voor hem neder op de grond,
Zo ter aarde neergezeten..
Geen weerwoord kwam ooit uit jouw mond,
Nooit heb jij hem iets verweten.

In rang zelfs lager dan een kind
Dat geen besef had van het leed,
Van ras of kleur of donk’re tint,
Maar dat alleen zijn baboe weet.

Onrecht met paplepels gevoerd,
Voor inlanders geen achternaam.
Zolang de Belanda maar goed boert,
’t Is daarom dat ik mij zo schaam.

Die kleine, frêle bruine vrouw,
Daar zo gezeten op de grond,
Verdient een kruis voor moed en trouw
En als een pleister op een wond;

Een mooi voetstuk om op te staan
En de Hollander mag zitten
Waar jij ooit zat en bent gegaan
Geen macht meer voor de witten.

En ik? Ik zit ertussenin..
Waar hoor ik bij? Wie ben ik dan?
Geen baboe, blanke evenmin.
Wel Indo, die wat dichten kan!

Nederland deed goede zaken.
De rollen zijn nu omgekeerd.
Laat ons samen ervoor waken.
Opdat onrecht nooit meer wederkeert.

***
© Anneke vd Casteele


Foto: gebruikt met vriendelijke toestemming van 
Hans/www.imexbo.nl

donderdag 5 november 2015

TWENTY-FIVE THOUSAND FLOWERS

Not a single day goes by
Without me - admiring you
But I keep on wondering why
Grandma, grandpa and you too,

Had to suffer all this time
For your country and your name
All that’s left for me is rhyme
For The Hague it’s just a game

Never bowed down for Japan
Even though you were their slave
Stood up straight and were a man
Kicked, denied but always brave

What I learnt from you is pride
Never waste a crumb of bread
Never fear and never hide
“Please be strong when I am dead”

I’ll put flowers on your grave
Twenty-five thousand, and some more
Is this thanks for all you gave?
Deserved better, that’s for sure.

Let them wallow in their shame,
Think this is the final word
I will carry on your flame
And make sure you will be heard!


© Anneke van de Casteele
annekevdcasteele.blogspot.nl



woensdag 4 november 2015

VIJFENTWINTIGDUIZEND BLOEMEN - gedicht


Er gaat geen mooie dag voorbij 
Dat ik jullie niet bewonder 
Hoe opa, oma en ook jij 
Zwaar geleden hebben onder 

Het juk gedragen hebben van 
Een volk dat streed voor Nederland 
En na de oorlog met Japan 
In vorst en koude is beland. 

Vijfentwintigduizend bloemen 
Ik kan ze brengen naar je graf 
Namen zal ik blijven noemen 
Zo komt Den Haag er niet van af 

Wat zovelen werd aangedaan 
Zeventig jaar lang negeren
Altijd zijn jullie doorgegaan
En de waarheid zal regeren!


© Anneke van de Casteele
annekevdcasteele.blogspot.nl