Posts tonen met het label knil. Alle posts tonen
Posts tonen met het label knil. Alle posts tonen

zaterdag 14 augustus 2021

Oprecht

Het is weer 15 augustus, ooit bekend als de dag van de Indiëherdenking. Dat 'Indië' verdwijnt elk jaar steeds meer naar de achtergrond. De gebruikelijke plechtigheden zijn steeds minder een weergave van de mensen met wortels in het land dat zich slingert om de evenaar. Waar zijn bijvoorbeeld de Molukkers, Papua's, Chinezen - en Indo's? Ik herken mij niet meer in de 'Indiëherdenking'. En laten we eerlijk zijn: Nederland staat niet stil bij 15 augustus, Japanse bezetting of bersiap. Zelfs niet na 76 jaar. Want we hebben 5 mei al. De 4 en 5 mei herdenkingen slokken langzaam maar zeker 15 augustus op. En 'wij' laten het gebeuren. Tenzij je je laat horen.



zaterdag 15 augustus 2020

Bekladding Indisch monument is grafschennis

De bekladding van het Indisch monument in Den Haag, een dag voor de Nationale Herdenking 15 augustus 1945, is in alle opzichten misselijkmakend en laf. De daders hebben duidelijk geen kaas gegeten van de symboliek van dit monument, en nog minder van de eigen geschiedenis, laat staan van hoeveel het monument en de bijbehorende herdenking betekenen voor mensen met roots in de archipel. 

De actie heeft vooralsnog het tegenovergestelde effect bereikt. Het valt me op dat mensen juist nog meer gemotiveerd zijn om te herdenken, ondanks deze stunt van een paar eencelligen met een verfbus. Weliswaar wordt het dan herdenken in de eigen omgeving, want dat andere virus is er helaas ook nog. 

Zelf heb ik de laatste jaren steeds minder met de fysieke Indiëherdenking, maar dat wil niet zeggen dat ik niet herdenk. Integendeel. Mijn familie herdenk ik ook op andere momenten. Het is belangrijk om de slachtoffers van de Japanse bezetting te blijven herdenken. De geschiedenis van Nederlands-Indië wordt al te vaak weggepoetst. Zoals ik al in eerdere columns zei, heb ik 'de' Indiëherdenking steeds meer kleur zien verliezen. Ik mis de diversiteit van de Indische gemeenschap. Het is een voornamelijk witte aangelegenheid geworden, met kille toespraken van allerlei 'bobo's'. Dezelfde bobo's die verantwoordelijk zijn voor 75 jaar inadequaat beleid op het gebied van o.a. onderwijs, maar vooral qua nooit opgeloste kwesties zoals de backpay.

Ik weet echter dat de herdenking voor heel veel mensen uitermate belangrijk is en dat respecteer ik. Als ik hoor wat mensen hebben doorstaan tijdens (en na) de Japanse bezetting en ik tel daar het oorlogsleed van mijn eigen familie bij op, dan wordt het totaal respectloze van deze actie extra duidelijk. 


Troost

Mensen vinden troost bij elkaar, troost tijdens de plechtigheid van de herdenking. Het monument is hun plek. Toen na de oorlog de grote uittocht begon, moest men alles en iedereen achterlaten: ook de overledenen. Ontheemd zijn is geen lolletje.  Niet iedereen beschikt over voldoende financiële middelen of een goede gezondheid (getuige de vele rollators en rolstoelen bij de herdenkingen) om in Indonesië of Thailand even de oorlogsgraven van  familie te bezoeken. Dan is Den Haag een goed alternatief. Maar daar dachten de actievoerders niet aan.

Ze dachten evenmin aan de pijn die ze vaak toch al getraumatiseerde mensen hiermee hebben bezorgd. Logisch ook, want het slaafs vasthouden aan een op haat gebaseerde ideologie schakelt het empathisch vermogen uit. Het kan hen niets schelen.


Grafschennis

U leest het goed: grafschennis. Men heeft niet alleen de nagedachtenis van oorlogsslachtoffers geschonden, maar min of meer ook fysiek. Aan de achterzijde van het monument is ruimte voor het uitstrooien van as van overledenen. Dat maakt de actie grafschennis. 

Het is onvergeeflijk wat er is gebeurd. Het is misschien een schrale troost, maar veel mensen uit de Oost staan open voor spiritualiteit en geloven in karma. Dus dat komt vroeg of laat heus wel goed. Spiritualiteit en respect voor ouderen zijn overgeleverd via onze Indonesische/Molukse voorouders en voorgoed vastgeklonken in ons Indisch DNA. Daar kan geen verfbus tegenop.


©Anneke van de Casteele




zondag 11 augustus 2019

Een Indische schaduw

Herinneren
Als augustus aanbreekt, dienen zich automatisch allerlei herinneringen aan. Eigenlijk doen ze dat altijd wel, maar in augustus is het altijd erg druk in mijn hoofd. Het is natuurlijk ook een maand vol herdenkingen, tenminste, als je iets met Indië hebt. De hoofdrolspelers in de herinneringen die deze maand bij mij oproept zijn veelal familieleden, mensen die ik gekend heb en die indruk op mij hebben gemaakt. Zo dwaalden vandaag mijn gedachten af naar een man die ik nog altijd mis. In één seconde was ik terug in Den Haag, een jaar of twintig geleden.

Het was druk bij de tramhalte. Mijn oom bracht mij na vrijwel elk bezoek, zoals het een echte Indische gentleman betaamt, netjes naar Den Haag Centraal. 
'Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn.'
Ik had geen bezwaar tegen mijn struise bodyguard. Ondanks zijn hoge leeftijd en zijn wat moeizame tred was mijn vaders oudste broer nog altijd een verschijning die met zijn rijzige gestalte vanzelf respect afdwong. Hij was voor de duvel niet bang en al helemaal niet voor luidruchtige trampassagiers of opgeschoten gespuis. 

De paar met graffiti bekladde bankjes in het wachthokje waren al bezet toen we ons bij de wachtenden voegden. Een jonge man vouwde zijn krant op en bood mijn oom beleefd zijn zitplaats aan. 'Wilt u zitten, meneer?'
Een paar oude Indische ogen die in al die jaren al meer hadden gezien dan menigeen lief zou zijn, keken de man resoluut aan. 
'Nee dank u, meneer. Ik heb al drie jaar gezeten. In Japan.'
Hetzelfde ritueel herhaalde zich nadien in de tram meestal nog een keer of twee. Mijn oom bleef staan. Ook in de tram. Hij hield zich dan extra stevig vast en staarde strak naar buiten. Naar wat zich werkelijk zoal voor zijn ogen voltrok, kon ik toen slechts gissen. 

Zo ging het altijd. En altijd weer liet hij de goedbedoelende reizigers verbouwereerd achter. Zij begrepen de oude Indischman niet en dachten vast dat hij maar wat kletste. Als Indisch kind begreep ik uiteraard dat hij doelde op de oorlog. Maar het zou nog jaren duren voordat het écht bij mij binnenkwam. Ik heb het geweten.

Het 'Indisch zwijgen' was ook mijn oom niet geheel vreemd. Pas op hoge leeftijd liet hij zich soms het een en ander ontvallen over zijn oorlogstijd in Japanse krijgsgevangenschap. Dat gebeurde vaak op de meest onverwachte momenten, meestal als hij even rustig op een bankje zat in Kijkduin of tijdens het oppeuzelen van zijn Indische maaltijd. Dan scheen hij plots een flashback te krijgen die hem zodanig leek te kwellen dat die er per se uit moest. Pas dan had hij de spoken uit het verleden bedwongen en kon hij weer zijn oude vrolijke zelf zijn. 

Zo floepte er tijdens een etentje waarbij het gesprek over Hollandse koetjes en kalfjes ging, er ineens uit dat hij 'daar' was toen 'de bom' viel. Flarden van gruwelijke herinneringen aan de meest wrede uitvinding in de geschiedenis van de mens overspoelden de eettafel, om vervolgens weer voor onbepaalde tijd weg te ebben, plaats makend voor lemper en stilzwijgen.

Mijn oom was een bijzonder mens. Hij was een hibakusha, het Japanse woord voor slachtoffer of overlevende van de Amerikaanse atoombommen. De schaduw van Hiroshima heeft hem noch mij echter nooit meer verlaten. Ook al is hij mij reeds jaren geleden ontvallen, zijn no-nonsense spirit, humor en veerkracht leven voort.

Vele jaren later had ik het voorrecht om nog zo'n bijzonder mens te leren kennen. Ik werd gevraagd om een gedicht uit het Engels te vertalen ter gelegenheid van een herdenking voor de slachtoffers van de atoombom op Nagasaki. De schrijver van het gedicht, Rudi Hoenson (96) is eveneens een hibakusha. Hij overleefde de atoombom van Nagasaki, waar hij drie jaar als krijgsgevangene dwangarbeid moest verrichten op de scheepswerven van Mitsubishi. Het kamp waar hij geïnterneerd was, Fukuoka 14, bevond zich midden in het rampgebied. Wat daar gebeurd is op 9 augustus 1945, drie dagen nadat de eerste atoombom, 'Little Boy' Hiroshima verwoestte, is onmenselijk gruwelijk. Dat er buiten de Japanse slachtoffers ook geallieerde krijgsgevangenen slachtoffer werden van de twee atoombommen, wordt helaas maar al te vaak vergeten. De tweede atoombom, 'Fat Man', tekende Nagasaki én Rudi voor het leven, zoals Hiroshima dat van mijn oom heeft getekend. Wij kunnen ons de verschrikkingen die zij hebben doorstaan niet of nauwelijks voorstellen, al doen we nog zo ons best.

Herdenken
Indische ogen vertellen wat de mond niet zeggen kan. Veel oorlogsslachtoffers krijgen op latere leeftijd opnieuw te maken met hun oorlogstrauma's. Nachtmerries, angsten en depressies eisen alsnog meedogenloos hun tol - met rente. Verwerking van trauma's is voor ieder mens anders, elk mens is immers een individu. Mijn oom verwerkte zijn trauma's in stilte, tot hij niet langer kon zwijgen. Vrijwel niemand wist van zijn doorstane pijn en ellende. Voor Rudi betekende het schrijven van een gedicht verwerking en tevens vestigt hij er de aandacht mee op de geallieerde slachtoffers van Nagasaki. Door over zijn ervaringen te vertellen geeft hij zijn verhaal en dat van zijn mede-krijgsgevangenen door aan de volgende generaties.

Ik ben er van overtuigd dat herdenken vaak rust kan geven en op een positieve manier kan bijdragen tot verwerking van oorlogstrauma's. Herdenken is daarnaast onmisbaar voor de historische overdracht, met name als het gaat om de kennis van ons Indisch verleden. Want daarmee is het bedroevend slecht gesteld. Daar durf ik gerust een weddenschap tegenaan te gooien. 

In mijn directe omgeving heb ik het afgelopen jaar iedereen enigszins gepolst over de bij hen aanwezige kennis van het Indische deel van onze geschiedenis. Of liever, de afwezigheid ervan. Een kop thee en een goed gesprek zijn daarbij een goede combinatie gebleken. Er is echt geen riant gesubsidieerd onderzoek voor nodig om te peilen waar de schoen wringt. Zo was 'Hiroshima' wel bekend, maar de aanleiding voor de atoombom niet en 'Nagasaki' riep al helemaal geen herkenning op. Wat mij nog het meest opviel was dat niemand (!) wist wat er op 15 augustus herdacht wordt. Zeer pijnlijk. 'Nederlands-Indië een voormalige kolonie? Nooit geweten.' 

Dat onderwijs de grote boosdoener is behoeft geen verdere uitleg. De mensen met wie ik heb gesproken brachten dat zelf ook steeds naar voren. De media zouden overigens ook best een opfriscursus kunnen gebruiken, sowieso als het om herdenken gaat. Jaarlijks zien we bijvoorbeeld wel Hiroshima voorbijkomen, maar voor Nagasaki is nauwelijks tot geen aandacht,. Ook dit jaar bleef het stil in de Nederlandse media. Nagasaki wordt meestal in één adem genoemd met Hiroshima and that's it (enkele uitzonderingen uit het verleden daargelaten). Over de geallieerde slachtoffers van beide atoombommen wordt eveneens gezwegen. Ik vind dat buitengewoon onacceptabel. 

Schaduwen
Zoals Nagasaki in de donkere schaduw van Hiroshima wordt geduwd, verdwijnt 15 augustus achter de coulissen van 5 mei. Op 15 augustus gaat het leven in Nederland gewoon door, terwijl wij allen wel dienen stil te staan bij (4 en) 5 mei. Dat laatste is natuurlijk niet het issue hier, integendeel. Het gaat mij er juist om dat 15 augustus voor heel Nederland een speciale herdenkingsdag wordt, niet enkel voor degenen die 'iets met Indië hebben'. En dat mag ook best na bijna 75 jaar. Al was het alleen maar uit respect voor wat de slachtoffers van de Japanse bezetting hebben moeten doorstaan. 

Gelukkig zijn er heel veel lokale herdenkingen in het land, maar het herdenken beperkt zich grotendeels tot direct betrokkenen. En ja, er is een TV-uitzending, maar de media-aandacht is nog steeds Klein Duimpje vergeleken bij de reuzen van 4 en 5 mei. Gooi die BV Nederland nu eens gewoon dicht op 15 augustus, voor mijn part ook eens in de vijf jaar, net als bij 5 mei. Begin er maar in 2020 mee, als het 75 jaar geleden is dat er 'officieel een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog voor het Koninkrijk der Nederlanden'. Wordt het niet eens tijd dat het Indisch verleden uit de schaduw van dit Koninkrijk treedt? 

Als je de herdenking presenteert als 'Nationale herdenking 15 augustus 1945', zorg er dan ook potdorie voor dat het een echte nationale herdenking wordt, voor elke Nederlander, ongeacht afkomst. Anders staat het woord 'nationale' daar gewoon maar wat te staan en wordt de melati gewoon zomaar een leuk bloempje.

©Anneke van de Casteele



dinsdag 14 augustus 2018

vrijdag 2 februari 2018

De Groninger is de nieuwe Indo

Indo's en Groningers hebben meer met elkaar gemeen dan je op het eerste gezicht zou denken. Het zijn dappere mensen, doorzetters. Ze houden van gezelligheid en ze helpen elkaar als dat nodig is. Het Nederlands staatsburgerschap? Ja, dat hebben ze ook gemeen. Maar de grootste overeenkomst is misschien wel dat beiden bedonderd zijn door de overheid. Jarenlang.

Het zal niemand zijn ontgaan dat er heel wat aan de hand is in onze prachtige noordelijke provincie. Al jaren beeft Groningen op haar grondvesten. Moeder Aarde protesteert hevig tegen de gaswinning. Sinds 1960 verdiende de Staat zo'n 265 miljard euro aan de Groninger gasbel, zo berekende de Algemene Rekenkamer. Het zijn bedragen waar je hebberig van wordt, dat begrijp ik best. Maar dat het ten koste gaat van de veiligheid van zoveel burgers, gaat zelfs mij te ver. Terwijl de Groninger geen oog meer dicht doet, slaapt Den Haag er geen nacht minder om. Het zal voor een Indo geen nieuws zijn.

De zoveelste aardbeving en de steeds luider wordende stem uit het noorden des lands lijken de nachtrust van de betrokken partijen enigszins te hebben verstoord. Zenuwachtig wordt gezocht naar een afleidingsmanoeuvre, een 'schadeprotocol'. Het is een soort gebaar, een 'collectieve erkenning' van Gronings leed en schade. De Koninklijke Shell, een van de partners in crime, trachtte onlangs nog even eieren voor haar gas te kiezen, maar uiteindelijk zal ook zij haar goedgevulde beurs moeten trekken.

Tot nu toe werd de NAM (Nederlandse Aardolie Maatschappij) als hoofdrolspeler in het verhaal gezien en bleef de Staat zoveel mogelijk buiten schot. Sijbrand Nijhoff, een boer uit Zijldijk, maakte echter onlangs geheime documenten openbaar over de gasdeal uit 1963, wat de rol van de Staat in een ander daglicht zette. Het document is nu in handen van het Dagblad van het Noorden. De Staat mag dan al die jaren haar handen in onschuld hebben gewassen, die Nederlandse aardolie krijg je er niet zomaar af.


Het document is altijd geheim gebleven tot Sijbrand Nijhoff en zijn advocaat het openbaar maakten. DVHN: "Tweede Kamerleden vragen de minister er al jaren om, journalisten en burgers zijn er al tijden naarstig naar op zoek. (...) Antwoorden bleven tot dusver uit. Wob-verzoeken werden steevast afgewezen, verzoeken van Kamerleden werden niet gehonoreerd." Het is het spreekwoordelijke kluitje in het riet dat de Indische gemeenschap ook niet geheel onbekend zal voorkomen.

"De Overeenkomst van Samenwerking is ondertekend door de Staatsmijnen, de Bataafse Petroleum Maatschappij (voorloper van Shell), de Standard Oil Company (voorloper van Exxon), de Nederlandse Aardolie Maatschappij en minister De Pous van Economische Zaken." 

OK, maar wat heeft dat met Indo's te maken, hoor ik je al denken. Veel. Het gaat niet om gaswinning, aardbevingen of om de plaats waar je wiegje stond, het gaat om politiek. Het gaat om gekonkel en winstbejag ten koste van mensen, van Nederlandse burgers. Het gaat om het jarenlang negeren van een grote gedupeerde bevolkingsgroep. Het is een patroon. 

Boer Nijhoff: "Groningers worden al zo lang door de overheid om de tuin geleid. Rekken, traineren en geen daden, dat is steeds het verhaal. (...) Zo onbetrouwbaar als de overheid is, daar kan ik niet tegen. Daarom heb ik die geheime stukken openbaar gemaakt. Zo kan iedereen zelf zien wat er speelt.” (DVHN, 1 februari 2018)

Wie de parallellen tussen de Indische en Groningse zaak nog steeds niet ziet, doet er goed aan om zich te verdiepen in bijvoorbeeld de backpaykwestie, of: hoe de Staat met listige trucs en advocaten haar burgers uit voormalig Nederlands-Indië heeft ontrecht om hen zo geen cent te hoeven betalen. Het gaat om miljarden. De backpaykwestie is slechts één onderdeel van een enorme openstaande Indische rekening: 'Miljardenschuld aan Indische gemeenschap weggemoffeld' (AD, 1 december 2017)

Groningers protesteren massaal. Ook al is Den Haag Oost-Indisch doof, Nederland kan niet meer om hen heen. Misschien wordt het tijd om het Indische protest eens van dat lage pitje af te halen. Van decennialang door blijven sudderen is immers nog geen enkele boemboe beter geworden.

©Anneke van de Casteele