Posts tonen met het label herdenking. Alle posts tonen
Posts tonen met het label herdenking. Alle posts tonen

donderdag 30 juni 2022

Geen melati, maar spekkoek

Als het aan de Stichting Nationale Herdenking 15 Augustus 1945 ligt, wordt op 15 augustus voortaan Nationale Spekkoekdag gevierd, zo lijkt het. De stichting wil 'meer jonge mensen betrekken bij de herdenking' en dat doe je natuurlijk met een spekkoekwedstrijd. 
NEE. Gewoon: nee. 


Spekkoek-fotomomentje

Onlangs organiseerde de stichting in samenwerking met het Indische blad Moesson, een wedstrijd spekkoek-bakken, 'want eten hoort bij de Indische cultuur', aldus de stichting. Zowel thuisbakkers als toko's doen mee. De beste spekkoek van de toko's zal geserveerd worden tijdens de herdenking.

"De beste thuisbakker gaat met zijn of haar spekkoek op de thee bij voorzitter Thom de Graaf van de Raad van State. Daar zal een mooie foto worden gemaakt, die op de website en de sociale mediakanalen van Stichting Nationale Herdenking 15 Augustus 1945 wordt geplaatst." Bron: Omroep West

Uiteraard wordt dat een prachtig fotomomentje: de voorzitter van de Raad van State die met een Indische(?) thuisbakker herinneringen ophaalt aan die goede oude koloniale tijd, onder het genot van een lekker kopje koloniale Max Havelaar thee en een plakje Indische spekkoek (die eigenlijk van oorsprong niet Indisch, maar Portugees is: bebinca). Kolonialer kan het niet. Het roept nu al vergeelde beelden op van witte mannen in nog wittere tropenpakken, veranda's en buigende bedienden. Aah... tempo doeloe.

De Stichting Nationale Herdenking 15 Augustus 1945 (een hele mondvol, zelfs zonder spekkoek) lijkt de weg volledig kwijt te zijn. Ze bakken er met dit spekkoek-idee in elk geval helemaal niets van. Oorlogsleed herdenk je niet met een spekkoekwedstrijd, maar met respect. Zeker als je bedenkt dat duizenden in de Japanse concentratiekampen (en daarbuiten) moesten vechten om een rijstkorrel of bezweken aan honger, ziekte of mishandeling. Het is simpelweg ongepast. Wat is in hemelsnaam de link tussen spekkoek en de herdenking van de Japanse capitulatie? Lag de kampbeul van Tjideng soms uren op z'n knieën voor zijn oven om spekkoek te bakken voor de geïnterneerde vrouwen en kinderen? Belachelijk.


Verjonging

De stichting wil 'meer jonge mensen betrekken bij de herdenking', dus dan organiseer je een spekkoekwedstrijd? Serieus? Want 'spekkoek staat symbool voor de Indische cultuur' en 'eten hoort bij de Indische cultuur.' Hou toch op. Een kortzichtiger stereotype kom je zelden tegen. Daar is vast heel lang over vergaderd, onder het genot van een zakje subsidie.

Veel mensen zien de Indiëherdenking elk jaar minder Indisch worden. Die kritiek is mijns inziens meer dan terecht. De ceremonie wordt elk jaar 'witter'. Bovendien wordt 15 augustus steeds verder opgeslokt door 4 en 5 mei met een vleugje 17 augustus. Het is leuk dat je de herdenking inclusiever wilt maken en jongere mensen wilt aanspreken, maar dat doe je niet met spekkoek. Dat doe je met gedegen educatie. 

Hierin ligt een taak voor de overheid: veranker de geschiedenis van Nederlands-Indië nu eindelijk eens in het curriculum. En dan heb ik het niet over die vooringenomen 'onderwijscommissie' die zich vanuit de collectieve erkenning  met dit onderwerp bezighoudt, maar over gedegen onderwijskundigen en historici die een eerlijk en evenwichtig beeld neerzetten. 

Zolang het curriculum niet gewijzigd is, ligt de voorlichting over de historische achtergrond van de herdenking bij de organisatie ervan. Zorg ervoor dat scholen en media weten wat er op 15 augustus herdacht wordt. Het gaat hier om een herdenking, geen spekkoek-evenement. Anders kan de stichting haar naam beter veranderen in de stichting Nationaal Stereotypen & Spekkoekfestijn. Zend dan die herdenking voortaan ook maar uit op 24Kitchen.


©Anneke van de Casteele

Spekkoek of Bebinca?


zaterdag 14 augustus 2021

Oprecht

Het is weer 15 augustus, ooit bekend als de dag van de Indiëherdenking. Dat 'Indië' verdwijnt elk jaar steeds meer naar de achtergrond. De gebruikelijke plechtigheden zijn steeds minder een weergave van de mensen met wortels in het land dat zich slingert om de evenaar. Waar zijn bijvoorbeeld de Molukkers, Papua's, Chinezen - en Indo's? Ik herken mij niet meer in de 'Indiëherdenking'. En laten we eerlijk zijn: Nederland staat niet stil bij 15 augustus, Japanse bezetting of bersiap. Zelfs niet na 76 jaar. Want we hebben 5 mei al. De 4 en 5 mei herdenkingen slokken langzaam maar zeker 15 augustus op. En 'wij' laten het gebeuren. Tenzij je je laat horen.



zaterdag 15 augustus 2020

Bekladding Indisch monument is grafschennis

De bekladding van het Indisch monument in Den Haag, een dag voor de Nationale Herdenking 15 augustus 1945, is in alle opzichten misselijkmakend en laf. De daders hebben duidelijk geen kaas gegeten van de symboliek van dit monument, en nog minder van de eigen geschiedenis, laat staan van hoeveel het monument en de bijbehorende herdenking betekenen voor mensen met roots in de archipel. 

De actie heeft vooralsnog het tegenovergestelde effect bereikt. Het valt me op dat mensen juist nog meer gemotiveerd zijn om te herdenken, ondanks deze stunt van een paar eencelligen met een verfbus. Weliswaar wordt het dan herdenken in de eigen omgeving, want dat andere virus is er helaas ook nog. 

Zelf heb ik de laatste jaren steeds minder met de fysieke Indiëherdenking, maar dat wil niet zeggen dat ik niet herdenk. Integendeel. Mijn familie herdenk ik ook op andere momenten. Het is belangrijk om de slachtoffers van de Japanse bezetting te blijven herdenken. De geschiedenis van Nederlands-Indië wordt al te vaak weggepoetst. Zoals ik al in eerdere columns zei, heb ik 'de' Indiëherdenking steeds meer kleur zien verliezen. Ik mis de diversiteit van de Indische gemeenschap. Het is een voornamelijk witte aangelegenheid geworden, met kille toespraken van allerlei 'bobo's'. Dezelfde bobo's die verantwoordelijk zijn voor 75 jaar inadequaat beleid op het gebied van o.a. onderwijs, maar vooral qua nooit opgeloste kwesties zoals de backpay.

Ik weet echter dat de herdenking voor heel veel mensen uitermate belangrijk is en dat respecteer ik. Als ik hoor wat mensen hebben doorstaan tijdens (en na) de Japanse bezetting en ik tel daar het oorlogsleed van mijn eigen familie bij op, dan wordt het totaal respectloze van deze actie extra duidelijk. 


Troost

Mensen vinden troost bij elkaar, troost tijdens de plechtigheid van de herdenking. Het monument is hun plek. Toen na de oorlog de grote uittocht begon, moest men alles en iedereen achterlaten: ook de overledenen. Ontheemd zijn is geen lolletje.  Niet iedereen beschikt over voldoende financiële middelen of een goede gezondheid (getuige de vele rollators en rolstoelen bij de herdenkingen) om in Indonesië of Thailand even de oorlogsgraven van  familie te bezoeken. Dan is Den Haag een goed alternatief. Maar daar dachten de actievoerders niet aan.

Ze dachten evenmin aan de pijn die ze vaak toch al getraumatiseerde mensen hiermee hebben bezorgd. Logisch ook, want het slaafs vasthouden aan een op haat gebaseerde ideologie schakelt het empathisch vermogen uit. Het kan hen niets schelen.


Grafschennis

U leest het goed: grafschennis. Men heeft niet alleen de nagedachtenis van oorlogsslachtoffers geschonden, maar min of meer ook fysiek. Aan de achterzijde van het monument is ruimte voor het uitstrooien van as van overledenen. Dat maakt de actie grafschennis. 

Het is onvergeeflijk wat er is gebeurd. Het is misschien een schrale troost, maar veel mensen uit de Oost staan open voor spiritualiteit en geloven in karma. Dus dat komt vroeg of laat heus wel goed. Spiritualiteit en respect voor ouderen zijn overgeleverd via onze Indonesische/Molukse voorouders en voorgoed vastgeklonken in ons Indisch DNA. Daar kan geen verfbus tegenop.


©Anneke van de Casteele




woensdag 12 augustus 2020

Handen af van de Indië-herdenking!

 Het jaar 2020 zou een belangrijk jaar zijn voor Indisch Nederland. Het is 75 jaar geleden dat er een einde kwam aan de Japanse bezetting van voormalig Nederlands-Indië. Daarmee eindigde ook de Tweede Wereldoorlog voor het koninkrijk der Nederlanden. Helaas markeert 2020 ook het 75e jaar van de niet afgeloste schuld aan de Indische gemeenschap. Het betekent ook 75 jaar van stelselmatig geschoffeerd te worden door de overheid, met als pijnlijke klap op de vuurpijl de excuses van de koning aan Indonesië tijdens het staatsbezoek in maart. De Indische gemeenschap in Nederland daarentegen wacht al 75 jaar tevergeefs op excuses, als dank voor hun loyaliteit aan dit land, vlag en koningshuis. 

Het is ook het 75e 'jubileum' van het Indische vechten tegen de Hollandse bierkaai: de staat der Nederlanden heeft zich op alle mogelijke manieren (vooral  juridisch) ingedekt tegen claims van gedupeerden en nabestaanden. Google maar eens op ‘backpay’. En dat is slechts één voorbeeld in een beschamend grote collectie staatsblunders.

We kijken terug op maar liefst 75 jaar (over)gedragen oorlogsleed. Leed dat dankzij het 'gedegen' Nederlandse onderwijs niet of nauwelijks bekend is, laat staan dat iemand zonder Indische roots stilstaat bij 15 augustus. 


Uitgummen

Het uitgummen van Nederlands-Indië, haar geschiedenis en haar nazaten heeft een nieuw dieptepunt bereikt. Nu moet de Nationale Herdenking 15 augustus 1945 (de Indië-herdenking) eraan geloven. Volgens sommigen is de Indië-herdenking niet meer van deze tijd en nodig aan hervorming toe. Ook Indonesiërs moeten volgens hen worden herdacht. In de uitzending van Nieuwsuur op 11 augustus 2020 werden een paar ‘Indië-kenners’ opgevoerd. Van de heer Bot kan ik me dat predikaat nog voorstellen, maar de andere twee hebben duidelijk de klok horen luiden, zonder te weten waar de klepel hangt. Deze pseudo-kenners spreken in elk geval NIET namens mij en evenmin hebben zij überhaupt enige millimeter mandaat van de Indische en Molukse gemeenschap.

De Indië-herdenking gaat niet over kolonialisme. Hij gaat ook niet over het lot van de romoesja’s (hoe gruwelijk ook) en al helemaal niet over Indonesiërs. Daarvoor moet je bij Indonesië zijn. Soekarno ronselde honderdduizenden romoesja’s voor de Japanners. Ga dat maar eens in Jakarta aankaarten. En als je er dan toch bent, neem dan meteen even de mensenrechtenschendingen van Indonesië mee, de kolonisatie en onderdrukking van de Molukken, West Papoea en Atjeh. 


Wit

De Indië-herdenking op 15 augustus hoort 'van ons' te zijn. We herdenken overleden familieleden die onder de terreur van de Japanse bezetter zijn bezweken. We herdenken het leed dat onze families is aangedaan. Dat gum je niet zomaar uit. Voor dat Indisch monument is trouwens jaren geknokt. Pas in 1988 werd het gerealiseerd, 43 jaar na de oorlog. We hebben de Indië-herdenking de afgelopen jaren al steeds witter zien worden. Genoeg is genoeg. Vraagt men zich soms ook af of de 4 mei-herdenking niet meer van deze tijd is? Als je dan zo graag wilt hervormen, dan pas je 4 mei toch aan en herdenk je ook de NSB-ers en Duitsers? Kortom: je blijft met je handen af van de Indië-herdenking op 15 augustus. Hervormen? Inclusiever? Prima: maak de herdenking weer Indisch en geef ruimte aan Molukkers, Papoea's, Chinezen, Toegoenezen en aan alle andere etnische groepen uit Nederlands-Indië die voor hun koningin geleden hebben onder de Japanners en die jarenlang niet werden meegenomen in deze herdenking.

Als de koning straks een toespraak houdt bij het Indisch monument, dan hoop ik dat de kijkers thuis ook even denken aan koningin Wilhelmina. Op 8 december 1941 verklaarde zij de oorlog aan Japan en riep zij de onderdanen in Indië op om te vechten, in de wetenschap dat de krijgsmacht al jaren wegbezuinigd was, waardoor het bij voorbaat een verloren strijd zou zijn. 

Denk dan ook even aan de nasleep van de oorlog: aan alle ellende die onze ouders en familie hebben ondergaan, bijvoorbeeld de wanstaltig slechte opvang in Nederland. Om van de opvang van hun Molukse lotgenoten in o.a. ex-concentratiekampen Westerbork en Vught nog maar niet te spreken.

Ach, na 15 augustus gaat iedereen weer over tot de orde van de dag, tot men twee dagen later wat onwetende Indo jeugd met een volmondig 'merdeka' de merah putih ziet posten op instagram. Welkom 75 jaar bersiap. 


Boksbal

Hoe vaak en hoe hard moet de Indische gemeenschap nog vernederd en geslagen worden door de Nederlandse overheid? Was op 8 maart jl. niet symbolisch de oorlog verklaard aan de staat? Gaan we nu op 15 augustus de volgende vernedering slikken bij het Indisch monument dat elk jaar minder Indisch wordt, totdat de herdenking verdwijnt en opgaat in 4 en 5 mei? Gaan we door totdat men ons volledig heeft uitgegumd? 

Natuurlijk doen we dat. We slikken de vernedering wel weer weg met tjendol en spekkoek. En daarna gaan we naar de pasar malam. Terwijl we eigenlijk op 15 augustus bij dat Indisch monument massaal als een muur om de laatst levenden van onze 1e en 2e generatie zouden moeten gaan staan om hen te beschermen tegen de zoveelste vernedering, tegen de onoprechte toespraken van politici die ons voor het 75e achtereenvolgende jaar hebben ontrecht en genegeerd. Eigenlijk zou, hypothetisch gezien, hén moeten worden verboden om op 15 augustus bij 'ons' Indisch monument in de buurt te komen. Maar dat doen wij niet, want we hebben immers een beleefd, onderdanig imago. En we hebben ons zó netjes aangepast! 

Wim Kan zei ooit over de beruchte Birmaspoorweg: "Er leven haast geen mensen meer die het kunnen navertellen." Nog even en er leeft niemand meer die zich de Indische gemeenschap nog kan herinneren. En dat hebben we zelf toegelaten.


©Anneke van de Casteele



maandag 4 mei 2020

Bevrijding

Als je maandenlang dagelijks overspoeld wordt door bevrijdingsspotjes, bevrijdingsjournaals en al dan niet gepimpte nationale saamhorigheidsliederen op tv en radio, terwijl er in je hart een andere oorlog woedt die stelselmatig door de media wordt genegeerd, dan gaat mijn bevrijdingsfakkel vanzelf uit. En dan schrijf je er een gedicht over.

Het einde van de Tweede Wereldoorlog was niet op 5 mei 1945, hoe vaak de media het ook als een mantra blijven herhalen. Aan de andere kant van het koninkrijk was het nog ruim drie maanden volop oorlog. En daarna ontketende Nederland er een volgende. Mijn gedoofde fakkel verkeert op 5 mei in het goede gezelschap van mijn uitgeschakelde tv. Ieder z'n feestje. 

©Anneke van de Casteele



zondag 11 augustus 2019

Een Indische schaduw

Herinneren
Als augustus aanbreekt, dienen zich automatisch allerlei herinneringen aan. Eigenlijk doen ze dat altijd wel, maar in augustus is het altijd erg druk in mijn hoofd. Het is natuurlijk ook een maand vol herdenkingen, tenminste, als je iets met Indië hebt. De hoofdrolspelers in de herinneringen die deze maand bij mij oproept zijn veelal familieleden, mensen die ik gekend heb en die indruk op mij hebben gemaakt. Zo dwaalden vandaag mijn gedachten af naar een man die ik nog altijd mis. In één seconde was ik terug in Den Haag, een jaar of twintig geleden.

Het was druk bij de tramhalte. Mijn oom bracht mij na vrijwel elk bezoek, zoals het een echte Indische gentleman betaamt, netjes naar Den Haag Centraal. 
'Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn.'
Ik had geen bezwaar tegen mijn struise bodyguard. Ondanks zijn hoge leeftijd en zijn wat moeizame tred was mijn vaders oudste broer nog altijd een verschijning die met zijn rijzige gestalte vanzelf respect afdwong. Hij was voor de duvel niet bang en al helemaal niet voor luidruchtige trampassagiers of opgeschoten gespuis. 

De paar met graffiti bekladde bankjes in het wachthokje waren al bezet toen we ons bij de wachtenden voegden. Een jonge man vouwde zijn krant op en bood mijn oom beleefd zijn zitplaats aan. 'Wilt u zitten, meneer?'
Een paar oude Indische ogen die in al die jaren al meer hadden gezien dan menigeen lief zou zijn, keken de man resoluut aan. 
'Nee dank u, meneer. Ik heb al drie jaar gezeten. In Japan.'
Hetzelfde ritueel herhaalde zich nadien in de tram meestal nog een keer of twee. Mijn oom bleef staan. Ook in de tram. Hij hield zich dan extra stevig vast en staarde strak naar buiten. Naar wat zich werkelijk zoal voor zijn ogen voltrok, kon ik toen slechts gissen. 

Zo ging het altijd. En altijd weer liet hij de goedbedoelende reizigers verbouwereerd achter. Zij begrepen de oude Indischman niet en dachten vast dat hij maar wat kletste. Als Indisch kind begreep ik uiteraard dat hij doelde op de oorlog. Maar het zou nog jaren duren voordat het écht bij mij binnenkwam. Ik heb het geweten.

Het 'Indisch zwijgen' was ook mijn oom niet geheel vreemd. Pas op hoge leeftijd liet hij zich soms het een en ander ontvallen over zijn oorlogstijd in Japanse krijgsgevangenschap. Dat gebeurde vaak op de meest onverwachte momenten, meestal als hij even rustig op een bankje zat in Kijkduin of tijdens het oppeuzelen van zijn Indische maaltijd. Dan scheen hij plots een flashback te krijgen die hem zodanig leek te kwellen dat die er per se uit moest. Pas dan had hij de spoken uit het verleden bedwongen en kon hij weer zijn oude vrolijke zelf zijn. 

Zo floepte er tijdens een etentje waarbij het gesprek over Hollandse koetjes en kalfjes ging, er ineens uit dat hij 'daar' was toen 'de bom' viel. Flarden van gruwelijke herinneringen aan de meest wrede uitvinding in de geschiedenis van de mens overspoelden de eettafel, om vervolgens weer voor onbepaalde tijd weg te ebben, plaats makend voor lemper en stilzwijgen.

Mijn oom was een bijzonder mens. Hij was een hibakusha, het Japanse woord voor slachtoffer of overlevende van de Amerikaanse atoombommen. De schaduw van Hiroshima heeft hem noch mij echter nooit meer verlaten. Ook al is hij mij reeds jaren geleden ontvallen, zijn no-nonsense spirit, humor en veerkracht leven voort.

Vele jaren later had ik het voorrecht om nog zo'n bijzonder mens te leren kennen. Ik werd gevraagd om een gedicht uit het Engels te vertalen ter gelegenheid van een herdenking voor de slachtoffers van de atoombom op Nagasaki. De schrijver van het gedicht, Rudi Hoenson (96) is eveneens een hibakusha. Hij overleefde de atoombom van Nagasaki, waar hij drie jaar als krijgsgevangene dwangarbeid moest verrichten op de scheepswerven van Mitsubishi. Het kamp waar hij geïnterneerd was, Fukuoka 14, bevond zich midden in het rampgebied. Wat daar gebeurd is op 9 augustus 1945, drie dagen nadat de eerste atoombom, 'Little Boy' Hiroshima verwoestte, is onmenselijk gruwelijk. Dat er buiten de Japanse slachtoffers ook geallieerde krijgsgevangenen slachtoffer werden van de twee atoombommen, wordt helaas maar al te vaak vergeten. De tweede atoombom, 'Fat Man', tekende Nagasaki én Rudi voor het leven, zoals Hiroshima dat van mijn oom heeft getekend. Wij kunnen ons de verschrikkingen die zij hebben doorstaan niet of nauwelijks voorstellen, al doen we nog zo ons best.

Herdenken
Indische ogen vertellen wat de mond niet zeggen kan. Veel oorlogsslachtoffers krijgen op latere leeftijd opnieuw te maken met hun oorlogstrauma's. Nachtmerries, angsten en depressies eisen alsnog meedogenloos hun tol - met rente. Verwerking van trauma's is voor ieder mens anders, elk mens is immers een individu. Mijn oom verwerkte zijn trauma's in stilte, tot hij niet langer kon zwijgen. Vrijwel niemand wist van zijn doorstane pijn en ellende. Voor Rudi betekende het schrijven van een gedicht verwerking en tevens vestigt hij er de aandacht mee op de geallieerde slachtoffers van Nagasaki. Door over zijn ervaringen te vertellen geeft hij zijn verhaal en dat van zijn mede-krijgsgevangenen door aan de volgende generaties.

Ik ben er van overtuigd dat herdenken vaak rust kan geven en op een positieve manier kan bijdragen tot verwerking van oorlogstrauma's. Herdenken is daarnaast onmisbaar voor de historische overdracht, met name als het gaat om de kennis van ons Indisch verleden. Want daarmee is het bedroevend slecht gesteld. Daar durf ik gerust een weddenschap tegenaan te gooien. 

In mijn directe omgeving heb ik het afgelopen jaar iedereen enigszins gepolst over de bij hen aanwezige kennis van het Indische deel van onze geschiedenis. Of liever, de afwezigheid ervan. Een kop thee en een goed gesprek zijn daarbij een goede combinatie gebleken. Er is echt geen riant gesubsidieerd onderzoek voor nodig om te peilen waar de schoen wringt. Zo was 'Hiroshima' wel bekend, maar de aanleiding voor de atoombom niet en 'Nagasaki' riep al helemaal geen herkenning op. Wat mij nog het meest opviel was dat niemand (!) wist wat er op 15 augustus herdacht wordt. Zeer pijnlijk. 'Nederlands-Indië een voormalige kolonie? Nooit geweten.' 

Dat onderwijs de grote boosdoener is behoeft geen verdere uitleg. De mensen met wie ik heb gesproken brachten dat zelf ook steeds naar voren. De media zouden overigens ook best een opfriscursus kunnen gebruiken, sowieso als het om herdenken gaat. Jaarlijks zien we bijvoorbeeld wel Hiroshima voorbijkomen, maar voor Nagasaki is nauwelijks tot geen aandacht,. Ook dit jaar bleef het stil in de Nederlandse media. Nagasaki wordt meestal in één adem genoemd met Hiroshima and that's it (enkele uitzonderingen uit het verleden daargelaten). Over de geallieerde slachtoffers van beide atoombommen wordt eveneens gezwegen. Ik vind dat buitengewoon onacceptabel. 

Schaduwen
Zoals Nagasaki in de donkere schaduw van Hiroshima wordt geduwd, verdwijnt 15 augustus achter de coulissen van 5 mei. Op 15 augustus gaat het leven in Nederland gewoon door, terwijl wij allen wel dienen stil te staan bij (4 en) 5 mei. Dat laatste is natuurlijk niet het issue hier, integendeel. Het gaat mij er juist om dat 15 augustus voor heel Nederland een speciale herdenkingsdag wordt, niet enkel voor degenen die 'iets met Indië hebben'. En dat mag ook best na bijna 75 jaar. Al was het alleen maar uit respect voor wat de slachtoffers van de Japanse bezetting hebben moeten doorstaan. 

Gelukkig zijn er heel veel lokale herdenkingen in het land, maar het herdenken beperkt zich grotendeels tot direct betrokkenen. En ja, er is een TV-uitzending, maar de media-aandacht is nog steeds Klein Duimpje vergeleken bij de reuzen van 4 en 5 mei. Gooi die BV Nederland nu eens gewoon dicht op 15 augustus, voor mijn part ook eens in de vijf jaar, net als bij 5 mei. Begin er maar in 2020 mee, als het 75 jaar geleden is dat er 'officieel een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog voor het Koninkrijk der Nederlanden'. Wordt het niet eens tijd dat het Indisch verleden uit de schaduw van dit Koninkrijk treedt? 

Als je de herdenking presenteert als 'Nationale herdenking 15 augustus 1945', zorg er dan ook potdorie voor dat het een echte nationale herdenking wordt, voor elke Nederlander, ongeacht afkomst. Anders staat het woord 'nationale' daar gewoon maar wat te staan en wordt de melati gewoon zomaar een leuk bloempje.

©Anneke van de Casteele



dinsdag 14 augustus 2018

zaterdag 5 augustus 2017

AUGUSTUS IS DOOD, LANG LEVE SEPTEMBER

Het is augustus. It's that time of year again. Je ontkomt er niet aan: eens per jaar komt die maand voorbij. Lekker weer, terrasjes, vakantie en oorlog. Augustus is een maand van contrasten en zomergasten. Ik kan niet wachten tot september.

Verheven keizers
De maand augustus dankt zijn naam aan een Romeinse keizer. Slimme zet van meneer Augustus, want hoewel bijna geen kip meer weet wat zijn roemruchte daden waren, wordt de hele aardbol elk jaar 31 dagen lang met zijn naam geconfronteerd. De naam 'Augustus' betekent 'de verhevene'. Daar hebben wel meer keizers last van, van die hoogmoedswaanzin. Bij 'augustus' denk ik echter eerder aan zijn Aziatische collega, de keizer van Japan, dan aan een Romein.

Ik vind augustus geen leuke maand. Wat mij betreft mag juli gewoon 62 dagen hebben. De eerste dag van de gevreesde maand is al meteen raak: op 1 augustus 1944 schrijft Anne Frank voor het laatst in haar dagboek. Een paar dagen later, op 4 augustus, wordt ze opgepakt en keert nooit meer terug. Haar dagboek overleeft haar. Aan de andere kant van de wereld moet mijn vader - en honderdduizenden met hem - dagelijks buigen voor de Japanse keizer Hirohito, de bondgenoot van Hitler. 

Het begin van het einde
Op 6 augustus gooien de Amerikanen de eerste atoombom op Hiroshima, Japan, waarmee het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië begint. Een atoombom met de dubieuze bijnaam Little Boy. Het is het meest afschuwelijke wapen dat de mens ooit heeft uitgevonden. Moderne breinen kunnen zich er nauwelijks iets bij voorstellen. Een paddenstoel van rook, hoog in de lucht. Een zwart-wit beeld in een stoffig Polygoon-journaal. Dan heb je het wel gehad. Mijn oom, dienstplichtig KNIL-militair, was op dat moment krijgsgevangene in Hiroshima. Hij heeft het overleefd. Erover praten kon hij pas vlak voor zijn dood.

Een paar dagen later dropt president Truman een tweede atoombom, ditmaal op Nagasaki: de Fat Man. 'Nagasaki' is bij herdenkingen vaak een vergeten woord. De aandacht gaat voornamelijk naar Hiroshima. In Nagasaki bevonden zich echter ook geallieerde krijgsgevangenen, die dwangarbeid moesten verrichten in de mijnen en op de scheepswerven van Mitsubishi, hetzelfde bedrijf dat nu de meeste van onze moderne Hollandse windmolens fabriceert. 

Als de atoombommen niet waren ingezet.. Ik weet het. Maar hopelijk vindt u het niet erg als ik bij de gedachte aan de honderdduizenden doden geen jubelstemming krijg. Nucleaire straling werkt overigens nog jarenlang door bij degenen die de bommen overleefden. Jubelig word ik evenmin bij het idee dat wereldleiders met hoogmoedswaanzin vandaag de dag beschikken over kernwapens en elkaar er zonder enige gêne mee uitdagen. Je vraagt je af waar hun hersens zitten.

Bevrijdingsdag
Japan capituleert op 15 augustus 1945. Daarmee komt, volgens de officiële lezing, "officieel een einde aan de Tweede Wereldoorlog voor het Koninkrijk der Nederlanden." Het klinkt mooi, maar de werkelijkheid zit iets anders in elkaar. De oorlog in Nederlands-Indië hield helemaal niet op. Geen Bevrijdingsdag voor honderdduizenden Indische Nederlanders in of buiten de kampen, maar de aanvang van een lange periode van geweld en doodsangst.

Twee dagen later leest Soekarno de onafhankelijkheidsverklaring van Indonesië voor, op 17 augustus 1945. Voor de Indo's in de Gordel van Smaragd betekent dit een vogelvrijverklaring. Ze belanden van de ene oorlog in de andere: eerst de bersiap en vervolgens een bloedige onafankelijkheidsoorlog die tot 1949 zou duren. Nederland erkende namelijk de onafhankelijkheid niet en zette in op militair ingrijpen, met het eufemisme van de eeuw: de "politionele" acties. Intussen weten we dat het een sale guerre was, een vuile oorlog, niets meer en niets minder. De vuile oorlog die uiteindelijk uitmondde in de diaspora van de Indo, beiden afwezig in de geschiedenisboekjes.

Herdenken
We herdenken het einde van de Tweede Wereldoorlog in het Koninkrijk. Ik herdenk de slachtoffers die niet worden herdacht omdat ze niet 'hip' genoeg zijn of geen politiek correct herdenkingsmateriaal. Ik gedenk de Molukse KNIL-militairen. Ik gedenk het leed dat mijn dierbaren hebben ondergaan en met hen honderdduizenden anderen. Ik gedenk het feit dat Nederland haar staatsburgers van gemengden bloede al 72 jaar in de kou laat staan en weigert haar verantwoordelijkheid te nemen voor het uitbetalen van 3,5 jaar achterstallige salarissen en soldij aan de nabestaanden van hen die in het Jappenkamp moesten buigen voor de Japanse keizer tot ze eraan bezweken.

Ik herdenk wanneer ik wil en hoe ik wil. Dat houdt in dat ik geen datum nodig heb en al helemaal geen toneelvoorstelling op TV, waarbij de bobo's van de Indische gemeenschap diep buigen om hun dik gesubsidieerde kransjes te leggen bij een monument, terwijl ze achter de schermen de belangen van de mensen die zij beweren te vertegenwoordigen schaamteloos hebben verkocht aan de Staat der Nederlanden. Buigen voor de Jap hoeft niet meer, dan maar buigen voor de Belanda?

Mijn oom zei: "Ik buig voor niemand. Nooit meer." Dat herdenk ik. Augustus is dood, lang leve september.

©Anneke van de Casteele



zondag 14 augustus 2016

HET MONUMENT VAN VIJFTIEN-ACHT - gedicht

Omdat herdenken een zaak van oprecht respect is en niet van het etaleren van politiek correcte sympathie. Omdat de oorlog niet ophield op 15 augustus 1945. 

© Anneke van de Casteele


maandag 25 april 2016

OMA’S PANNETJE – kort verhaal

Zwijgzaam hangt oma’s pannetje aan mijn maagdelijk witte keukenmuur. Één stille getuige van duizenden selamatans en familiediners. Oma’s pannetje heeft net als opa jaren trouwe dienst gedaan; opa in het KNIL en het pannetje in oma’s keuken, daarna in die van mijn moeder en later in de mijne. Het pannetje, een prachtig grijs geëmailleerd wadjannetje (je weet wel, zoals ze die niet meer maken tegenwoordig), heeft de meedogenloze tand des tijds wonderwel doorstaan. Wonderwel, want zelfs na ontelbare liters gloeiende sambal door de jaren heen, vertoont het pannetje nauwelijks slijtage. Mijn oma was er zuinig op.

Mijn oma sleepte haar pannetje overal mee naartoe. Nou ja, niet letterlijk overal natuurlijk, want als zij boodschappen ging doen of naar de kapper ging, liet ze het veilig thuis. Maar als er wat te vieren viel bij familie of als ze ‘gewoon’ even bij een kennis op bezoek ging, werd het pannetje zorgvuldig verpakt in keukenpapier en daarna in een plastic tas van V&D gewikkeld (ook al verdwenen, kasian). Samen met een heel arsenaal aan kruiden, potjes zelfgemaakte sambal en groente werd het pannetje dan in een grote boodschappentas naar de plek van bestemming vervoerd. ‘Je weet nooit toch? Altijd makkelijk. Je zult wel zien.’

En ‘zien’ deden we. Als oma haar derde kopje koffie op had en haar vijfde spritsje, glipte ze ongezien, gewapend met pannetje en boodschappentas, naar de keuken van de gastheer of –vrouw, om die vervolgens te verklaren tot ‘bezet gebied’. Het pannetje kon niet anders dan zich zonder enig verzet overgeven aan de kooklust van mijn oma, tot ieders groot plezier. ‘Laat haar maar even’ was dan het overbodige commentaar van mijn opa. Overbodig natuurlijk, want er kwam sowieso geen kip die keuken meer in (buiten die ene in oma’s boodschappentas). Wél eruit, maar daar had niemand problemen mee, zolang het maar op een schaal was, vergezeld van een parade van oma’s sauzen en sambals.

Het pannetje had een lange reis afgelegd. Samen met oma en opa was het min of meer onvrijwillig geëxporteerd naar Holland, meer dan een halve eeuw geleden. ‘Het verhaal van het pannetje’ vertelde mijn oma aan een ieder die het horen wilde. Hoe het pannetje er nog hing, toen zij terugkeerde na drieënhalf jaar gevangenschap in het Jappenkamp, hoe de plunderaars tijdens de bersiap wonder boven wonder het pannetje hadden gemist tijdens het leegroven van het huis in Batavia en hoe zij het pannetje onder in de houten kist had verstopt tijdens de bootreis naar Holland, in jurken en in een sprei gewikkeld. 

Steevast vertelde zij ook hoe graag zij die vervelende vent van het contractpension ermee op zijn kale knikker had willen slaan, maar het niet had gedaan omdat zij het pannetje beslist niet wilde beschadigen. Toen zij en opa eindelijk een eigen huurhuisje konden betrekken, ergens driehoog achter (maar gelukkig ver weg van ‘dat akelige pension’), was het pannetje het eerste stukje huisraad dat een ereplaatsje kreeg: aan de door oom Boy maagdelijk wit gekalkte muur van het keukentje, pal boven de keukentafel, zodat het meteen opviel als je binnenkwam.

Mijn moeder was ook altijd zuinig op het pannetje geweest. ‘Denk erom, voorzichtig, het is nog van oma!’ Mijn moeder had van oma én het pannetje koken geleerd. Ook zij kende ‘het verhaal van het pannetje’ en vertelde het in geuren en kleuren door aan een ieder die het horen wilde, toen oma het zelf niet meer kon. Ook aan een ieder die het niet horen wilde of die er volgens haar ‘Oost-Indisch doof’ voor was, maar ze vertelde het tóch. Met vallen en opstaan had het pannetje de kookkunsten van mijn moeder overleefd en uiteindelijk ook mijn moeder zelf.

Het pannetje dat drie generaties was meegereisd van tempo doeloe naar 2016 mag nu eindelijk eervol met welverdiend pensioen na al die jaren trouwe dienst. Oma is er al lang niet meer, het huisje driehoog achter ook niet en Indië ook niet meer. Maar bij mij heeft oma's pannetje een ereplaatsje gekregen, pal boven de keukentafel, zodat je het als eerste ziet als je binnenkomt. Ik gebruik het niet meer. Niet omdat het oud is of uit de mode, maar omdat ik het niet wil beschadigen. Daar aan dat veilige haakje aan de witte muur heeft het uiteindelijk de meeste kans dat het ook mij zal overleven. Net als dit verhaal.

©Anneke van de Casteele
Copyright - alle rechten voorbehouden. Overname is niet toegestaan.

maandag 21 maart 2016

VIJFENZESTIG - gedicht

Vandaag, 21 maart 2016, is het precies 65 jaar geleden dat de eerste Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen op de Lloydkade in Rotterdam arriveerden. Door de Nederlandse overheid op dienstbevel (!) naar Nederland gehaald voor een tijdelijk verblijf van zes maanden, om daarna terug te kunnen keren naar de hen beloofde vrije Republiek der Zuid-Molukken. 

In plaats daarvan volgde bij aankomst ontslag uit het KNIL en jarenlange erbarmelijke huisvesting in barakkenkampen, waaronder de voormalige concentratiekampen Westerbork en Vught. De Molukse groep werd opzettelijk buiten de Nederlandse samenleving geplaatst en genegeerd. Nederland brak een belofte en probeerde haar Molukse onderdanen die voor volk, vorst, vlag en vaderland hadden gestreden simpelweg te vergeten.

Ter nagedachtenis aan hen die 'dankzij' een politiek spel hun geboortegrond en hun families nooit meer zouden terugzien, heb ik dit gedichtje 'Vijfenzestig' geschreven.

MENA MURIA.

© Anneke van de Casteele