Posts tonen met het label nederlands-indië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nederlands-indië. Alle posts tonen

donderdag 30 juni 2022

Geen melati, maar spekkoek

Als het aan de Stichting Nationale Herdenking 15 Augustus 1945 ligt, wordt op 15 augustus voortaan Nationale Spekkoekdag gevierd, zo lijkt het. De stichting wil 'meer jonge mensen betrekken bij de herdenking' en dat doe je natuurlijk met een spekkoekwedstrijd. 
NEE. Gewoon: nee. 


Spekkoek-fotomomentje

Onlangs organiseerde de stichting in samenwerking met het Indische blad Moesson, een wedstrijd spekkoek-bakken, 'want eten hoort bij de Indische cultuur', aldus de stichting. Zowel thuisbakkers als toko's doen mee. De beste spekkoek van de toko's zal geserveerd worden tijdens de herdenking.

"De beste thuisbakker gaat met zijn of haar spekkoek op de thee bij voorzitter Thom de Graaf van de Raad van State. Daar zal een mooie foto worden gemaakt, die op de website en de sociale mediakanalen van Stichting Nationale Herdenking 15 Augustus 1945 wordt geplaatst." Bron: Omroep West

Uiteraard wordt dat een prachtig fotomomentje: de voorzitter van de Raad van State die met een Indische(?) thuisbakker herinneringen ophaalt aan die goede oude koloniale tijd, onder het genot van een lekker kopje koloniale Max Havelaar thee en een plakje Indische spekkoek (die eigenlijk van oorsprong niet Indisch, maar Portugees is: bebinca). Kolonialer kan het niet. Het roept nu al vergeelde beelden op van witte mannen in nog wittere tropenpakken, veranda's en buigende bedienden. Aah... tempo doeloe.

De Stichting Nationale Herdenking 15 Augustus 1945 (een hele mondvol, zelfs zonder spekkoek) lijkt de weg volledig kwijt te zijn. Ze bakken er met dit spekkoek-idee in elk geval helemaal niets van. Oorlogsleed herdenk je niet met een spekkoekwedstrijd, maar met respect. Zeker als je bedenkt dat duizenden in de Japanse concentratiekampen (en daarbuiten) moesten vechten om een rijstkorrel of bezweken aan honger, ziekte of mishandeling. Het is simpelweg ongepast. Wat is in hemelsnaam de link tussen spekkoek en de herdenking van de Japanse capitulatie? Lag de kampbeul van Tjideng soms uren op z'n knieën voor zijn oven om spekkoek te bakken voor de geïnterneerde vrouwen en kinderen? Belachelijk.


Verjonging

De stichting wil 'meer jonge mensen betrekken bij de herdenking', dus dan organiseer je een spekkoekwedstrijd? Serieus? Want 'spekkoek staat symbool voor de Indische cultuur' en 'eten hoort bij de Indische cultuur.' Hou toch op. Een kortzichtiger stereotype kom je zelden tegen. Daar is vast heel lang over vergaderd, onder het genot van een zakje subsidie.

Veel mensen zien de Indiëherdenking elk jaar minder Indisch worden. Die kritiek is mijns inziens meer dan terecht. De ceremonie wordt elk jaar 'witter'. Bovendien wordt 15 augustus steeds verder opgeslokt door 4 en 5 mei met een vleugje 17 augustus. Het is leuk dat je de herdenking inclusiever wilt maken en jongere mensen wilt aanspreken, maar dat doe je niet met spekkoek. Dat doe je met gedegen educatie. 

Hierin ligt een taak voor de overheid: veranker de geschiedenis van Nederlands-Indië nu eindelijk eens in het curriculum. En dan heb ik het niet over die vooringenomen 'onderwijscommissie' die zich vanuit de collectieve erkenning  met dit onderwerp bezighoudt, maar over gedegen onderwijskundigen en historici die een eerlijk en evenwichtig beeld neerzetten. 

Zolang het curriculum niet gewijzigd is, ligt de voorlichting over de historische achtergrond van de herdenking bij de organisatie ervan. Zorg ervoor dat scholen en media weten wat er op 15 augustus herdacht wordt. Het gaat hier om een herdenking, geen spekkoek-evenement. Anders kan de stichting haar naam beter veranderen in de stichting Nationaal Stereotypen & Spekkoekfestijn. Zend dan die herdenking voortaan ook maar uit op 24Kitchen.


©Anneke van de Casteele

Spekkoek of Bebinca?


dinsdag 22 februari 2022

Onderwijs over Nederlands-Indië ten dode opgeschreven

Het dubieuze Dekolonisatie-onderzoek gaat voorgoed het onderwijs over de geschiedenis van Nederlands-Indië veranderen. Na jaren van protest en klachten uit de Indische en Molukse gemeenschap over het gebrekkige curriculum voor basis- en voortgezet onderwijs op dit punt, wordt onze geschiedenis nu in de ramsj gegooid: verkocht aan Indonesië voor 30 zilverlingen en wat handelsbelangen.

Normaliter duurt een wijziging van het curriculum, in het kort: de verplichte lesstof voor basis- en voortgezet onderwijs, minimaal 2 jaar. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) moet hiervoor groen licht geven aan de Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) die de scepter zwaait over de eisen waaraan lesstof moet voldoen. Vandaag blijkt echter dat het hele proces al lang in werking is gezet: docenten en uitgevers van lesmateriaal lopen op de zaken vooruit en passen hun lesstof nu al aan. Goede zaak, zou je zeggen, het is hoog tijd. Spoiler: als iets te mooi lijkt om waar te zijn, dan is dat ook meestal zo.

Vandaag kopt Nu.nl namelijk 'Aanpassen verplichte lesstof Indonesië duurt jaren, maar onderwijs pakt door'. Indonesië - niet voormalig Nederlands-Indië. Dat is al een slechte voorbode. Dan lezen we: 

Het gaat minimaal twee jaar duren voordat scholieren als verplichte examenstof moeten weten dat Nederland structureel buitensporig geweld heeft gepleegd en gedoogd tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog (1945-1949). Dat stelt de (SLO) dinsdag tegenover NU.nl. (...) Docenten en uitgevers van lesmateriaal wachten dat niet af. Ze passen nu al hun lesmethoden aan op de uitkomsten van een recent door de Staat betaald onderzoek over de Onafhankelijkheidsoorlog.

Dus, beste lezer, ONGEACHT het feit dat dit onderzoek nu al eenzijdig is gebleken en op cruciale vlakken onjuistheden bevat.

Alderik Visser (SLO): "Je ziet dat uitgevers van lesmateriaal nu al meebewegen met de nieuwe feiten die de laatste tijd bekend zijn geworden over de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog." 

Bent u al wakker, beste lezer?

Ook het voortgezet onderwijs speelt in op recente ontwikkelingen. "Elke docent die de ontwikkelingen rond de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog heeft meegekregen, zal nu al zijn lesstof aanpassen", zegt een woordvoerder van SLO namens OCW. De VO-raad onderschrijft de uitspraken van SLO. "Leraren spelen in op ontwikkelingen in de maatschappij. Geschiedenisdocenten lezen ook de krant." SLO heeft "vergevorderde plannen" rond wat scholieren de komende tien jaar verplicht moeten weten en leren. Die plannen komen naar verwachting in maart naar buiten.

Wacht even, dus waar de Indische gemeenschap al jaren om vraagt en waarover diverse moties in de Tweede Kamer zijn ingediend kon niet, maar nu is pro-Indonesisch aanpassen ineens wél mogelijk en dan ook nog in een versneld tempo? Een dikkere verborgen agenda als deze kom je niet vaak tegen.

Educatieve uitgeverij ThiemeMeulenhoff heeft in samenwerking met het Rijksmuseum extra lesmateriaal ontwikkeld voor het vmbo en het mbo over de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog naar aanleiding van de omstreden tentoonstelling Revolusi,

Dekolonisatie-onderzoeksleider Frank van Vree vond na kritiek die Indonesië-experts uitten dat het rapport beter de term oorlogsmisdaden had kunnen gebruiken. Naar de hevige kitiek van Indische Nederlanders over bijvoorbeeld de overduidelijk gemanipuleerde onderzoeksresultaten van het Bersiap-deelonderzoek wordt dus niet geluisterd.

Als u daarnet nog niet wakker was, dan bent u het nu.

Al jaren wordt er vanuit de Indische en Molukse gemeenschap geklaagd over de slechte staat van het onderwijs waar het de koloniale geschiedenis betreft, met name over voormalig Nederlands-Indië. Lesmethoden zijn summier en verouderd, Generaties Nederlanders weten niets van Nederlands-Indië, weten het verschil niet tussen een Indonesiër en een Indische Nederlander, hebben nog nooit van Bersiap gehoord of van een Japans concentratiekamp. Het is uitermate slecht gesteld met de beeldvorming, wat tot vervelens toe te zien is aan ontelbare fouten in lesmethoden en in de media.

Ik schrijf erover sinds 1995 en de afgelopen jaren ook via mijn blog en diverse andere kanalen: 'Het onderwijs moet op de schop! De Nederlands-Indische geschiedenis dreigt te worden uitgewist! Laat uw stem horen!' Voor deze ene keer is het absoluut NIET leuk om gelijk te hebben.


Oorlogsmisdaden

Voormalig staatssecretaris Blokhuis van VWS heeft onlangs de 'Commissie versterking kennis geschiedenis voormalig Nederlands-Indië' ingesteld, gesubsidieerd met geld uit de omstreden Collectieve Erkenning. Gezien het feit dat enkele leden van deze commissie ook deel uitmaken van het onderzoeksteam van het Dekolonisatie-onderzoek, kan van onafhankelijkheid en zuiverheid geen sprake zijn. Hiermee is de educatie rondom Nederlands-Indische geschiedenis niet in goede handen en het ziet er naar uit dat deze gekleurd zal worden door politieke belangen. 

Beeldvorming over Nederlands-Indië, Indische Nederlanders, Molukkers, Papua's en andere etnische groepen uit de voormalige kolonie gaat bijgekleurd worden met een rood-wit 'woke' sausje. De geschiedenis van wie wij zijn en waarom wij hier zijn gaat officieel de kliko in - of de doofpot, net wat u wilt. En dat komt de Staat der Nederlanden prima uit. Dan is ze ook meteen af van alle claims en de voor rechtsherstel vechtende Indo's, Molukkers en Papua's. Het kost wel wat, maar dan heb je ook iets. De investeringen in Dekolonisatie-onderzoek en de Collectieve Erkenning betalen rijkelijk uit, aangezien die kosten een fooi zijn vergeleken bij wat de Staat de Indische gemeenschap nog schuldig is aan nooit uitbetaalde salarissen (backpay) en schadevergoedingen. Tel uit je winst.

Al deze ontwikkelingen zijn een poging van de Staat om de Indische gemeenschap, Molukkers en Papua's voorgoed het zwijgen op te leggen, monddood te maken. Goh,  die Indo's waren veel leuker toen ze nog zwegen. Nou, dat 'Indisch zwijgen' staat niet in mijn woordenboek en het zou ook niet in het uwe moeten staan. Als wij niet massaal onze mond opendoen en onze geschiedenis zelf aan de jongere generatie doorgeven, wordt Nederlands-Indië straks voorgoed in het curriculum geschreven onder de kop 'Oorlogsmisdaden'. 


Mea culpa, mea maxima culpa

Politiek en economie is een Siamese tweeling. De Indische geschiedenis wordt opgeofferd voor economische belangen, om Indonesië te vriend te houden. De excuses van Rutte aan Indonesië zijn slechts een formaliteit, waaraan vele (financiële) voordelen kleven. Ik ben benieuwd hoeveel Nederlandse bedrijven straks Borneo gaan ontginnen voor Jokowi's nieuwe hoofdstad Nusantara. Dat Indonesië naar goed oud-Hollands voorbeeld mensenrechten schendt en o.a. de Molukken, West-Papua en Aceh koloniseert, doet er voor 'integer' Nederland niet toe. De kolonisator is dood, lang leve de kolonisator. Hoe onafhankelijk is Indonesië eigenlijk? En hoe kolonisator-af is Nederland? Does neo-kolonialisme ring a bell?

Met het Dekolonisatie-onderzoek worden door de Staat vele vliegen in 1 klap geslagen. Het onderwijs is de sleutel tot de toekomst en de klap op de vuurpijl. En ach, we veranderen wat geschiedensboekjes en over een jaar of 10 halen we heel Nederlands-Indië er gewoon helemaal uit. Dan hebben we er geen actieve herinnering meer aan.

Beste Indische Nederlanders, Molukkers en wat dies meer zij: Mark Rutte heeft zojuist uw geschiedenis schaamteloos verkocht aan Indonesië. Geschiedvervalsing is blijkbaar een stuk goedkoper dan voor eerlijk en evenwichtig onderwijs voor uw kinderen te zorgen.

Welterusten, selamat tidur!


©Anneke van de Casteele



zaterdag 14 augustus 2021

Oprecht

Het is weer 15 augustus, ooit bekend als de dag van de Indiëherdenking. Dat 'Indië' verdwijnt elk jaar steeds meer naar de achtergrond. De gebruikelijke plechtigheden zijn steeds minder een weergave van de mensen met wortels in het land dat zich slingert om de evenaar. Waar zijn bijvoorbeeld de Molukkers, Papua's, Chinezen - en Indo's? Ik herken mij niet meer in de 'Indiëherdenking'. En laten we eerlijk zijn: Nederland staat niet stil bij 15 augustus, Japanse bezetting of bersiap. Zelfs niet na 76 jaar. Want we hebben 5 mei al. De 4 en 5 mei herdenkingen slokken langzaam maar zeker 15 augustus op. En 'wij' laten het gebeuren. Tenzij je je laat horen.



donderdag 10 juni 2021

De Molukse 'Monumentaire' van Coen Verbraak

Dat journalist en historicus Coen Verbraak garant staat voor diepgaande, spraakmakende out-of-the-box kwaliteitstelevisie wisten we. Dat hij de Nederlandse televisiekijker in 4 weken zou weten te winnen voor het Molukse verhaal is ongekend. De documentaire 'Molukkers in Nederland, 70 jaar op weg naar huis' schrijft tv-geschiedenis. 


Bij de kladden

Verbraak grijpt de kijker bij de kladden. Subtiel en onverwacht. Net zoals je leraar vroeger ineens achter je stond als je drukker bezig was met alles behalve je werk. 'En nu ga je zitten, mond dicht en luisteren.' Nou, dat hebben we gedaan. En we hebben het geweten ook. Voor de één zijn de beelden een eerste kennismaking, voor de ander betekenen ze herkenning. Eén ding is zeker: ik heb in elk geval 100 keer liever Verbraak voor de klas dan mijn geschiedenisleraar van vroeger.

In de 4-delige documentaire komen Molukkers aan het woord, bekende en minder bekende. Er zijn eerder sporadisch wat documentaires gemaakt over Molukse zaken, maar nooit eerder kwamen Molukkers zelf zo uitgebreid aan het woord. Bovendien rammelde er bij oudere programma's vaak van alles qua historische feiten. Als je een beetje op de hoogte bent van de koloniale geschiedenis, dan zap je bij de zoveelste feitenfout al na een paar minuten met gekromde tenen weg. Maar niet bij 'Molukkers in Nederland'. Daar kijk je ademloos en zonder gebruikelijke plaspauze naar. Verbraaks serie stijgt op historisch vlak ver boven de rest uit. Deze reeks blinkt uit, naast de bewogen persoonlijke verhalen, door de gedegen research van Sylvia Pessireron en Rens Broekhuis, die als een rode draad door de afleveringen heen loopt. Het eindresultaat is niet zomaar een dertien-in-een-dozijn documentaire. Het is een monument van kaliber, een respectvol historisch eerbetoon waar je niet meer omheen kunt. Ik noem het daarom liever een 'monumentaire'.  


Onbekend maakt onbemind

Het is toch eigenlijk dieptriest dat het Molukse verhaal bij het Nederlandse publiek vrijwel onbekend is of dat de kennis die men ervan meent te hebben eigenlijk berust op vooroordelen of scheefgegroeide beeldvorming. Onbekend maakt onbemind. Helaas, zo gaan die dingen. Geen enkele ex-kolonisator ziet graag zijn duistere geschiedenis onder ogen en verzwijgt deze daarom liever. Maar Nederland bakt ze wel erg bruin. Dat er 70 jaar gepasseerd is voordat men eindelijk eens naar de ander gaat luisteren is al erg genoeg. Maar dat er 400 jaar overheen gaat en dat men dan nog steeds niet de hand in de eigen koloniale boezem durft te steken, is toch wel bizar. Temeer omdat Molukkers aan het vroegste begin, aan de wieg van de welvaart van Nederland hebben gestaan. Zonder specerijen uit de Molukken geen handel. Zonder Molukkers geen Gouden Eeuw, waar ons land altijd zo prat op gaat - en die mag u best in uw oren knopen.


Gedeelde geschiedenis

Het is geen wonder dat het grote publiek onbekend is met de achtergronden van de aanwezigheid van Molukkers in dit koude kikkerlandje. Molukkers zijn nauwelijks onderdeel van het onderwijscurriculum. En als ze überhaupt in lesstof aan bod komen, komen ze bij lange na niet uit de verf of gaat het altijd weer over de acties van de jaren '70, zonder de voorgeschiedenis, de aanleiding voor de acties, correct weer te geven. Het is sowieso een pijnlijke gemiste kans om de geschiedenis van voormalig Nederlands-Indië, ooit het grootste wingewest van Nederland, geen prominentere plaats te geven in het curriculum. Uiteraard geldt dit ook voor de geschiedenis van de andere (voormalige) kolonies. Dat kan en moet veranderen als we onze gedeelde geschiedenis recht willen doen en elkaar beter willen begrijpen. Met dat 'gedeelde' hebben we nog altijd de meeste moeite. We voelden het niet. Verbraak liet ons heel even die pijn voelen, hún pijn - en dát is nieuw. Laat deze serie vooral een wake-up call zijn voor de Nederlandse regering en met name voor het Ministerie van Onderwijs.


Excuses

We zijn middels de serie getuige geweest van de ronduit schofterige behandeling van de Molukkers door de Nederlandse regering. Wie Molukkers in de vriendenkring of familie heeft, weet echter dat wat we op tv hebben gezien slechts een fractie is van het daadwerkelijke leed dat hen is aangedaan door de Haagse firma List & Bedrog. Een ordinaire handjeklapmissie tussen Nederland en haar destijds nieuwbakken handelspartner Indonesië - met als inzet duizenden mensenlevens die voorgoed zouden veranderen. Officiële excuses zijn hier zeker op zijn plaats. Het bijbehorende zalvende bosje bloemen mag worden vervangen door eerlijk onderwijs en een compensatie. En met dat laatste bedoel ik geen symbolische afkoopsom c.q. aalmoes in de vorm van subsidie, zoals bij de Indische gemeenschap is gebeurd, maar een fatsoenlijke compensatie speciaal voor Molukse gedupeerden. 


Perspectieven

De serie 'Molukkers in Nederland' biedt perspectieven voor de toekomst. Mijn onderwijshart gaat sneller kloppen van documentaires als deze. De mogelijkheden om de serie vanaf nu ook te integreren in het voortgezet onderwijs zijn legio. Aangezien Den Haag waarschijnlijk nog wel even doorsnurkt, zijn creatieve docenten onder ons nu aan zet. 

De serie biedt echter ook perspectief voor een opvolger. Ik hoop dat de heer Verbraak mij toestaat om een bescheiden suggestie te doen. Er is nóg een vergeten groep in Nederland, afkomstig uit dezelfde voormalige Nederlandse kolonie, die in een enigszins vergelijkbare situatie verkeert: de Papoea's. Net als de Molukken wordt hun land, West-Papoea, op bloedige wijze bezet door Indonesië. Den Haag zwijgt en de rest van de wereld sluit de ogen voor de langzame genocide die zich daar voltrekt. Net als bij de Molukkers is het een kwestie van gebroken beloftes van Nederlandse zijde, transgenerationeel leed en een vrijheidsstrijd die tot op de dag van vandaag doorgaat. Als iemand hun verhaal kan vertellen, dan is het Verbraak. 


©Anneke van de Casteele



woensdag 12 augustus 2020

Handen af van de Indië-herdenking!

 Het jaar 2020 zou een belangrijk jaar zijn voor Indisch Nederland. Het is 75 jaar geleden dat er een einde kwam aan de Japanse bezetting van voormalig Nederlands-Indië. Daarmee eindigde ook de Tweede Wereldoorlog voor het koninkrijk der Nederlanden. Helaas markeert 2020 ook het 75e jaar van de niet afgeloste schuld aan de Indische gemeenschap. Het betekent ook 75 jaar van stelselmatig geschoffeerd te worden door de overheid, met als pijnlijke klap op de vuurpijl de excuses van de koning aan Indonesië tijdens het staatsbezoek in maart. De Indische gemeenschap in Nederland daarentegen wacht al 75 jaar tevergeefs op excuses, als dank voor hun loyaliteit aan dit land, vlag en koningshuis. 

Het is ook het 75e 'jubileum' van het Indische vechten tegen de Hollandse bierkaai: de staat der Nederlanden heeft zich op alle mogelijke manieren (vooral  juridisch) ingedekt tegen claims van gedupeerden en nabestaanden. Google maar eens op ‘backpay’. En dat is slechts één voorbeeld in een beschamend grote collectie staatsblunders.

We kijken terug op maar liefst 75 jaar (over)gedragen oorlogsleed. Leed dat dankzij het 'gedegen' Nederlandse onderwijs niet of nauwelijks bekend is, laat staan dat iemand zonder Indische roots stilstaat bij 15 augustus. 


Uitgummen

Het uitgummen van Nederlands-Indië, haar geschiedenis en haar nazaten heeft een nieuw dieptepunt bereikt. Nu moet de Nationale Herdenking 15 augustus 1945 (de Indië-herdenking) eraan geloven. Volgens sommigen is de Indië-herdenking niet meer van deze tijd en nodig aan hervorming toe. Ook Indonesiërs moeten volgens hen worden herdacht. In de uitzending van Nieuwsuur op 11 augustus 2020 werden een paar ‘Indië-kenners’ opgevoerd. Van de heer Bot kan ik me dat predikaat nog voorstellen, maar de andere twee hebben duidelijk de klok horen luiden, zonder te weten waar de klepel hangt. Deze pseudo-kenners spreken in elk geval NIET namens mij en evenmin hebben zij überhaupt enige millimeter mandaat van de Indische en Molukse gemeenschap.

De Indië-herdenking gaat niet over kolonialisme. Hij gaat ook niet over het lot van de romoesja’s (hoe gruwelijk ook) en al helemaal niet over Indonesiërs. Daarvoor moet je bij Indonesië zijn. Soekarno ronselde honderdduizenden romoesja’s voor de Japanners. Ga dat maar eens in Jakarta aankaarten. En als je er dan toch bent, neem dan meteen even de mensenrechtenschendingen van Indonesië mee, de kolonisatie en onderdrukking van de Molukken, West Papoea en Atjeh. 


Wit

De Indië-herdenking op 15 augustus hoort 'van ons' te zijn. We herdenken overleden familieleden die onder de terreur van de Japanse bezetter zijn bezweken. We herdenken het leed dat onze families is aangedaan. Dat gum je niet zomaar uit. Voor dat Indisch monument is trouwens jaren geknokt. Pas in 1988 werd het gerealiseerd, 43 jaar na de oorlog. We hebben de Indië-herdenking de afgelopen jaren al steeds witter zien worden. Genoeg is genoeg. Vraagt men zich soms ook af of de 4 mei-herdenking niet meer van deze tijd is? Als je dan zo graag wilt hervormen, dan pas je 4 mei toch aan en herdenk je ook de NSB-ers en Duitsers? Kortom: je blijft met je handen af van de Indië-herdenking op 15 augustus. Hervormen? Inclusiever? Prima: maak de herdenking weer Indisch en geef ruimte aan Molukkers, Papoea's, Chinezen, Toegoenezen en aan alle andere etnische groepen uit Nederlands-Indië die voor hun koningin geleden hebben onder de Japanners en die jarenlang niet werden meegenomen in deze herdenking.

Als de koning straks een toespraak houdt bij het Indisch monument, dan hoop ik dat de kijkers thuis ook even denken aan koningin Wilhelmina. Op 8 december 1941 verklaarde zij de oorlog aan Japan en riep zij de onderdanen in Indië op om te vechten, in de wetenschap dat de krijgsmacht al jaren wegbezuinigd was, waardoor het bij voorbaat een verloren strijd zou zijn. 

Denk dan ook even aan de nasleep van de oorlog: aan alle ellende die onze ouders en familie hebben ondergaan, bijvoorbeeld de wanstaltig slechte opvang in Nederland. Om van de opvang van hun Molukse lotgenoten in o.a. ex-concentratiekampen Westerbork en Vught nog maar niet te spreken.

Ach, na 15 augustus gaat iedereen weer over tot de orde van de dag, tot men twee dagen later wat onwetende Indo jeugd met een volmondig 'merdeka' de merah putih ziet posten op instagram. Welkom 75 jaar bersiap. 


Boksbal

Hoe vaak en hoe hard moet de Indische gemeenschap nog vernederd en geslagen worden door de Nederlandse overheid? Was op 8 maart jl. niet symbolisch de oorlog verklaard aan de staat? Gaan we nu op 15 augustus de volgende vernedering slikken bij het Indisch monument dat elk jaar minder Indisch wordt, totdat de herdenking verdwijnt en opgaat in 4 en 5 mei? Gaan we door totdat men ons volledig heeft uitgegumd? 

Natuurlijk doen we dat. We slikken de vernedering wel weer weg met tjendol en spekkoek. En daarna gaan we naar de pasar malam. Terwijl we eigenlijk op 15 augustus bij dat Indisch monument massaal als een muur om de laatst levenden van onze 1e en 2e generatie zouden moeten gaan staan om hen te beschermen tegen de zoveelste vernedering, tegen de onoprechte toespraken van politici die ons voor het 75e achtereenvolgende jaar hebben ontrecht en genegeerd. Eigenlijk zou, hypothetisch gezien, hén moeten worden verboden om op 15 augustus bij 'ons' Indisch monument in de buurt te komen. Maar dat doen wij niet, want we hebben immers een beleefd, onderdanig imago. En we hebben ons zó netjes aangepast! 

Wim Kan zei ooit over de beruchte Birmaspoorweg: "Er leven haast geen mensen meer die het kunnen navertellen." Nog even en er leeft niemand meer die zich de Indische gemeenschap nog kan herinneren. En dat hebben we zelf toegelaten.


©Anneke van de Casteele



zaterdag 20 juni 2020

Hier stond ooit JP Coen

"Hier stond ooit J.P. Coen,
'Held' met bebloed blazoen"

 Een bordje met bovenstaande tekst zou niet misstaan naast of op zijn lege sokkel. Nog mooier zou een extra regel zijn: "Dit voormalige symbool van Nederlands imperialisme is verplaatst naar de kelder van het Westfries museum, een eindje verderop."

Ah, wishful thinking... Het zou betekenen dat de gemeente Hoorn haar bezoedelde koloniale erfenis eindelijk onder ogen zag en de voorkeur zou geven aan het streven naar een inclusieve, racismevrije samenleving, in plaats van aan het voortzetten van de nietsontziende goudhonger van de vermaledijde Jan Pieterszoon Coen (JP voor intimi). De gemeente zou de eer aan zichzelf kunnen houden door het beeld aan een museum te schenken. Hoorn zou hierin een voorbeeldfunctie kunnen vervullen voor Nederland, Europa en de wereld. 

Hoorn is echter dol op toerisme. Het maakt schijnbaar niets uit of er sinds de plaatsing van het (overigens spuuglelijke) standbeeld in 1893 tot op de dag van vandaag forse kritiek is. De felbegeerde euro's van de nietsvermoedende toerist hebben de prioriteit. Dat in 2012 geplaatste 'infobordje' helpt niet tegen de controverse, gezien de vele selfies die men er maakt, vrolijk poserend met de 'Slachter van Banda'. 'Arme' JP. Tot in de dood wordt hij nu geëxploiteerd door zijn stadsgenoten, zoals hij zijn medemens ooit exploiteerde. Karma, it is a bitch. In elk geval kan hij tenminste nog rekenen op een bloemetje van zijn fanclub. Als JP zou weten dat deze aangevoerd wordt door nota bene een Indo, zou hij hem waarschijnlijk een afranseling geven waarbij de geseling van Saartje Speckx spontaan zou verbleken. 

Minder leuk is het feit dat Indische leden van de JP-fanclub het licht zelfs na 400 jaar nog steeds niet hebben gezien en als slaafse schoothondjes achter hun  'populiste homéopathiquement dilué' aan keffen. Zodra het licht hun reebruine ogen bereikt, zou het hen sieren solidariteit te tonen met Molukkers, Papoea's en andere mede-nazaten van voormalig Nederlands-Indië - en andere (al dan niet voormalige) kolonies als Suriname en de Antillen. Trots zijn op je Nederlandse roots is prima, niks mis mee. Maar trots zijn op de wandaden van foute koloniale kopstukken is het openlijk verloochenen van je Indonesische roots, je geschiedenis en je Nederlands-Indische identiteit. Opkomen voor je (ontnomen!) rechten als Indische Nederlander is iets anders dan het schaamteloos flirten met ultra-rechts. Daarmee speel je je ex-kolonisator in de kaart in zijn verdeel-en-heers spelletje. Zoals de grootste vredesactivist sinds het begin van onze jaartelling ooit zei: "Vergeef hen, want zij weten niet wat zij doen." Of geef hen een fatsoenlijk geschiedenisboek.

Coen staat daar best een beetje sukkelig op zijn antieke sokkel controversieel te wezen. Hij heeft zijn 'beste' tijd reeds lang gehad. En dat geldt ook voor vergelijkbare stenen, bronzen en ijzeren piraten, koningen en koopmannen uit de meest schaamtevolle periode van de Europese geschiedenis. Wijlen George Floyd heeft onbewust een wereldwijde stem gegeven aan de onderdrukten. We zijn getuige van het schrijven van geschiedenis: van het massaal opstaan tegen racisme en kolonialisme, maar helaas ook van het zich krampachtig vastklampen aan de laatste koloniale strohalmen. Het is hoog tijd dat de koloniale geschiedenis van Nederland op een eerlijke wijze onderwezen wordt, met ruimte voor meerdere perspectieven, niet enkel die van de ex-kolonisator. Die is lang genoeg aan het woord geweest. 

Op de sokkel van JP Coen hoort een fris, nieuw standbeeld te staan dat past bij deze tijd. Een beeld dat symbool staat voor vrijheid, bevrijding van kolonialisme, voor erkenning van de verzwegen geschiedenis. 

"Hier stond ooit J.P. Coen,
'Held' met bebloed blazoen
Na ruim vier eeuwen slavernij
Is Nederland nu eind'lijk vrij"


©Anneke van de Casteele




maandag 4 mei 2020

Bevrijding

Als je maandenlang dagelijks overspoeld wordt door bevrijdingsspotjes, bevrijdingsjournaals en al dan niet gepimpte nationale saamhorigheidsliederen op tv en radio, terwijl er in je hart een andere oorlog woedt die stelselmatig door de media wordt genegeerd, dan gaat mijn bevrijdingsfakkel vanzelf uit. En dan schrijf je er een gedicht over.

Het einde van de Tweede Wereldoorlog was niet op 5 mei 1945, hoe vaak de media het ook als een mantra blijven herhalen. Aan de andere kant van het koninkrijk was het nog ruim drie maanden volop oorlog. En daarna ontketende Nederland er een volgende. Mijn gedoofde fakkel verkeert op 5 mei in het goede gezelschap van mijn uitgeschakelde tv. Ieder z'n feestje. 

©Anneke van de Casteele



zondag 11 augustus 2019

Een Indische schaduw

Herinneren
Als augustus aanbreekt, dienen zich automatisch allerlei herinneringen aan. Eigenlijk doen ze dat altijd wel, maar in augustus is het altijd erg druk in mijn hoofd. Het is natuurlijk ook een maand vol herdenkingen, tenminste, als je iets met Indië hebt. De hoofdrolspelers in de herinneringen die deze maand bij mij oproept zijn veelal familieleden, mensen die ik gekend heb en die indruk op mij hebben gemaakt. Zo dwaalden vandaag mijn gedachten af naar een man die ik nog altijd mis. In één seconde was ik terug in Den Haag, een jaar of twintig geleden.

Het was druk bij de tramhalte. Mijn oom bracht mij na vrijwel elk bezoek, zoals het een echte Indische gentleman betaamt, netjes naar Den Haag Centraal. 
'Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn.'
Ik had geen bezwaar tegen mijn struise bodyguard. Ondanks zijn hoge leeftijd en zijn wat moeizame tred was mijn vaders oudste broer nog altijd een verschijning die met zijn rijzige gestalte vanzelf respect afdwong. Hij was voor de duvel niet bang en al helemaal niet voor luidruchtige trampassagiers of opgeschoten gespuis. 

De paar met graffiti bekladde bankjes in het wachthokje waren al bezet toen we ons bij de wachtenden voegden. Een jonge man vouwde zijn krant op en bood mijn oom beleefd zijn zitplaats aan. 'Wilt u zitten, meneer?'
Een paar oude Indische ogen die in al die jaren al meer hadden gezien dan menigeen lief zou zijn, keken de man resoluut aan. 
'Nee dank u, meneer. Ik heb al drie jaar gezeten. In Japan.'
Hetzelfde ritueel herhaalde zich nadien in de tram meestal nog een keer of twee. Mijn oom bleef staan. Ook in de tram. Hij hield zich dan extra stevig vast en staarde strak naar buiten. Naar wat zich werkelijk zoal voor zijn ogen voltrok, kon ik toen slechts gissen. 

Zo ging het altijd. En altijd weer liet hij de goedbedoelende reizigers verbouwereerd achter. Zij begrepen de oude Indischman niet en dachten vast dat hij maar wat kletste. Als Indisch kind begreep ik uiteraard dat hij doelde op de oorlog. Maar het zou nog jaren duren voordat het écht bij mij binnenkwam. Ik heb het geweten.

Het 'Indisch zwijgen' was ook mijn oom niet geheel vreemd. Pas op hoge leeftijd liet hij zich soms het een en ander ontvallen over zijn oorlogstijd in Japanse krijgsgevangenschap. Dat gebeurde vaak op de meest onverwachte momenten, meestal als hij even rustig op een bankje zat in Kijkduin of tijdens het oppeuzelen van zijn Indische maaltijd. Dan scheen hij plots een flashback te krijgen die hem zodanig leek te kwellen dat die er per se uit moest. Pas dan had hij de spoken uit het verleden bedwongen en kon hij weer zijn oude vrolijke zelf zijn. 

Zo floepte er tijdens een etentje waarbij het gesprek over Hollandse koetjes en kalfjes ging, er ineens uit dat hij 'daar' was toen 'de bom' viel. Flarden van gruwelijke herinneringen aan de meest wrede uitvinding in de geschiedenis van de mens overspoelden de eettafel, om vervolgens weer voor onbepaalde tijd weg te ebben, plaats makend voor lemper en stilzwijgen.

Mijn oom was een bijzonder mens. Hij was een hibakusha, het Japanse woord voor slachtoffer of overlevende van de Amerikaanse atoombommen. De schaduw van Hiroshima heeft hem noch mij echter nooit meer verlaten. Ook al is hij mij reeds jaren geleden ontvallen, zijn no-nonsense spirit, humor en veerkracht leven voort.

Vele jaren later had ik het voorrecht om nog zo'n bijzonder mens te leren kennen. Ik werd gevraagd om een gedicht uit het Engels te vertalen ter gelegenheid van een herdenking voor de slachtoffers van de atoombom op Nagasaki. De schrijver van het gedicht, Rudi Hoenson (96) is eveneens een hibakusha. Hij overleefde de atoombom van Nagasaki, waar hij drie jaar als krijgsgevangene dwangarbeid moest verrichten op de scheepswerven van Mitsubishi. Het kamp waar hij geïnterneerd was, Fukuoka 14, bevond zich midden in het rampgebied. Wat daar gebeurd is op 9 augustus 1945, drie dagen nadat de eerste atoombom, 'Little Boy' Hiroshima verwoestte, is onmenselijk gruwelijk. Dat er buiten de Japanse slachtoffers ook geallieerde krijgsgevangenen slachtoffer werden van de twee atoombommen, wordt helaas maar al te vaak vergeten. De tweede atoombom, 'Fat Man', tekende Nagasaki én Rudi voor het leven, zoals Hiroshima dat van mijn oom heeft getekend. Wij kunnen ons de verschrikkingen die zij hebben doorstaan niet of nauwelijks voorstellen, al doen we nog zo ons best.

Herdenken
Indische ogen vertellen wat de mond niet zeggen kan. Veel oorlogsslachtoffers krijgen op latere leeftijd opnieuw te maken met hun oorlogstrauma's. Nachtmerries, angsten en depressies eisen alsnog meedogenloos hun tol - met rente. Verwerking van trauma's is voor ieder mens anders, elk mens is immers een individu. Mijn oom verwerkte zijn trauma's in stilte, tot hij niet langer kon zwijgen. Vrijwel niemand wist van zijn doorstane pijn en ellende. Voor Rudi betekende het schrijven van een gedicht verwerking en tevens vestigt hij er de aandacht mee op de geallieerde slachtoffers van Nagasaki. Door over zijn ervaringen te vertellen geeft hij zijn verhaal en dat van zijn mede-krijgsgevangenen door aan de volgende generaties.

Ik ben er van overtuigd dat herdenken vaak rust kan geven en op een positieve manier kan bijdragen tot verwerking van oorlogstrauma's. Herdenken is daarnaast onmisbaar voor de historische overdracht, met name als het gaat om de kennis van ons Indisch verleden. Want daarmee is het bedroevend slecht gesteld. Daar durf ik gerust een weddenschap tegenaan te gooien. 

In mijn directe omgeving heb ik het afgelopen jaar iedereen enigszins gepolst over de bij hen aanwezige kennis van het Indische deel van onze geschiedenis. Of liever, de afwezigheid ervan. Een kop thee en een goed gesprek zijn daarbij een goede combinatie gebleken. Er is echt geen riant gesubsidieerd onderzoek voor nodig om te peilen waar de schoen wringt. Zo was 'Hiroshima' wel bekend, maar de aanleiding voor de atoombom niet en 'Nagasaki' riep al helemaal geen herkenning op. Wat mij nog het meest opviel was dat niemand (!) wist wat er op 15 augustus herdacht wordt. Zeer pijnlijk. 'Nederlands-Indië een voormalige kolonie? Nooit geweten.' 

Dat onderwijs de grote boosdoener is behoeft geen verdere uitleg. De mensen met wie ik heb gesproken brachten dat zelf ook steeds naar voren. De media zouden overigens ook best een opfriscursus kunnen gebruiken, sowieso als het om herdenken gaat. Jaarlijks zien we bijvoorbeeld wel Hiroshima voorbijkomen, maar voor Nagasaki is nauwelijks tot geen aandacht,. Ook dit jaar bleef het stil in de Nederlandse media. Nagasaki wordt meestal in één adem genoemd met Hiroshima and that's it (enkele uitzonderingen uit het verleden daargelaten). Over de geallieerde slachtoffers van beide atoombommen wordt eveneens gezwegen. Ik vind dat buitengewoon onacceptabel. 

Schaduwen
Zoals Nagasaki in de donkere schaduw van Hiroshima wordt geduwd, verdwijnt 15 augustus achter de coulissen van 5 mei. Op 15 augustus gaat het leven in Nederland gewoon door, terwijl wij allen wel dienen stil te staan bij (4 en) 5 mei. Dat laatste is natuurlijk niet het issue hier, integendeel. Het gaat mij er juist om dat 15 augustus voor heel Nederland een speciale herdenkingsdag wordt, niet enkel voor degenen die 'iets met Indië hebben'. En dat mag ook best na bijna 75 jaar. Al was het alleen maar uit respect voor wat de slachtoffers van de Japanse bezetting hebben moeten doorstaan. 

Gelukkig zijn er heel veel lokale herdenkingen in het land, maar het herdenken beperkt zich grotendeels tot direct betrokkenen. En ja, er is een TV-uitzending, maar de media-aandacht is nog steeds Klein Duimpje vergeleken bij de reuzen van 4 en 5 mei. Gooi die BV Nederland nu eens gewoon dicht op 15 augustus, voor mijn part ook eens in de vijf jaar, net als bij 5 mei. Begin er maar in 2020 mee, als het 75 jaar geleden is dat er 'officieel een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog voor het Koninkrijk der Nederlanden'. Wordt het niet eens tijd dat het Indisch verleden uit de schaduw van dit Koninkrijk treedt? 

Als je de herdenking presenteert als 'Nationale herdenking 15 augustus 1945', zorg er dan ook potdorie voor dat het een echte nationale herdenking wordt, voor elke Nederlander, ongeacht afkomst. Anders staat het woord 'nationale' daar gewoon maar wat te staan en wordt de melati gewoon zomaar een leuk bloempje.

©Anneke van de Casteele



dinsdag 14 augustus 2018

zondag 14 januari 2018

Het laatste Indische avondmaal

Je moet er toch niet aan denken dat je je geliefde bordje nasi goreng moet missen? En dat je voortaan met een bord aardappelen met andijvie op schoot op de bank naar De Wereld Draait Door zou moeten kijken? Welk een gruwel! Hou op, schei uit. Nee, we mogen ons dan wel 'geruisloos hebben aangepast' in Nederland, maar onze nasi blijft onaantastbaar Indisch erfgoed en dat houden we in ere. Maar zappen naar een TV-programma waarin we wél iets terugvinden van dat erfgoed kunnen we altijd. Tenminste, dat zou leuk zijn.

Diversiteit
Er zijn best weinig Indo's of Molukkers op TV. Papua's, Chinezen of mensen met een andere etnische achtergrond uit de Oost ook niet. Hoe kan dat nou, met de circa 1,7 miljoen Nederlanders wiens roots in het voormalig Nederlands-Indië liggen? Ze zijn er wel, maar we zien ze niet vaak aan tafel bij populaire praatprogramma's. Als dit wel het geval zou zijn, zou televisie-minnend Nederland dan misschien iets meer kennis hebben van onze gezamenlijke koloniale geschiedenis? Misschien zou de kijker zich eerder afvragen waarom hij er vroeger nooit veel op school over heeft gehoord. Of zelfs, in het gunstigste geval, zou men wat meer begrip krijgen voor landgenoten met een andere etnische achtergrond. Het blijft koffiedik kijken. Feit blijft dat er weinig diversiteit te zien is op onze kijkkast, zowel qua presentatoren en gasten als qua topics.

Blinde vlek
Het collectief geheugen van Nederland worstelt met chronische selectiviteit. We willen graag politiek correct zijn, maar we bekennen liever geen kleur. We reizen de hele wereld af naar verre exotische oorden voor een leuk TV-programma, maar we laten de Indische en Molukse geschiedenis in ons eigen land links liggen. We horen of zien zelden mensen uit Indische of Molukse hoek die in veelbekeken prime time-programma's actualiteiten aankaarten. De nog immer etterende wond die in 'onze kringen' bekend is als de backpaykwestie is daar een voorbeeld van. En nu toute Hollande het over 'Me Too' heeft, kunnen we het dan eindelijk eens hebben over de massale uitbuiting van vrouwen door de Japanse bezetter in Nederlands-Indië, de 'troostmeisjes'? Het zijn slechts twee van de vele onopgeloste kwesties die nog steeds actueel zijn, maar die nauwelijks tot geen media-aandacht krijgen. We zijn wel geïnteresseerd in de Paradise Papers, maar wordt het niet eens tijd voor de 'Gordel van Smaragd Papers'? 

De media hebben een blinde vlek als het gaat om het eigen koloniale verleden. Ja, OK, de Gouden Eeuw ligt ver achter ons en is misschien niet zo hip of trendy. Prima. Maar dat Nederland anno 2018 nog steeds weigert om haar eigen staatsburgers of diens erfgenamen de achterstallige soldij uit te betalen over de periode van 3,5 jaar in Japanse krijgsgevangenschap, is een actueel onderwerp dat zowel de nationale als internationale pers had moeten oppikken. Blinde vlekken zijn  blijkbaar hardnekkig.

Er leven haast geen mensen meer
De eerste generatie is al vrijwel weggevaagd door de tand des tijds. Van de 82.000 oorspronkelijke rechthebbenden op de backpay bijvoorbeeld, rest ons nog circa 600 man. En let's face it: de tweede generatie begint ook al aardig uit te dunnen. Nog even en er is niemand meer die nog weet hoe de vork in de steel zat. Wim Kan zei het al over de Birmaspoorweg: 'Er leven haast geen mensen meer die het kunnen navertellen.' Ook daarom is media-aandacht van groot belang.

Onderzoeksjournalist Griselda Molemans gaf onlangs een lezing over de 'Indische repatriëring: feit of propaganda'. Dat aanpassen van de ontheemde gezinnen uit de voormalige kolonie verliep allesbehalve geruisloos. Aan de Indische gemeenschap is door de Staat grof geld verdiend door de jaren heen. En het onrecht duurt nog steeds voort, getuige de laatste actualiteiten. Maar wederom geen aandacht van de prime time praatprogramma's of actualiteitenrubrieken. Dat zappen naar meer diversiteit is nog niet zo gemakkelijk als het lijkt.

Da Vinci
Schrijver Dan Brown verhaalde in zijn bestseller 'The Da Vinci code' ook over blinde vlekken. Men schijnt wel te kunnen 'kijken' naar iets, zonder vaak daadwerkelijk te 'zien' wat er is. Het heeft te maken met ons referentiekader, onze kennis van de wereld om ons heen of met datgene wat ons met de paplepel over die wereld is ingegoten. Brown laat dat zien aan de hand van Leonardo Da Vinci's beroemde muurschildering 'Het Laatste Avondmaal' (1495-1498) in het Santa Maria delle Grazie, een dominicaner klooster in Milaan. 

We kunnen het verhaal in Brown's boek naar het schimmige rijk der fabelen verwijzen of niet, dat is een keuze. Het blijft echter curieus dat hele volksstammen eeuwenlang de vrouwelijk ogende 'apostel' (voor de kijkers links) aan tafel bij onze lieve Heer niet hebben gezien als mogelijk Maria Magdalena, Jezus' vermoedelijke echtgenote. Ook hier geldt: er leven geen mensen meer, die het kunnen navertellen. Wat we wel zouden kunnen doen, is met de moderne technieken die ons ter beschikking staan onderzoeken of er in de loop der eeuwen niet toevallig een '13e apostel' is weggemoffeld van de muurschildering, zodat het plaatje weer klopt. Weggemoffeld, net als het laatste Indische avondmaal van 5,7 miljard euro.

©Anneke van de Casteele



donderdag 2 november 2017

ALLERZIELEN

Allerzielen had bij ons thuis een vaste plaats in het rijtje verjaardagen en feestdagen.  Vroeger kwam de hele familie bij elkaar en dan brachten we gezamenlijk bloemen naar de graven van opa en oma. Naar de graven van overige familieleden gaan, was niet mogelijk. Die waren achtergebleven in Indië en in de loop der jaren geruimd om plaats te maken voor wolkenkrabbers en snelwegen. Thuis brandden we kaarsjes bij hun foto als alternatief. 

Zo'n dag was altijd bijzonder. Ik voelde mij op zulke dagen een deel van een veilig fort, omringd door de steunpilaren die mijn jeugd beschermden en kleur gaven. Mijn ooms, tante en neefjes te zien, was altijd iets om naar uit te zien. Ik was het kleine potje met de grote oren dat wegdook in mijn poppenhoek en daar heimelijk genoot van de verhalen uit Indië, de herinneringen en de humor die de tand des tijds moeiteloos hadden doorstaan. Ik was trots als ik moeder mocht helpen met de koffie toebroek en de rijsttafel. Ik was trots op mijn familie.

Soms vielen er ook stiltes en werden de gezichten ernstig. Die stiltes vielen ook wel op de verjaardagen van de Hollandse familie, waar mijn Indische familie nooit bij was. Er bestaan verschillende soorten stiltes: ze ontstaan meestal uit gebrek aan gespreksstof of uit een ongemakkelijk gevoel bij een ongemakkelijk onderwerp. De stiltes bij mijn Indische familie waren anders. Ze gingen gepaard met samengeknepen lippen, soms een waterig oog of een diepe zucht. Er werd ‘ins Blaue hinein’ gestaard en dan was iedereen ergens anders, ver weg. De toverspreuk ‘Jij nog koffie?’ van mijn moeder bracht iedereen dan meestal weer snel terug in Holland.

Als kind heb je de verschillen in stiltes feilloos door, ook al denken volwassenen vaak van niet. Je kent immers elke gezichtsuitdrukking van de mensen van wie je zielsveel houdt en hebt geen zesde zintuig nodig om te weten dat er verdriet schuilgaat in de zielen van je steunpilaren. Nu ik in de loop der jaren meer kennis heb vergaard over hun jeugd, het leven in Nederlands-Indië, de Jappenkampen en de vlucht naar Holland, begrijp ik des te meer waarom er soms stiltes vielen tijdens een selamatan.

Inmiddels zijn de steunpilaren afgebrokkeld en is het fort gesloopt. Ze hebben geen van allen de tand des tijds doorstaan. Niemand heeft het eeuwige leven, death is a fact of life. Hun ‘aller zielen’ zijn wél gebleven en leven voort in de mijne. De verhalen koester ik, hun herinneringen zijn de mijne geworden. Ze hebben vast nooit geweten hoe belangrijk ze voor mij waren. 

Vandaag zet ik bloemen en een kaarsje bij de foto’s van mijn fort. 

©Anneke an de Casteele



woensdag 10 mei 2017

LEZEN VOOR DE LIJST? DOE EENS GEK!

Ben je scholier of student? Of heb je (klein)kinderen die moeten lezen voor de lijst? Doe eens gek en zet Indische en Molukse literatuur op je leeslijst voor het vak Nederlands! Ik kan het niet vaak genoeg zeggen, dus bij deze nogmaals.

Ik herinner me nog dat ik een heel pleidooi moest houden bij mijn vastgeroeste docent om titels van Indische en Molukse schrijvers op mijn keuzelijst te 'mogen' zetten, aangezien hij geen van allen zelf gelezen had! We kregen een literatuurlijst aangereikt, waarop een aantal 'goedgekeurde' titels uit de canon van de Nederlandse literatuur stond. Het was ook toegestaan om titels op je leeslijst te zetten, die niet op de uitgereikte lijst stonden, maar dan uitsluitend na overleg met de docent. 

Zo gezegd, zo gedaan. Ik maakte een afspraak met mijn leraar Nederlands om mijn leeslijst te bespreken. Ik moet de goede man ongetwijfeld een uiterst vervelende middag hebben bezorgd. En ik heb daar nog steeds geen spijt van. 

De titels die ik aan mijn lijst wilde toevoegen, kende hij over het algemeen niet, of sommige juist wel, maar vond het 'geen literatuur'. Valide argumentatie voor dit laatste ontbrak mijns inziens en hij merkte dat ik dat doorhad. Uiteindelijk werd overgegaan tot een compromis. Als ik tijdens het mondeling examen goed kon beargumenteren waarom ik een boek wél tot de literatuur vond behoren, zou hij de hem onbekende boeken gaan lezen. 

Behalve een middag, heeft het hem dus ook nog heel wat avonduren gekost. Het zal hem goed hebben gedaan. Het waren stuk voor stuk prachtige boeken die ik op mijn lijst had gezet. Het kan immers ook voor een docent nooit kwaad om de horizon te verbreden of het referentiekader uit te breiden, nietwaar? 

Mijn docent had zich ondanks de werkdruk (want die was er vijfentwintig jaar geleden ook al) toch nog op de voor hem nieuwe boeken gestort en het mondeling examen Nederlands werd een mooie herinnering die ik vandaag de dag nog steeds koester. 

Het is niet 'of-of' maar 'en-en'
De Nederlandse literatuurgeschiedenis omvat ruim vier eeuwen Indische en Molukse invloed, al dan niet gepeperd. Er is een Indische schatkamer te ontdekken vol proza en poëzie. Durf eens los te breken van 'Max Havelaar' of 'De stille kracht' en kies voor werk van Nederlandse auteurs met een Indische of Molukse achtergrond. Er zijn er genoeg! 

Multatuli en Couperus schreven prachtige boeken en kunnen prima op de lijst, maar zij waren Nederlanders en hun boeken zijn dan ook vanuit Nederlands perspectief geschreven. Het is niet 'of-of' maar 'en-en'. Indo's en Molukkers schrijven zich te pletter, maar zijn nog te vaak afwezig op de lijst, dus het is hoog tijd dat daar verandering in komt. Dat laatste is iets wat we zelf kunnen doen door de schoolgaande jeugd bekend te maken met het werk van Indische en Molukse schrijvers - en hen vooral te stimuleren en inspireren. Het is ook veel leuker om een boek te lezen over een onderwerp dat je interesseert.

Meer sambal in je literatuurlijst
De Libris Literatuur Prijs 2017 werd gewonnen door niemand minder dan Alfred Birney. Jawel, een Indo. Zijn boek 'De tolk van Java' doorbreekt het taboe van de doodgezwegen waarheid rondom de bloedige dekolonisatie van Nederlands-Indië. Als dat geen sambal is, dan weet ik het niet meer. 

Birney schreef in 1998 al een lijvig standaardwerk over 400 jaar Indië in de Nederlandse letteren: 'Oost-Indische inkt'. Dus zet je docent eens aan het werk. Ik kan het iedereen aanbevelen. Laat de docent ook maar eens wat sambal proeven in plaats van het zoveelste stukje Turks Fruit en geef hem/haar nieuw leesvoer. Dat vinden ze leuk. 

©Anneke van de Casteele


zaterdag 4 maart 2017

'WIJ ZIJN INDISCHE NEDERLANDERS, GEEN INDONESIËRS'

Dinsdagavond was D66 lijsttrekker Pechtold te gast bij Pauw en Jinek. We zagen hem een concurrent doormidden zagen vanwege zijn tegenstrijdige uitlatingen, terecht overigens. We hoorden hem echter ook een fout maken, die hij later op Twitter 'onzorgvuldig' noemde. Hij benoemde de groep van circa 1,7 miljoen Indische Nederlanders namelijk als 'de Indonesiërs'. Indisch Nederland was in rep en roer. Ook terecht overigens.

Had ik kromme tenen toen ik het hoorde? Je kent me, dus: ja. Keek ik ervan op? Nou nee. Pechtold is niet de eerste en zeker niet de enige die ons 'Indonesiërs' noemt (of erger: Nederlandse Indiërs). 

Is het dan Hollandse onwetendheid? Nou, dat zou kunnen. Ware het niet dat Indo's vaak dezelfde fout maken, met name de jongere generatie omschrijft zichzelf vaak als 'Indonesisch' of gebruikt de termen slordig allebei. 

Is het dan gewoon een onschuldige verspreking? Een verspreking is uiteraard te vergeven. Maar onschuldig is het zeker niet. Met één woord wordt de grootste en oudste groep 'Nederlanders met een migratie-achtergrond' in een hokje gedumpt waar zij niet thuishoort. Voor veel Indische Nederlanders (Indo's) weegt zo'n 'verspreking' loodzwaar. 

Na bijna 75 jaar aanwezigheid in Nederland ziet Den Haag ons nog steeds niet. De bekende blinde vlek. Ze weten donders goed dat we er zijn, maar ze willen het niet zien, want dan moeten ze met de billen bloot wat betreft het uitgebleven rechtsherstel. Van ons zijn ze gewend dat we 'zwijgen' en ons 'aanpassen': de aloude misvatting waar Den Haag toch eens van af zou moeten.

Hé, wat is dat nou? De Indo's zwijgen niet meer. Krijg nou wat. Ze laten van zich horen. 'Wij zijn geen Indonesiërs!' Het was alsof ik mijn vader hoorde, zo'n 40 jaar geleden, toen een ambtenaartje van Burgerzaken bij het vernieuwen van zijn paspoort stelde dat hij in Indonesië was geboren. 

'Ik ben geboren in het voormalig Nederlands-Indië, mevrouw, niet in Indonesië.' 

De blonde onnozelheid zelve achter de balie antwoordde met 'dat is toch hetzelfde?' Zij was een beetje dom, sorry Alex (Pechtold, niet Willy). 

Wat onze democratische volksvertegenwoordiger zich niet realiseert - en iedereen die dezelfde fout maakt - is, dat dat ene woord 'Indonesiërs' de reden is dat wij Indische Nederlanders hier in dit land zijn en niet in Indonesië.

Ik ga op deze plek niet voor de zoveelste keer uitleggen wat een Indische Nederlander is. Wat ik wél doe, is aangeven waarom het geen onschuldige verspreking is, maar een fout, een ontkenning en plein public van ons bestaan, onze identiteit en onze geschiedenis, van ons Nederlanderschap. 

In een notendop: het label 'Indonesiërs' gebruiken is beladen. Het rijt oude wonden open. Het 'staat voor' de bersiap, de verkrachtingen en de moordpartijen, de revolutie, de sale guerre die Nederland tot 1949 voerde. Het staat voor de beledigingen, de bedreigingen, de armoede, de werkloosheid vanwege de door Indonesië genationaliseerde bedrijven. 

Het staat voor de vlucht naar het land van de nationaliteit die in het paspoort stond, het voorgoed achterlaten van je geboortegrond, huis en haard. Het staat voor angst en trauma's. Het staat voor de schandalige opvang in Nederland, contractpensions, torenhoge schulden en niet gehoord oorlogsleed. 

Het staat voor uitgebleven rechtsherstel, zoals nooit uitbetaalde soldij en salaris (de backpaykwestie). Het staat voor het leed van onze ouders en grootouders. Het staat voor aanpassen, racisme en discriminatie.

Voor heel veel Indische Nederlanders ligt er dus heel veel besloten in de 'onzorgvuldige' woordkeuze van Pechtold.

Maar misschien nog wel belangrijker: de uitspraak van Pechtold staat voor de afwezigheid van het Indische verhaal in het onderwijs. Als ik zeg 'Indisch' bedoel ik ook Indisch. Door ons verteld, niet door de roze bril met de witte lenzen van Den Haag. Wij kunnen ons verhaal prima zelf vertellen. En dat doen wij al jaren: als u goed had opgelet, had u dat gezien. 

Als het onderwijs ons niet onzichtbaar had gemaakt, zouden Nederlanders hun vaderlandse geschiedenis kennen, dus ook de koloniale geschiedenis. Dan zouden Nederlanders - inclusief de heer Pechtold - weten wie we zijn en dat wij geen Indonesiërs zijn. 

© Anneke van de Casteele

N.B. De groep Nederlanders met roots in het voormalig Nederlands-Indië is zeer divers en bestaat uiteraard uit veel meer etniciteiten dan alleen Indo's. De term 'Indische Nederlanders'  is veelgehoord in de discussie rondom de uitspraak van Pechtold en heb ik gebruikt ter vereenvoudiging.



English translation

‘We are Indische Nederlanders, not Indonesians!’

Last Tuesday night, February 28, 2017, Dutch D66 democrat party leader Alexander Pechtold was one of the guests on TV talkshow ‘Pauw and Jinek’. We saw him verbally wipe out a competitor in the upcoming Dutch elections, because of his contradictory statements, rightly so. However, we also heard him make a mistake, which he later described on Twitter as 'careless'. He referred to the group of approximately 1.7 million Indische Nederlanders (Dutch Indos) living in the Netherlands today, as ‘Indonesians’. The Dutch Indo community was in an uproar. Also rightly so.

Did I cringe when I heard it? You know me, so yes. Was I surprised? Well,  no. Pechtold is not the first and certainly not the only one who calls us ‘Indonesians’ (or worse: Dutch Indians).

Is it Dutch ignorance? Well, that could be very well possible. Were it not that even Dutch Indos often make the same mistake, especially the younger generation often describes itself as ‘Indonesian’ or even uses both terms, carelessly. This is where education comes in.

Is it just an innocent slip of the tongue? A slip of the tongue could be easily forgiven. However, ‘innocent’ it certainly is not. With the use of only one single word, the largest and oldest group 'Dutch with a migration background’, as it is called nowadays, is put into a box where it does not belong. For many Dutch Indos this ‘slip of the tongue’ has grave connotations.

After almost 75 years of our presence in the Netherlands, The Hague still does not see us. It is the well known blind spot. They know full well that we are there, but they do not want to see it, for then they would obviously have to address the never fully realized restitution of justice for the Dutch Indo community. From us, they expect 'silence' and 'assimilation': the ancient misconception that The Hague should really have to get rid of after all this time.

Hey, what's that? These Dutch Indos no longer remain silent. What the hell. They make themselves heard. "We are not Indonesians!" It was as if I heard my father speak out some 40 years ago, when an office worker of Civil Affairs, while renewing my Dad’s passport, stated that my Dad was born in Indonesia.

"I was born in the former Dutch East Indies, Madam, not in Indonesia."

The blonde innocence itself behind the desk replied, "But that's completely the same thing?" She was being a bit dumb, sorry Alex (Pechtold, not Willy).

What our democratic people’s representative does not realize - and anyone who makes the same mistake - is that that the one word 'Indonesians' is the whole reason that we Dutch Indos are here in this country and not in Indonesia.

I am not going to explain for the 1000th time what a ‘Indische Nederlander’ is. What I will do, is indicate why it is not an innocent slip of the tongue to refer to us as Indonesians, but an error, which holds a denial - and in public - of our existence, of our identity and our history, of our Dutch citizenship.

In a nutshell: to use the label 'Indonesians' is not only technically wrong, it is also laden. It rips open old wounds. Using this label ‘stands for’ the bersiap, the rapes and massacres, the revolution, the 'sale guerre' which the Netherlands led until 1949. It stands for the insults, threats, poverty, unemployment due to the Indonesian government nationalizing Dutch companies.

It stands for fleeing to the country of the nationality stated in everyone’s passport, it meant forever leaving your native land, home and hearth. It stands for anxiety and trauma. It stands for the scandalous reception in the Netherlands, boarding houses, skyrocketing debts and the never heard war trauma, starting all over again from scratch.

It stands for the never materialized restitution of justice, such as the never paid KNIL wages and salaries (the back pay issue). It stands for the suffering of our parents and grandparents. It stands for forced assimilation, racism and discrimination.

So, For many Indische Nederlanders so very much is concealed in the ‘careless’ choice of words of Dutch politician Mr. Pechtold.

But perhaps even more important in Pechtold’s decision to call us Indonesians is the absence of the ‘Indisch’ (Dutch Indo) story in Dutch education. When I say ‘Indisch’, I mean Indisch. Our story needs to be told by us, not through the rose colored glasses with the white lenses, worn by The Hague. We are perfectly capable to tell our own story and we have been doing so for years and years. If you would have been paying attention, you would have seen it, Mr. Pechtold.

If Dutch education had not made us invisible, the Dutch people would have known their own country's history, including Dutch colonial history. Then the Dutch - including Mr Pechtold – would have known who we are, why we are here and that we are not Indonesians.

© Anneke van de Casteele

Please Note: Dutch citizens with roots in the former Dutch East Indies have a large variety of ethnicities, far more than only the Indo-Europeans or Indos. The words 'Indische Nederlanders' or 'Dutch Indos' popped up extensively in the discussion and I used these for simplification. 

zondag 14 augustus 2016

HET MONUMENT VAN VIJFTIEN-ACHT - gedicht

Omdat herdenken een zaak van oprecht respect is en niet van het etaleren van politiek correcte sympathie. Omdat de oorlog niet ophield op 15 augustus 1945. 

© Anneke van de Casteele


dinsdag 31 mei 2016

PASAR MALAM TEMPO DOELOE - kort verhaal

Pasar malam, tempo doeloe
Herinneringen aan de prehistorie

Als kind liep ik aan het handje mee met papa en mama, struinend en snoepend van een pisang goreng, langs de vele Indische kraampjes op de pasar malam. Deze snotneus keek haar bruine oogjes uit en verwonderde zich over oude en nieuwe dingen, zoals ik vandaag de dag nog steeds doe, althans wat betreft dat verwonderen.  

Van mijn vader moest ik als ‘écht Indisch kind’ alerlei nieuwe smaakjes en lekkernijen proeven en zo trok hij mij ooit gedecideerd aan de arm mee naar een kraam, waar een vreselijke stinklucht vanaf kwam en waar allerlei tropisch fruit lag uitgestald, in vormen en kleuren die ik bij de groenteboer op de hoek nooit gezien had. “Zo heerlijk zoet, je móet dit proeven!” Demonstratief nam hij een stukje fruit van een schoteltje dat op een berg enorme prikkeldingen lag te balanceren en met een luid “mmmm!” verdween het stukje in zijn mond. Als papa het durfde, dan kon ik dat ook best. Maar toen ik oog in oog stond met de stinkende prikkeldingen, heb ik de ziel onder de arm en de benen genomen, mijn vader vol leedvermaak grinnikend achterlatend. Ik moest het nog lang horen. Maar het was het waard geweest, want als troost voor deze traumatische ervaring  mocht ik mee naar de spekkoekkraam en daar wordt ieder Indisch kind vrolijk van.

Mijn ouders sleepten mij verplicht mee naar wajangvoorstellingen, exposities en het muziekpodium, snuffelden (destijds veel te lang naar mijn zin) tussen de Indische boeken en mijn moeder controleerde regelmatig het restant van het zorgvuldig bijeen gespaarde pasarbudget. Ik leerde er hoe afdingen in zijn werk ging bij Indo’s onderling en wat het verschil was tussen wajang golek en wajang koelit. 

De muzikale omlijsting van de pasar is iets waar ik altijd naar uitkeek. De bekende artiesten die zorgden voor zinderende shows natuurlijk in de eerste plaats, maar ik vond de felgekleurde lampen het mooist (en het feit dat de muziek veel harder stond dan thuis ooit toegestaan was!). Ik heb er van genoten. Een keer op de Pasar Gambir in Dordrecht zou de groep Massada optreden. Ze hadden toen een hit met het nummer ‘Sajang É’, wat mij nog steeds tot tranen kan roeren. Niet alleen vanwege de melancholie van het lied, maar ook omdat ik op tijd naar bed moest en Massada trad pas ’s avonds op. Mijn moeder was onverbiddelijk. Dikke tranen heb ik gehuild bij de poster van zanger Johnny Manuhutu, op wie ik destijds grenzeloos en hopeloos verliefd was (en stiekem nog steeds een beetje, zoals zo veel Indische en niet-Indische meisjes). Met betraande oogjes stond ik toen langdurig te kijken naar een leeg podium zonder Massada, waar als decor een enorm doek met een prachtig geschilderd Indisch landschap vol wuivende palmen en bergen mijn nieuwsgierigheid wist te wekken (tussen het snikken door). 

Naast traumatische ervaringen (zoals de lucht van de doerian die na ruim 40 jaar nog steeds rondspookt in mijn reukorgaan en het missen van het optreden van Massada) was er gelukkig wel krontjong. Krontjong asli, dat is waar ik mee opgegroeid ben. Zowel mijn vader en opa als mijn ooms beschikten over een grote platencollectie met prachtige krontjong, waaronder de platen van ‘Lief Java’ van Guus Becker en Leo Spel. Jaren later had ik de eer om krontjongzanger Guus Becker te ontmoeten en met hem over deze unieke muziek te mogen spreken. Hij vertelde mij veel over de ontstaansgeschiedenis van deze muziek. (zie ook mijn blogartikel voor 'De Kritische Katjang'). 

Door de jaren heen veranderde er veel in de samenstelling van ons gezin, onze familie en vriendenkring. De Indische dinosauriërs verdwenen, maar zijn nooit helemaal weggevaagd en de herinneringen zijn gebleven, helder als de dag van gisteren.  Met vrienden deden wij weleens een ‘vergelijkend warenonderzoek’ en we bezochten verschillende pasars in het land; grote, kleine, saaie en gezellige. Zo kwamen we een keer ergens in Brabant op een open lucht pasar terecht; klein, maar met een sfeer die je nog maar zelden tegenkomt. Nu is sfeer een heel persoonlijk iets, maar het aantal lachende mensen om je heen is meestal wel een aardige sfeermeter. 

Er waren natuurlijk allerlei kraampjes, snuisterijen en lekkere hapjes te vinden en er was muziek. Voor het podium dansten de mensen op muziek van Indo-celebrity Dries Holten (bekend als de helft van o.a. de duo’s Sandra & Andres en Rosy & Andres). Andres, die zijn Indische afkomst nooit onder stoelen of banken heeft gestoken en altijd zijn Indisch-zijn heeft gevierd in zijn muziek, kreeg ook deze keer weer jong en oud aan het swingen met zijn Indische liedjes. 

De spekkoekkraam op een pasar is een instituut op zich en oogst dan ook altijd veel bewondering, op welke pasar je ook bent. In Den Haag wilde mijn oom er, toen al dik in de zeventig, altijd het eerst naartoe. Op de lange tafels stonden tientallen kleine rieten mandjes uitgestald, gevuld met kleine stukjes spekkoek in de vele diverse smaken; banaan, chocolade, rum, cocos, pandan en meer van die fijne smaakjes die je alleen al bij het lezen van deze zin doen watertanden.. Mijn oom begon altijd helemaal links bij schaaltje nummer 1 en ging dan zo het hele rijtje af, om dan vervolgens weer terug te lopen naar het eerste schaaltje en het ritueel te herhalen. De verkopers kenden hem gelukkig al (want mijn oom had natuurlijk een passe-partout). “Welke wil je kopen, oom?” probeerden wij dan tevergeefs. “Nee, ik hoef niet, ik hou niet van spekkoek” was dan steevast het antwoord.

Mijn oom genoot van de krontjong, vooral van de krontjong asli en altijd weer kwam dan zijn zakdoek tevoorschijn om zijn neus in te snuiten en zodoende zo onopvallend mogelijk een traantje weg te pinken, in de ijdele hoop dat wij het niet gezien hadden. 

Slenterend van de ene tent naar de andere mopperde hij traditiegetrouw en zonder gêne over de ‘kauwgomballententen’ (zoals hij de niet-Indische kraampjes noemde). Pas veel later ben ik dat gaan begrijpen. Mijn oom had Jappenkamp, Birmaspoorweg, Hiroshima en Bersiap overleefd en hij had zijn geliefde Indië moeten verlaten; van mij mocht hij mopperen. 

Op een keer hoorden wij achter ons heel hard mijn ooms naam roepen. Verschrikt keek mijn oom om (en wij ook). “Ja, jij daar! Hoe is het? Ken je mij niet meer?” Mijn oom keek een andere bejaarde Indo onderzoekend in de ogen en vroeg argwanend: “En wie wil dat weten?” Daarna noemde de man een adres in Tegal, en mijn oom en hij bleken buurjongens te zijn geweest! Zelfs na zowat veertig jaar wist de ‘oude’ buurjongen (letterlijk en figuurlijk, want hij woonde immers ook in Den Haag, net als mijn oom) nog wie ‘die schavuit van nextdoor’ was. Een prachtige ontmoeting die mij altijd is bijgebleven en waar ik mij nog steeds heerlijk over kan verwonderen. 

Ontmoetingen, daar ging en gaat het om op een pasar. Ook na het wegvallen van de dinosauriërs ging ik erheen. Inderdaad, ‘ging’, want de laatste jaren moet ik er een heel eind voor reizen en zo zonder dinosauriërs naast mij word ik er al gauw wat treurig van. Bovendien houd ik niet zo van (kouwe) drukte. Hoewel het uitwaaien in Scheveningen na afloop ook wel weer iets had. Of het thuis goreng-en van je meegebrachte hapjes en het oprapen van de melatibloempjes die altijd in groten getale onderin de tas lagen in plaats van dat ze aan het meegebrachte plantje zaten. Maar de herinneringen houden me ook nu nog warm en door ze op te schrijven, houd ik hen levend. Niet alleen de eetkraampjes, de spekkoek, de muziek en de snuisterijen maakten de sfeer op de pasars, maar juist die ‘dino’s’ (anagram voor ‘indo's’.. zie je dat?) deden dat voor mij. Nu ben ik zelf zo langzamerhand een ‘indosauriër’ geworden, een uitstervend ras. Maar deze is nog alive and kicking, net als mijn herinneringen!

© Anneke van de Casteele