Posts tonen met het label wo2. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wo2. Alle posts tonen

maandag 9 maart 2020

Euforie (of nie)

Een essay over 75 jaar vrijheid

Het vrijheidsgeluid gonst al geruime tijd oorverdovend rond in vrijwel alle media. Je kunt er niet omheen. Zwart-wit beelden van met vlaggetjes wapperende, juichende mensen langs passerende tanks, foto's van breed lachende soldaten, blije bakvissen en verlegen kindersnoetjes. Het zijn beelden die getuigen van euforie na vijf jaar ellende. Ellende die voor Joden, Roma, Sinti, zieken, gehandicapten en bejaarden later aanzienlijk groter bleek te zijn. Het is ellende waarvan al die blije Hollandse gezichten op het moment dat ze op film werden vastgelegd nog geen weet hadden. Media, censuur en propaganda: a deadly combination, fake news avant la lettre. 

Grote afwezige in de media is tot nu toe de Tweede Wereldoorlog 'aan de overkant', die voormalig Nederlands-Indië in zijn greep hield. Media focussen voornamelijk op de dekolonisatieoorlog, maar die kwam toch echt pas nadat de capitulatie van Japan een feit was, waarmee officieel een einde aan de Tweede Wereldoorlog kwam. Oorlog is oorlog, of niet? Kunnen we als nazaten van de voormalige kolonie wel 'vrijheid' vieren?

De overkant
Van euforie was aan 'de overkant' van het koninkrijk, in Nederlands-Indië, geen sprake. In Zuidoost-Azië ging men nog gebukt onder Hitlers bondgenoot Japan. De datum 5 mei 1945 was niet anders dan die van de drie voorgaande jaren. Terwijl het bevrijdingsfeest in Nederland losbarstte, zaten landgenoten in Nederlands-Indië nog steeds gevangen in concentratiekampen, verspreid over de Indische archipel en de rest van Azië. Onder erbarmelijke omstandigheden moest men proberen ziekte en mishandeling te overleven. Was je erin geslaagd buiten de kampen te blijven, dan was je je leven ook niet zeker. Nee, euforie was niet aan de orde.

Ook niet toen Japan capituleerde op 15 augustus 1945. Twee dagen later proclameerde Soekarno onder druk van jonge onafhankelijkheidsstrijders de republiek Indonesië. Euforie? Ehm, nee, wel Bersiap! Een ware volkswoede brak uit die zich met name richtte op Indo's, Molukkers, Chinezen en andere etnische groepen. De bersiap mondde uit in slachtpartijen op duizenden mannen, vrouwen en kinderen. Deze gruwelijke periode is bij het gros van de Nederlanders onbekend. Het onderwijs laat qua koloniale geschiedenis helaas veel te wensen over. Het is dan ook hoog tijd dat het curriculum wordt aangepast. We kunnen ons beter op eerlijker onderwijs concentreren, in plaats van met elkaars egootjes en plein public te bakkeleien over vier voorbije eeuwen waar we toch niets meer aan kunnen veranderen zonder teletijdmachine. 

In het verlengde van de Tweede Wereldoorlog
De daaropvolgende jaren werden voorgoed getekend door de slachtoffers van de dekolonisatieoorlog - aan beide zijden, waarbij Nederlands militair ingrijpen uiteindelijk de meeste slachtoffers op het geweten had in een vergeefse poging om het winstgevende paradepaardje van de Nederlandse kolonies te behouden. Nederland boog uiteindelijk in 1949 voor de internationale druk, maar bleef een vinger in de rijstepap van Nieuw-Guinea houden tot 1962. Ook ver na de Tweede Wereldoorlog bleven het roerige, angstige tijden, met name voor degenen die zo lang mogelijk op hun geliefde geboortegrond trachtten te blijven. Dat laatste wordt nogal eens vergeten.

Vrijheid is relatief
Wat vrijheid is voor de één, is dat niet altijd voor de ander. Kolonialisme is nooit goed te praten. NOOIT, met hoofdletters. Het systeem was door en door rot, racistisch en wreed. Elk weldenkend mens die zich in de geschiedenis van de archipel verdiept, ziet dat. Niemand ontkent dat ook. Dat wil echter niet zeggen dat elk mens dat in zo'n systeem geboren werd automatisch ook rot was. Het is wel heel erg gemakkelijk en kortzichtig om iedereen over dezelfde koloniale kam te scheren. Je kunt niet bepalen in welk land of gezin je geboren wordt. Je kunt niet je eigen etniciteit bepalen. Het is daarom volslagen idioot om een hele bevolkingsgroep weg te zetten als hoofdschuldige aan het systeem of als verrader. De hoofdschuldigen van het koloniale systeem zetelden toch echt in het verre Nederland en in de Nederlandse toplaag van het Nederlands-Indisch gouvernement. Wat je zelf nog enigszins kunt bepalen is hoe je je opstelt binnen het systeem waarin je bent geboren en getogen, of liever: wat voor mens je in essentie bent. Niet elke Europese wieg in Indië bevatte een meedogenloze slavendrijver, net zo min als dat elk Indonesisch gezin een moedige vrijheidsstrijder voortbracht of dat elk Japans kind standaard een kampbeul werd.

Dit jaar staat in het teken van 75 jaar vrijheid: 1945 markeert het einde van de bezetting van het koninkrijk. We vieren het einde van de Tweede Wereldoorlog, hoewel de media tot nu toe nauwelijks oog hebben voor de Japanse bezetting van Nederlands-Indië. De nadruk ligt op de bezetting van Nederland door de Duitsers. We zijn het gewend. En als een verdwaalde krant of talkshow er onverhoopt aandacht aan besteedt, wordt er verontschuldigend en vanuit een politiek correcte mea culpa drang van alles bijgehaald dat afleidt van die Tweede Wereldoorlog: van VOC tot Tempo doeloe. Het past bij de beginnersfout van met name derde generatie Indo's (en een handjevol van de tweede) die op zoek gaan naar hun roots of zich er in verdiepen, zich dan een hoedje schrikken van de inktzwarte koloniale geschiedenis en die vervolgens een standpunt zoeken waarmee ze zich veilig aan de 'goede' kant van de geschiedenis willen profileren. Sommigen slaan daar volledig in door. Het kiezen van één kant betekent vaak dat alleen die kant goed is en de andere kant wordt aangevallen. Iedereen wil hetzelfde wiel tot vervelens toe opnieuw uitvinden. Het zet geen zoden aan de dijk. Er zitten altijd meerdere kanten aan een verhaal. Dat heet nuance.

'Niet elke Europese wieg in Indië bevatte een meedogenloze slavendrijver, net zo min als dat elk Indonesisch gezin een moedige vrijheidsstrijder voortbracht of dat elk Japans kind standaard een kampbeul werd.' 

Indisch
Wie zich beperkt tot één kant van de geschiedenis, heeft een eenzijdig beeld ervan en doet zichzelf tekort. Je gaat daarmee voorbij aan je eigen geschiedenis en die van de mensen die jou hebben voortgebracht, Europees én Indonesisch. Dat er Indo's zijn die zichzelf niet 'Indisch' willen noemen omdat die term 'koloniaal' zou zijn, is treurig. De oorsprong kan stammen uit een koloniaal verleden waarmee je niet geassocieerd wilt worden. Dat betekent echter niet dat door het mijden van de term 'Indisch' het koloniale deel van je geschiedenis er ineens niet meer is. Door eenzijdig naar de geschiedenis te kijken, zet je jezelf bij voorbaat buitenspel.

Je bent in de eerste plaats natuurlijk gewoon mens, aardbewoner. 'Indisch' is een toegevoegde waarde. Het betekent niet dat je het racistische koloniale systeem van toen niet afkeurt, integendeel. Het getuigt van zelfrespect. Respect voor je afkomst, voor de vechters die ervoor gezorgd hebben dat jij bestaat. 'Indisch' is juist iets om trots op te zijn. Het zegt in een notendop dat je afstamt van moedige vrouwen en mannen die de zwaarst denkbare tegenslagen hebben doorstaan. Het zijn onze (voor)ouders die zich staande moesten houden in een wereld van racisme en apartheid. Het zijn de mensen die Jappenkampen al dan niet hebben overleefd, die eigenlijk twee opeenvolgende oorlogen hebben doorstaan, om vervolgens hier in Nederland 75 jaar lang de underdog te zijn. Het zijn sterke mensen geweest, generatie op generatie. Als er dan toch zo nodig een labeltje op moet, dan draag ik het met trots en respect.

Oorlog, handelsgeest en media
Het eindeloos uitvinden van het wiel in de media leidt af van waar het dit jaar om gaat. En dat komt de Staat prima uit, want de zorgvuldig gevulde doofpotjes waar 'Indisch rechtsherstel' op staat, hoeven dan niet open. De Japanse bezetting wordt door nota bene Indo's zelf naar de achtergrond verdrongen als ze in de media eindelijk even een podium krijgen, terwijl Nederland juist een chronisch gebrek aan kennis hierover heeft (niet in de laatste plaats dankzij het onderwijs). Onwetende kijkers en lezers blijven achter met een totaal vertekend beeld. Die hele kolonialisme discussie is bijvoorbeeld in 2002 ook al uitgebreid gevoerd, toen 400 jaar VOC werd herdacht. Maar ook in 1995, toen 50 jaar vrijheid c.q. Indonesische onafhankelijkheid werd herdacht. En net als in 1860 toen Multatuli wakker werd. Het is prima om niet in slaap te dommelen en om een en ander nogmaals onder de loep te nemen, maar het gaat dit jaar voornamelijk over een ander onderwerp.

Speel de media niet in de kaart om de aandacht af te leiden van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië en het daaruit voortvloeiende uitgebleven rechtsherstel van de Indische gemeenschap*. Het afleiden van het oorlogsleed van de Japanse bezetting is een vrijbrief voor de Staat om haar verantwoordelijkheid te blijven ontlopen - en niet te hoeven uitbetalen wat zij de Indische gemeenschap al 75 jaar schuldig is. Ook daarom is het woord 'Indisch' belangrijk. 

Hoe dan met Japan?
Focus op de Tweede Wereldoorlog, als je durft. Heb liever eindelijk eens het lef om in het kader van 75 jaar vrijheid écht over de oorlog in de Oost, die bij de rest van Nederland volslagen onbekend is, te praten. Bespreek de gruwelen van de Jappenkampen, benoem het Japanse systeem van dwangprostitutie eens of kaart het hardnekkig blijven ontkennen door Japan van haar oorlogsmisdaden aan. Laat lezers en kijkers voor eens en voor altijd weten hoe de oorlog dáár is geweest.  Zodat we de betekenis van 15 augustus niet tot in den treure hoeven uit te leggen.

Heb het er liever eens over hoe voor Nederland de handelsrelatie met Japan al 75 jaar prevaleert boven het oorlogsleed van de Indische gemeenschap, met als meest recent voorbeeld de schaamteloze verkoop van het Nederlandse Eneco aan Mitsubishi, het Japanse bedrijf dat ook Nederlandse krijgsgevangenen slavenarbeid liet verrichten. Excuses worden een voorzichtige, vrijblijvende suggestie voor de Japanse multinational in plaats van de verkoopvoorwaarde die het eigenlijk had moeten zijn. Compensatie is niet eens in beeld. Zonder de protesten uit Indische hoek was er niet eens een voorzichtige suggestie geweest.

Alles voor de handel. Als de Olympische Spelen straks in Tokio van start gaan, roepen we allemaal vrolijk dat sport verbroedert en vergeten we voor het gemak even hoeveel miljard dat evenement voor alle betrokken partijen oplevert (naast een imago boost voor het gastland). 

We sluiten dan ook meteen maar de ogen voor de controversiële Japanse 'Rijzende zon' vlag die straks ondanks alle kritiek gehesen gaat worden. Van 1870 tot 1954 was dit de officiële vlag van het keizerlijke Japanse leger. Tegenwoordig is het de favoriete vlag van ultrarechts Japan. De vlag staat symbool voor het oorlogsleed dat Japan miljoenen mensen heeft berokkend. Maar het gaat om de sport, hoor, vooral niet om geld of politiek.

Indonesië
Een handelsrelatie bestaat ook met Indonesië. Wie durft tijdens een staatsbezoek annex handelsmissie in Indonesië te informeren naar de verdwenen scheepswrakken van de Slag in de Javazee? Dat zijn officieel Nederlandse oorlogsgraven die een volgens internationaal recht beschermde status genieten. Maar ze zijn wél weg, illegaal geborgen en verkocht als oud schroot. De Indonesische autoriteiten verleenden bergingsvergunningen die ze officieel niet mochten geven. Handelspartner Indonesië gaat het niet leuk vinden als je haar daarover aan de tand voelt. En dat willen we niet. Vermijd dus ook vooral de woorden 'bersiap', 'RMS' en 'Papua', want dat schaadt ongetwijfeld de handelsrelatie (of het geïdealiseerde beeld van het land Indonesië dat sommigen verwarren met het regime, maar dit terzijde).

Blinde vlek
Zo zijn er verschillende kwesties die na de oorlog nooit naar behoren zijn opgelost. De grote blinde vlek in discussies is steeds de onaantastbare handelsgeest van Nederland, die nog steeds rondspookt om de kinderen en kleinkinderen van de voormalige kolonie tegen elkaar uit te spelen. En hoe 'woke' je ook pretendeert te zijn, zoals dat tegenwoordig zo trendy heet, je trapt er keihard in zodra je je eigen afkomst aan de wilgen hangt. Of je het leuk vindt of niet, we hebben allemaal ook Nederlandse of andere Europese voorouders. En de lachende derde die toekijkt hoe verdeeld de Indische gemeenschap is? Juist. 

'De onaantastbare handelsgeest van Nederland spookt nog steeds rond om de kinderen en kleinkinderen van de voormalige kolonie tegen elkaar uit te spelen.'

Ieder z'n feestje
Onze families kenden geen euforie van een bevrijdingsfeest, maar rolden van de ene ellende in een andere. En 15 augustus dan, de dag dat de Japanse bezetter capituleerde, is dat dan geen reden voor een Indisch bevrijdingsfeest? Nou, voor 'ons' is dat meer een dodenherdenking, geen feest. In Indonesië vieren ze hun onafhankelijkheid op 17 augustus. Terechte euforie. Ik gun ieder z'n feestje ook al is het niet het mijne, zowel Nederland als Indonesië. Maar ik hoef er niet zo nodig bij te zijn, dat is ook vrijheid. 

Nederland heeft 75 jaar lang de openstaande schuld aan de Indische gemeenschap genegeerd, waardoor er ook in 2020 niet écht vrijheid gevierd kan worden door Indisch Nederland. Geen excuses, geen rechtsherstel, geen compensatie voor oorlogsschade, enkel 75 jaar struisvogelpolitiek van opeenvolgende kabinetten, met het heilige winstoogmerk nog immer hoog in het vaandel. Want stel je voor dat de Staat daadwerkelijk alles waar die Indo's recht op hebben zou moeten terugbetalen... Poeh poeh, dat zou een aardige duit gaan kosten. Dat kunnen we niet hebben. Dan maar hier en daar in het kader van 'collectieve erkenning' een afkoopsommetje uitdelen, liefst met een irreële peildatum, dat is goedkoper. En verder elke kwestie doodzwijgen. Je komt er tenslotte minstens 75 jaar mee weg. Tel uit je winst.

Vrijheid
De nasleep van de Tweede Wereldoorlog is voor een groot deel van de Indische gemeenschap nog altijd pijnlijk voelbaar. Juist in 2020, waarin 5 mei het stralende middelpunt is en 15 augustus enkel betekenis heeft voor degenen met roots in het voormalig Nederlands-Indië. Zolang de Indische en Molukse kwestie niet wordt opgelost, rest velen dit jaar slechts het gedenken van 75 jaar voortdurende krijgsgevangenschap van ouders en grootouders. 'Vrijheid vieren' blijft dan voor ons 'herdenken'. 

©Anneke van de Casteele



*Indische gemeenschap omvat alle etniciteiten die in de voormalige kolonie aanwezig waren, dus niet alleen Indo's, maar ook Molukkers, Chinezen, Papoea's, Menadonezen, Toegoenezen en vele anderen.

Sigajang Laleng Lipa (ook wel Sitobo Lalang Lipa), Buginees ritueel gevecht uit Zuid-Sulawesi. Beide strijders worden in één sarong gehuld, waarbij een gevecht op leven en dood volgt. Het is het laatste redmiddel om een conflict op te lossen. De uitkomst is allesbepalend: één van beiden kan het overleven, of allebei. De kans bestaat ook dat beide strijders sterven. Na het duel wordt het conflict 'gearchiveerd' en behoort het voorgoed tot het verleden: men mag dus ook geen wrok koesteren. De sarong is een symbool van eenheid in de Bugis cultuur. De essentie in dit rituele gevecht is zelfrespect. Als men geen zelfrespect heeft, wordt men niet als mens beschouwd. Zelfrespect is belangrijker dan het leven zelf.

zondag 11 augustus 2019

Een Indische schaduw

Herinneren
Als augustus aanbreekt, dienen zich automatisch allerlei herinneringen aan. Eigenlijk doen ze dat altijd wel, maar in augustus is het altijd erg druk in mijn hoofd. Het is natuurlijk ook een maand vol herdenkingen, tenminste, als je iets met Indië hebt. De hoofdrolspelers in de herinneringen die deze maand bij mij oproept zijn veelal familieleden, mensen die ik gekend heb en die indruk op mij hebben gemaakt. Zo dwaalden vandaag mijn gedachten af naar een man die ik nog altijd mis. In één seconde was ik terug in Den Haag, een jaar of twintig geleden.

Het was druk bij de tramhalte. Mijn oom bracht mij na vrijwel elk bezoek, zoals het een echte Indische gentleman betaamt, netjes naar Den Haag Centraal. 
'Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn.'
Ik had geen bezwaar tegen mijn struise bodyguard. Ondanks zijn hoge leeftijd en zijn wat moeizame tred was mijn vaders oudste broer nog altijd een verschijning die met zijn rijzige gestalte vanzelf respect afdwong. Hij was voor de duvel niet bang en al helemaal niet voor luidruchtige trampassagiers of opgeschoten gespuis. 

De paar met graffiti bekladde bankjes in het wachthokje waren al bezet toen we ons bij de wachtenden voegden. Een jonge man vouwde zijn krant op en bood mijn oom beleefd zijn zitplaats aan. 'Wilt u zitten, meneer?'
Een paar oude Indische ogen die in al die jaren al meer hadden gezien dan menigeen lief zou zijn, keken de man resoluut aan. 
'Nee dank u, meneer. Ik heb al drie jaar gezeten. In Japan.'
Hetzelfde ritueel herhaalde zich nadien in de tram meestal nog een keer of twee. Mijn oom bleef staan. Ook in de tram. Hij hield zich dan extra stevig vast en staarde strak naar buiten. Naar wat zich werkelijk zoal voor zijn ogen voltrok, kon ik toen slechts gissen. 

Zo ging het altijd. En altijd weer liet hij de goedbedoelende reizigers verbouwereerd achter. Zij begrepen de oude Indischman niet en dachten vast dat hij maar wat kletste. Als Indisch kind begreep ik uiteraard dat hij doelde op de oorlog. Maar het zou nog jaren duren voordat het écht bij mij binnenkwam. Ik heb het geweten.

Het 'Indisch zwijgen' was ook mijn oom niet geheel vreemd. Pas op hoge leeftijd liet hij zich soms het een en ander ontvallen over zijn oorlogstijd in Japanse krijgsgevangenschap. Dat gebeurde vaak op de meest onverwachte momenten, meestal als hij even rustig op een bankje zat in Kijkduin of tijdens het oppeuzelen van zijn Indische maaltijd. Dan scheen hij plots een flashback te krijgen die hem zodanig leek te kwellen dat die er per se uit moest. Pas dan had hij de spoken uit het verleden bedwongen en kon hij weer zijn oude vrolijke zelf zijn. 

Zo floepte er tijdens een etentje waarbij het gesprek over Hollandse koetjes en kalfjes ging, er ineens uit dat hij 'daar' was toen 'de bom' viel. Flarden van gruwelijke herinneringen aan de meest wrede uitvinding in de geschiedenis van de mens overspoelden de eettafel, om vervolgens weer voor onbepaalde tijd weg te ebben, plaats makend voor lemper en stilzwijgen.

Mijn oom was een bijzonder mens. Hij was een hibakusha, het Japanse woord voor slachtoffer of overlevende van de Amerikaanse atoombommen. De schaduw van Hiroshima heeft hem noch mij echter nooit meer verlaten. Ook al is hij mij reeds jaren geleden ontvallen, zijn no-nonsense spirit, humor en veerkracht leven voort.

Vele jaren later had ik het voorrecht om nog zo'n bijzonder mens te leren kennen. Ik werd gevraagd om een gedicht uit het Engels te vertalen ter gelegenheid van een herdenking voor de slachtoffers van de atoombom op Nagasaki. De schrijver van het gedicht, Rudi Hoenson (96) is eveneens een hibakusha. Hij overleefde de atoombom van Nagasaki, waar hij drie jaar als krijgsgevangene dwangarbeid moest verrichten op de scheepswerven van Mitsubishi. Het kamp waar hij geïnterneerd was, Fukuoka 14, bevond zich midden in het rampgebied. Wat daar gebeurd is op 9 augustus 1945, drie dagen nadat de eerste atoombom, 'Little Boy' Hiroshima verwoestte, is onmenselijk gruwelijk. Dat er buiten de Japanse slachtoffers ook geallieerde krijgsgevangenen slachtoffer werden van de twee atoombommen, wordt helaas maar al te vaak vergeten. De tweede atoombom, 'Fat Man', tekende Nagasaki én Rudi voor het leven, zoals Hiroshima dat van mijn oom heeft getekend. Wij kunnen ons de verschrikkingen die zij hebben doorstaan niet of nauwelijks voorstellen, al doen we nog zo ons best.

Herdenken
Indische ogen vertellen wat de mond niet zeggen kan. Veel oorlogsslachtoffers krijgen op latere leeftijd opnieuw te maken met hun oorlogstrauma's. Nachtmerries, angsten en depressies eisen alsnog meedogenloos hun tol - met rente. Verwerking van trauma's is voor ieder mens anders, elk mens is immers een individu. Mijn oom verwerkte zijn trauma's in stilte, tot hij niet langer kon zwijgen. Vrijwel niemand wist van zijn doorstane pijn en ellende. Voor Rudi betekende het schrijven van een gedicht verwerking en tevens vestigt hij er de aandacht mee op de geallieerde slachtoffers van Nagasaki. Door over zijn ervaringen te vertellen geeft hij zijn verhaal en dat van zijn mede-krijgsgevangenen door aan de volgende generaties.

Ik ben er van overtuigd dat herdenken vaak rust kan geven en op een positieve manier kan bijdragen tot verwerking van oorlogstrauma's. Herdenken is daarnaast onmisbaar voor de historische overdracht, met name als het gaat om de kennis van ons Indisch verleden. Want daarmee is het bedroevend slecht gesteld. Daar durf ik gerust een weddenschap tegenaan te gooien. 

In mijn directe omgeving heb ik het afgelopen jaar iedereen enigszins gepolst over de bij hen aanwezige kennis van het Indische deel van onze geschiedenis. Of liever, de afwezigheid ervan. Een kop thee en een goed gesprek zijn daarbij een goede combinatie gebleken. Er is echt geen riant gesubsidieerd onderzoek voor nodig om te peilen waar de schoen wringt. Zo was 'Hiroshima' wel bekend, maar de aanleiding voor de atoombom niet en 'Nagasaki' riep al helemaal geen herkenning op. Wat mij nog het meest opviel was dat niemand (!) wist wat er op 15 augustus herdacht wordt. Zeer pijnlijk. 'Nederlands-Indië een voormalige kolonie? Nooit geweten.' 

Dat onderwijs de grote boosdoener is behoeft geen verdere uitleg. De mensen met wie ik heb gesproken brachten dat zelf ook steeds naar voren. De media zouden overigens ook best een opfriscursus kunnen gebruiken, sowieso als het om herdenken gaat. Jaarlijks zien we bijvoorbeeld wel Hiroshima voorbijkomen, maar voor Nagasaki is nauwelijks tot geen aandacht,. Ook dit jaar bleef het stil in de Nederlandse media. Nagasaki wordt meestal in één adem genoemd met Hiroshima and that's it (enkele uitzonderingen uit het verleden daargelaten). Over de geallieerde slachtoffers van beide atoombommen wordt eveneens gezwegen. Ik vind dat buitengewoon onacceptabel. 

Schaduwen
Zoals Nagasaki in de donkere schaduw van Hiroshima wordt geduwd, verdwijnt 15 augustus achter de coulissen van 5 mei. Op 15 augustus gaat het leven in Nederland gewoon door, terwijl wij allen wel dienen stil te staan bij (4 en) 5 mei. Dat laatste is natuurlijk niet het issue hier, integendeel. Het gaat mij er juist om dat 15 augustus voor heel Nederland een speciale herdenkingsdag wordt, niet enkel voor degenen die 'iets met Indië hebben'. En dat mag ook best na bijna 75 jaar. Al was het alleen maar uit respect voor wat de slachtoffers van de Japanse bezetting hebben moeten doorstaan. 

Gelukkig zijn er heel veel lokale herdenkingen in het land, maar het herdenken beperkt zich grotendeels tot direct betrokkenen. En ja, er is een TV-uitzending, maar de media-aandacht is nog steeds Klein Duimpje vergeleken bij de reuzen van 4 en 5 mei. Gooi die BV Nederland nu eens gewoon dicht op 15 augustus, voor mijn part ook eens in de vijf jaar, net als bij 5 mei. Begin er maar in 2020 mee, als het 75 jaar geleden is dat er 'officieel een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog voor het Koninkrijk der Nederlanden'. Wordt het niet eens tijd dat het Indisch verleden uit de schaduw van dit Koninkrijk treedt? 

Als je de herdenking presenteert als 'Nationale herdenking 15 augustus 1945', zorg er dan ook potdorie voor dat het een echte nationale herdenking wordt, voor elke Nederlander, ongeacht afkomst. Anders staat het woord 'nationale' daar gewoon maar wat te staan en wordt de melati gewoon zomaar een leuk bloempje.

©Anneke van de Casteele



donderdag 5 november 2015

TWENTY-FIVE THOUSAND FLOWERS

Not a single day goes by
Without me - admiring you
But I keep on wondering why
Grandma, grandpa and you too,

Had to suffer all this time
For your country and your name
All that’s left for me is rhyme
For The Hague it’s just a game

Never bowed down for Japan
Even though you were their slave
Stood up straight and were a man
Kicked, denied but always brave

What I learnt from you is pride
Never waste a crumb of bread
Never fear and never hide
“Please be strong when I am dead”

I’ll put flowers on your grave
Twenty-five thousand, and some more
Is this thanks for all you gave?
Deserved better, that’s for sure.

Let them wallow in their shame,
Think this is the final word
I will carry on your flame
And make sure you will be heard!


© Anneke van de Casteele
annekevdcasteele.blogspot.nl



woensdag 4 november 2015

VIJFENTWINTIGDUIZEND BLOEMEN - gedicht


Er gaat geen mooie dag voorbij 
Dat ik jullie niet bewonder 
Hoe opa, oma en ook jij 
Zwaar geleden hebben onder 

Het juk gedragen hebben van 
Een volk dat streed voor Nederland 
En na de oorlog met Japan 
In vorst en koude is beland. 

Vijfentwintigduizend bloemen 
Ik kan ze brengen naar je graf 
Namen zal ik blijven noemen 
Zo komt Den Haag er niet van af 

Wat zovelen werd aangedaan 
Zeventig jaar lang negeren
Altijd zijn jullie doorgegaan
En de waarheid zal regeren!


© Anneke van de Casteele
annekevdcasteele.blogspot.nl


woensdag 7 oktober 2015

BENNY

Breda, voorjaar 1942, zomaar een zonnige vrijdagochtend. Na een lange periode van kou en vorst kwamen de eerste voorjaarsbloemen al voorzichtig uit hun knoppen gekropen, om nieuwsgierig om zich heen te zien of de zon er al was. En die was er. De glimmende daken van de huizen in het centrum van de ‘Parel van het zuiden’ glinsterden in de gouden zonnestralen. Zo ook de dakpannen op het huis van Benny, aan het Van Coothplein. Het huis met de mooie, fijn kanten glasgordijntjes, door Benny’s oma, die samen met opa ook in het huis woonde, met engelengeduld gemaakt. Zoals elke morgen om tien over acht kwamen zijn klasgenootjes Benny halen om samen naar school te gaan. De kinderen hadden de traditie bedacht om elke dag iemand anders de eer te geven om aan de statig galmende deurbel te trekken en dan moest Benny aan de andere kant van de deur raden wie er aangebeld had. Deze keer viel die felbegeerde eer te beurt aan Annie, een tenger meisje met een grote lichtblauwe strik in de weelderige goudblonde krullen, met roze appelwangen en ijsblauwe ogen.  
“Ikke! Ik ben aan de beurt!” Met een accuraat en haast wiskundig berekend sprongetje kon ze nét de bel bereiken en een luid, helder getingel gaf terstond aan dat Benny voort moest maken om naar school te gaan.
“Annie! Ja ja, het is Annie!”, schalde een opgewekte jongensstem aan de andere kant van de deur van het huis aan het Van Coothplein. Benny had zijn kleine handen als een toeter om zijn mond gelegd om zich voor het groepje buiten hoorbaar te laten zijn. Juichend van plezier omdat Benny het goed geraden had, sprong het groepje op en neer voor Benny’s deur. 

Annies filmhelden
Een slanke, jonge vrouw met ravenzwart haar en grote donkere ogen opende de zware voordeur. Ze droeg een donkergroene japon, bezaaid met kleine stippeltjes en ze had een wit keukenschortje voor. De kinderen zagen haar graag en Annies vriendinnen Ria en Bets bewonderden haar vooral om haar mooie, ranke figuur, terwijl Annie vooral haar lange zwarte krullen zo prachtig vond. Volgens haar had Benny’s moeder nog het meest weg van Hollywoodster Deanna Durbin, van wie ze kauwgomplaatjes spaarde en foto’s uit tijdschriften knipte die ze in een album plakte. Behalve Deanna Durbin was ook ijsprinses Sonja Henie favoriet bij Annie, en acteur Tyrone Power (The mark of Zorro, 1940) (want ze vond dat Benny best een verjongde uitgave van hem kon zijn met zijn donkere ogen en haar). 

Breda - Van Coothplein
Benny’s moeder had voor elk kind in Benny’s vriendengroepje altijd een vriendelijk woord en met oprechte interesse informeerde zij dan hoe het met hun moeders ging en of ze goed hun best deden op school. Elke ochtend gaf ze hen, net als Benny, ieder een koek mee voor onderweg, of een appeltje. Hoewel Benny’s vader zelf ternauwernood alle in het gezin aanwezige monden kon voeden, was er altijd wel iets dat met Benny's vrienden gedeeld kon worden. “Dank u wel mevrouw!”, ging het dan nagenoeg in koor en lachend en hinkelend vervolgden de jongelui gezamenlijk hun weg naar school, enkele straten verderop. Onderweg werden ze ingehaald door een groepje opgeschoten jongens, waarschijnlijk uit een hogere klas. De jongens liepen met een overdreven grote boog om Benny’s groepje heen, expliciet vieze gezichten trekkend en zodra ze hen gepasseerd waren, werd er geroepen en gejouwd. “Landverraaiers!” en tegen Benny: “Oplichters! Jullie maken Nederland straatarm!” of “Stelletje smousen*!” 

“Doorlopen en niks zeggen. Doorlopen.” 
Jan was de grootste van het vriendenclubje en nam altijd de belangrijkste beslissingen: welke sloot het beste was om overheen te springen, bij welke boer je het gemakkelijkst appels kon plukken en hoe je met een truc de meeste knikkers kon winnen. Benny boog vol schaamte zijn hoofd. 
“Niks van aantrekken Ben!” De meisjes probeerden hem op zijn gemak te stellen. 
“Tuig van de richel, dat is’t. Links laten liggen, ze zijn het niet waard.” 
Zwijgend kwam het groepje even later bij de school aan en speelde nog een snel potje tikkertje totdat de bel ging en iedereen netjes twee aan twee in de rijen voor de deuren ging staan.

Na schooltijd speelden de meisjes bij Bets thuis met hun poppen. Terwijl de minidames van celluloid zorgvuldig in hun zondagse poppenjurk werden gehesen, waren de gebeurtenissen van die ochtend, rond Benny, het onderwerp van gesprek. 
“Stelletje rotjongens... De vader van die ene lange snotjongen, die met die dikke neus, die is bij de NSB, wist je dat?” Bets trok een vies gezicht en kamde de haren van haar pop Toos nog eens goed. 
“Het kwam allemaal door die lelijke ster van Benny.” Ria legde haar pop een moment neer en zei: “Benny’s moeders jurken worden altijd helemaal verpest door dat lelijke gele ding. Geen gezicht.”
Annie dacht aan haar vader, die onlangs de schrik van zijn leven had gekregen toen hij in de stad een Joodse collega had gegroet. Meneer Cohen had zijn hoed afgenomen en groetend geknikt naar Annies vader, die joviaal en zonder er bij na te denken, zijn hand naar hem had opgestoken. Op dat moment haalde een passerende Duitser met een razendsnelle beweging zijn geweer van zijn schouder, laadde het magazijn en richtte in een oogwenk de loop op Annies vader. “Aufpassen, du Schweinhund!” Annies vader was lijkbleek thuisgekomen en kon geen woord uitbrengen. Hij moest eerst even gaan zitten en vroeg om een glas water om bij te komen. Daarna kwamen de tranen. Annie had haar vader nog nooit zien huilen. “Benny kan het niet helpen. En zijn moeder is mooi en lief, veel mooier nog dan Deanna Durbin”, vulde Annie aan. 

In Breda wemelde het van de Duitse soldaten vanwege de van oudsher aanwezige kazernes en de strategische ligging ten opzichte van België. Onderweg naar school en naar huis kwamen de kinderen dan ook regelmatig marcherende Duitsers tegen, luid Duitse schlagers en strijdliederen brullend, strak in de maat en onder ritmische begeleiding van een veelvoud van dreigend ge-klik-klak van het metalen zoolbeslag der legerlaarzen. Aan het einde van de straat waarin de school was gelegen, lag een grote kazerne. Vaak liepen patrouillerende Duitsers met - in Annies ogen bloeddorstige - herdershonden rond de kazerne en dan moest je echt oppassen dat je niet een keer te grazen werd genomen. Sommige soldaten schenen er plezier in te scheppen om de riem van zo’n waakhond dan even iets te laten vieren als je voorbijliep. Annie droomde weleens dat ze door de straten van Breda achterna gezeten werd door een groep Duitse soldaten met blaffende herders. Na het voorval met haar vader was dezelfde droom vaker langs geweest om haar te kwellen. 

De tijd verstreek en Benny had, ondanks de realiteit van een bezet Breda, het grootste plezier met zijn vrienden. Op school wilde eigenlijk niemand meer met hem spelen, of liever: ze durfden het niet. De angst voor represailles door de Duitsers was groot, evenals de angst om verraden te worden door de NSB. Zo kon je vader, je oom of je broer zomaar opgepakt worden en op transport gesteld worden naar Duitsland, als dwangarbeider. Maar Benny’s vrienden trotseerden de angst en bleven hem trouw. Ze werden wel steeds voorzichtiger in hun gedrag op straat, maar lieten hem niet in de steek. En Benny hen ook niet. Benny’s moeder had de kinderen tevergeefs gevraagd om toch alsjeblieft wijs te zijn en zelfs om maar helemaal niet meer te komen; uit veiligheid voor henzelf en hun families. “Helemaal niet”, had Jan vastbesloten gezegd. “Benny hoort bij ons. Wij zijn niet bang. Bovendien moeten we toch hierlangs op weg naar school.” 

Op een even zonnige maandagochtend slenterde het groepje vrienden richting Benny’s huis, Jan voorop. Het was stil op straat en er zong zelfs geen enkele vogel. Bij Benny’s straat aangekomen, viel het hen meteen op dat er iets niet klopte. De ramen van diverse huizen waren met houten planken slordig dichtgespijkerd en overal lag glas en rommel op straat. Op het midden van de rijweg lagen de zwartgeblakerde resten van een lukraak aangestoken brandje. Ze keken elkaar aan en zetten het meteen op een lopen naar Benny’s huis. Ook daar waren de ramen dichtgespijkerd. Er was niets meer te zien van de mooie kanten glasgordijnen van Benny’s oma. Jan trok een paar maal snel achter elkaar aan de bel, maar deze keer deed niemand open. Geen vrolijke jongensstem in de hal, geen vriendelijke lach van Deanna Durbin. Wat was er gebeurd? Bij de buren vragen dan maar. “Nee, niet bij de buren, die lui zijn niet te vertrouwen. Ik vraag wel verderop, bij Bakker.” Jan rende een vijftal huizen verder en belde aan.  Daar werd wél opengedaan. De meisjes bleven verstijfd van schrik wachten bij Benny’s dichtgespijkerde huis.

Even later kwam Jan terug. Hij herhaalde met bibberende, maar vastberaden stem wat mevrouw Bakker hem had verteld. “Gisteren is er een razzia geweest hier in de straat en in de straat hierachter. Ze hebben alles kapot geslagen, de rotzakken.  NSB-tuig. De Joden hier zijn opgehaald. Cohen, Gabriëls, Stein.. Die van Abrahams ook. Er zijn er ook een paar gevlucht, maar van Benny en z’n familie weten ze niks.” Verslagen liepen de kinderen naar school, ditmaal zonder Benny. Er zat niets anders op. Er werd geen woord gesproken. Annie en Ria huilden zachtjes, Bets liep met gebalde vuisten door, vechtend tegen de tranen en Jan veegde snikkend zijn neus af met zijn mouw. De zon hield op met schijnen.

fragment uit Annies Poeziealbum 1940-1945
versje ondertekend met 'De bevrijders van de stad Breda'
(ondersteboven) 1945
Breda werd bevrijd door de Polen, onder leiding van generaal Maczek, op 29 oktober 1944. Door de jaren heen bleven de nachtmerries over achtervolgingen door Duitsers met honden stelselmatig terugkeren bij Annie. Zij heeft nooit geweten wat er met Benny, zijn vader, moeder, opa en oma was gebeurd, evenmin als de andere kinderen. Het heeft altijd aan Annie geknaagd dat zij haar vriendje nooit meer heeft teruggezien. Er werd voor het ergste gevreesd. 

Elk jaar en met name op 29 oktober kwam Benny ter sprake en brandde zij een kaarsje voor hem. Telkens als er een oude film op TV was met Tyrone Power dacht zij aan Benny. Ook de herinneringen aan de Duitsers, de angst voor de met een dreigend gefluit overvliegende V1’s en V2’s, de donkere schuilkelders, razzia’s, de donderende bombardementen en de scherpe granaatscherven in de wanden bij Annie thuis hadden een terugkerend karakter. Ze bezat geen foto van Benny, noch enig ander souvenir aan zijn bestaan. Benny leefde echter voort in haar gedachten en verhalen. Pas jaren na Annies overlijden, vond ik een antwoord op één van de vele vragen. Benny’s opa en oma zijn gestorven in de gaskamers van Auschwitz, Polen. Van Benny en zijn ouders ontbreekt echter tot op heden elk spoor. 
Annie was mijn moeder.

© Anneke van de Casteele

 
fragment uit Annies Poeziealbum 1940-1945
briefje met vertaling Poolse boodschap van soldaat Tadek, 1945

*smousen - scheldwoord voor Joden