Het is weer 15 augustus, ooit bekend als de dag van de Indiëherdenking. Dat 'Indië' verdwijnt elk jaar steeds meer naar de achtergrond. De gebruikelijke plechtigheden zijn steeds minder een weergave van de mensen met wortels in het land dat zich slingert om de evenaar. Waar zijn bijvoorbeeld de Molukkers, Papua's, Chinezen - en Indo's? Ik herken mij niet meer in de 'Indiëherdenking'. En laten we eerlijk zijn: Nederland staat niet stil bij 15 augustus, Japanse bezetting of bersiap. Zelfs niet na 76 jaar. Want we hebben 5 mei al. De 4 en 5 mei herdenkingen slokken langzaam maar zeker 15 augustus op. En 'wij' laten het gebeuren. Tenzij je je laat horen.
"Schrijven is reizen. Reizen naar verre oorden, andere levens, nieuwe werelden en andere dimensies, maar het is vooral het op reis gaan naar jezelf."
Posts tonen met het label indië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label indië. Alle posts tonen
zaterdag 14 augustus 2021
Oprecht
Labels:
70 jaar Molukkers in nederland,
geschiedenis,
herdenken,
herdenking,
ikherdenk,
indië,
indisch,
indische gemeenschap,
indische nederlanders,
knil,
molukkers,
nederland,
nederlands-indië,
onderwijs,
papua
zondag 11 augustus 2019
Een Indische schaduw
Herinneren
Als augustus aanbreekt, dienen zich automatisch allerlei herinneringen aan. Eigenlijk doen ze dat altijd wel, maar in augustus is het altijd erg druk in mijn hoofd. Het is natuurlijk ook een maand vol herdenkingen, tenminste, als je iets met Indië hebt. De hoofdrolspelers in de herinneringen die deze maand bij mij oproept zijn veelal familieleden, mensen die ik gekend heb en die indruk op mij hebben gemaakt. Zo dwaalden vandaag mijn gedachten af naar een man die ik nog altijd mis. In één seconde was ik terug in Den Haag, een jaar of twintig geleden.
Het was druk bij de tramhalte. Mijn oom bracht mij na vrijwel elk bezoek, zoals het een echte Indische gentleman betaamt, netjes naar Den Haag Centraal.
'Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn.'
Ik had geen bezwaar tegen mijn struise bodyguard. Ondanks zijn hoge leeftijd en zijn wat moeizame tred was mijn vaders oudste broer nog altijd een verschijning die met zijn rijzige gestalte vanzelf respect afdwong. Hij was voor de duvel niet bang en al helemaal niet voor luidruchtige trampassagiers of opgeschoten gespuis.
De paar met graffiti bekladde bankjes in het wachthokje waren al bezet toen we ons bij de wachtenden voegden. Een jonge man vouwde zijn krant op en bood mijn oom beleefd zijn zitplaats aan. 'Wilt u zitten, meneer?'
Een paar oude Indische ogen die in al die jaren al meer hadden gezien dan menigeen lief zou zijn, keken de man resoluut aan.
'Nee dank u, meneer. Ik heb al drie jaar gezeten. In Japan.'
Hetzelfde ritueel herhaalde zich nadien in de tram meestal nog een keer of twee. Mijn oom bleef staan. Ook in de tram. Hij hield zich dan extra stevig vast en staarde strak naar buiten. Naar wat zich werkelijk zoal voor zijn ogen voltrok, kon ik toen slechts gissen.
Zo ging het altijd. En altijd weer liet hij de goedbedoelende reizigers verbouwereerd achter. Zij begrepen de oude Indischman niet en dachten vast dat hij maar wat kletste. Als Indisch kind begreep ik uiteraard dat hij doelde op de oorlog. Maar het zou nog jaren duren voordat het écht bij mij binnenkwam. Ik heb het geweten.
Het 'Indisch zwijgen' was ook mijn oom niet geheel vreemd. Pas op hoge leeftijd liet hij zich soms het een en ander ontvallen over zijn oorlogstijd in Japanse krijgsgevangenschap. Dat gebeurde vaak op de meest onverwachte momenten, meestal als hij even rustig op een bankje zat in Kijkduin of tijdens het oppeuzelen van zijn Indische maaltijd. Dan scheen hij plots een flashback te krijgen die hem zodanig leek te kwellen dat die er per se uit moest. Pas dan had hij de spoken uit het verleden bedwongen en kon hij weer zijn oude vrolijke zelf zijn.
Zo floepte er tijdens een etentje waarbij het gesprek over Hollandse koetjes en kalfjes ging, er ineens uit dat hij 'daar' was toen 'de bom' viel. Flarden van gruwelijke herinneringen aan de meest wrede uitvinding in de geschiedenis van de mens overspoelden de eettafel, om vervolgens weer voor onbepaalde tijd weg te ebben, plaats makend voor lemper en stilzwijgen.
Mijn oom was een bijzonder mens. Hij was een hibakusha, het Japanse woord voor slachtoffer of overlevende van de Amerikaanse atoombommen. De schaduw van Hiroshima heeft hem noch mij echter nooit meer verlaten. Ook al is hij mij reeds jaren geleden ontvallen, zijn no-nonsense spirit, humor en veerkracht leven voort.
Vele jaren later had ik het voorrecht om nog zo'n bijzonder mens te leren kennen. Ik werd gevraagd om een gedicht uit het Engels te vertalen ter gelegenheid van een herdenking voor de slachtoffers van de atoombom op Nagasaki. De schrijver van het gedicht, Rudi Hoenson (96) is eveneens een hibakusha. Hij overleefde de atoombom van Nagasaki, waar hij drie jaar als krijgsgevangene dwangarbeid moest verrichten op de scheepswerven van Mitsubishi. Het kamp waar hij geïnterneerd was, Fukuoka 14, bevond zich midden in het rampgebied. Wat daar gebeurd is op 9 augustus 1945, drie dagen nadat de eerste atoombom, 'Little Boy' Hiroshima verwoestte, is onmenselijk gruwelijk. Dat er buiten de Japanse slachtoffers ook geallieerde krijgsgevangenen slachtoffer werden van de twee atoombommen, wordt helaas maar al te vaak vergeten. De tweede atoombom, 'Fat Man', tekende Nagasaki én Rudi voor het leven, zoals Hiroshima dat van mijn oom heeft getekend. Wij kunnen ons de verschrikkingen die zij hebben doorstaan niet of nauwelijks voorstellen, al doen we nog zo ons best.
Herdenken
Indische ogen vertellen wat de mond niet zeggen kan. Veel oorlogsslachtoffers krijgen op latere leeftijd opnieuw te maken met hun oorlogstrauma's. Nachtmerries, angsten en depressies eisen alsnog meedogenloos hun tol - met rente. Verwerking van trauma's is voor ieder mens anders, elk mens is immers een individu. Mijn oom verwerkte zijn trauma's in stilte, tot hij niet langer kon zwijgen. Vrijwel niemand wist van zijn doorstane pijn en ellende. Voor Rudi betekende het schrijven van een gedicht verwerking en tevens vestigt hij er de aandacht mee op de geallieerde slachtoffers van Nagasaki. Door over zijn ervaringen te vertellen geeft hij zijn verhaal en dat van zijn mede-krijgsgevangenen door aan de volgende generaties.
Ik ben er van overtuigd dat herdenken vaak rust kan geven en op een positieve manier kan bijdragen tot verwerking van oorlogstrauma's. Herdenken is daarnaast onmisbaar voor de historische overdracht, met name als het gaat om de kennis van ons Indisch verleden. Want daarmee is het bedroevend slecht gesteld. Daar durf ik gerust een weddenschap tegenaan te gooien.
In mijn directe omgeving heb ik het afgelopen jaar iedereen enigszins gepolst over de bij hen aanwezige kennis van het Indische deel van onze geschiedenis. Of liever, de afwezigheid ervan. Een kop thee en een goed gesprek zijn daarbij een goede combinatie gebleken. Er is echt geen riant gesubsidieerd onderzoek voor nodig om te peilen waar de schoen wringt. Zo was 'Hiroshima' wel bekend, maar de aanleiding voor de atoombom niet en 'Nagasaki' riep al helemaal geen herkenning op. Wat mij nog het meest opviel was dat niemand (!) wist wat er op 15 augustus herdacht wordt. Zeer pijnlijk. 'Nederlands-Indië een voormalige kolonie? Nooit geweten.'
Dat onderwijs de grote boosdoener is behoeft geen verdere uitleg. De mensen met wie ik heb gesproken brachten dat zelf ook steeds naar voren. De media zouden overigens ook best een opfriscursus kunnen gebruiken, sowieso als het om herdenken gaat. Jaarlijks zien we bijvoorbeeld wel Hiroshima voorbijkomen, maar voor Nagasaki is nauwelijks tot geen aandacht,. Ook dit jaar bleef het stil in de Nederlandse media. Nagasaki wordt meestal in één adem genoemd met Hiroshima and that's it (enkele uitzonderingen uit het verleden daargelaten). Over de geallieerde slachtoffers van beide atoombommen wordt eveneens gezwegen. Ik vind dat buitengewoon onacceptabel.
Schaduwen
Zoals Nagasaki in de donkere schaduw van Hiroshima wordt geduwd, verdwijnt 15 augustus achter de coulissen van 5 mei. Op 15 augustus gaat het leven in Nederland gewoon door, terwijl wij allen wel dienen stil te staan bij (4 en) 5 mei. Dat laatste is natuurlijk niet het issue hier, integendeel. Het gaat mij er juist om dat 15 augustus voor heel Nederland een speciale herdenkingsdag wordt, niet enkel voor degenen die 'iets met Indië hebben'. En dat mag ook best na bijna 75 jaar. Al was het alleen maar uit respect voor wat de slachtoffers van de Japanse bezetting hebben moeten doorstaan.
Gelukkig zijn er heel veel lokale herdenkingen in het land, maar het herdenken beperkt zich grotendeels tot direct betrokkenen. En ja, er is een TV-uitzending, maar de media-aandacht is nog steeds Klein Duimpje vergeleken bij de reuzen van 4 en 5 mei. Gooi die BV Nederland nu eens gewoon dicht op 15 augustus, voor mijn part ook eens in de vijf jaar, net als bij 5 mei. Begin er maar in 2020 mee, als het 75 jaar geleden is dat er 'officieel een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog voor het Koninkrijk der Nederlanden'. Wordt het niet eens tijd dat het Indisch verleden uit de schaduw van dit Koninkrijk treedt?
Als je de herdenking presenteert als 'Nationale herdenking 15 augustus 1945', zorg er dan ook potdorie voor dat het een echte nationale herdenking wordt, voor elke Nederlander, ongeacht afkomst. Anders staat het woord 'nationale' daar gewoon maar wat te staan en wordt de melati gewoon zomaar een leuk bloempje.
©Anneke van de Casteele
Labels:
15 augustus,
atoombom,
geschiedenis,
herdenken,
herdenking,
herinnering,
hiroshima,
ikherdenk,
indië,
indisch,
jappenkamp,
knil,
nagasaki,
nederlands-indië,
onderwijs,
oorlog,
oorlogstrauma,
Tweede Wereldoorlog,
wo2
maandag 14 augustus 2017
woensdag 10 mei 2017
LEZEN VOOR DE LIJST? DOE EENS GEK!
Ben je scholier of student? Of heb je (klein)kinderen die moeten lezen voor de lijst? Doe eens gek en zet Indische en Molukse literatuur op je leeslijst voor het vak Nederlands! Ik kan het niet vaak genoeg zeggen, dus bij deze nogmaals.
Ik herinner me nog dat ik een heel pleidooi moest houden bij mijn vastgeroeste docent om titels van Indische en Molukse schrijvers op mijn keuzelijst te 'mogen' zetten, aangezien hij geen van allen zelf gelezen had! We kregen een literatuurlijst aangereikt, waarop een aantal 'goedgekeurde' titels uit de canon van de Nederlandse literatuur stond. Het was ook toegestaan om titels op je leeslijst te zetten, die niet op de uitgereikte lijst stonden, maar dan uitsluitend na overleg met de docent.
Zo gezegd, zo gedaan. Ik maakte een afspraak met mijn leraar Nederlands om mijn leeslijst te bespreken. Ik moet de goede man ongetwijfeld een uiterst vervelende middag hebben bezorgd. En ik heb daar nog steeds geen spijt van.
De titels die ik aan mijn lijst wilde toevoegen, kende hij over het algemeen niet, of sommige juist wel, maar vond het 'geen literatuur'. Valide argumentatie voor dit laatste ontbrak mijns inziens en hij merkte dat ik dat doorhad. Uiteindelijk werd overgegaan tot een compromis. Als ik tijdens het mondeling examen goed kon beargumenteren waarom ik een boek wél tot de literatuur vond behoren, zou hij de hem onbekende boeken gaan lezen.
Behalve een middag, heeft het hem dus ook nog heel wat avonduren gekost. Het zal hem goed hebben gedaan. Het waren stuk voor stuk prachtige boeken die ik op mijn lijst had gezet. Het kan immers ook voor een docent nooit kwaad om de horizon te verbreden of het referentiekader uit te breiden, nietwaar?
Mijn docent had zich ondanks de werkdruk (want die was er vijfentwintig jaar geleden ook al) toch nog op de voor hem nieuwe boeken gestort en het mondeling examen Nederlands werd een mooie herinnering die ik vandaag de dag nog steeds koester.
Het is niet 'of-of' maar 'en-en'
De Nederlandse literatuurgeschiedenis omvat ruim vier eeuwen Indische en Molukse invloed, al dan niet gepeperd. Er is een Indische schatkamer te ontdekken vol proza en poëzie. Durf eens los te breken van 'Max Havelaar' of 'De stille kracht' en kies voor werk van Nederlandse auteurs met een Indische of Molukse achtergrond. Er zijn er genoeg!
Multatuli en Couperus schreven prachtige boeken en kunnen prima op de lijst, maar zij waren Nederlanders en hun boeken zijn dan ook vanuit Nederlands perspectief geschreven. Het is niet 'of-of' maar 'en-en'. Indo's en Molukkers schrijven zich te pletter, maar zijn nog te vaak afwezig op de lijst, dus het is hoog tijd dat daar verandering in komt. Dat laatste is iets wat we zelf kunnen doen door de schoolgaande jeugd bekend te maken met het werk van Indische en Molukse schrijvers - en hen vooral te stimuleren en inspireren. Het is ook veel leuker om een boek te lezen over een onderwerp dat je interesseert.
Meer sambal in je literatuurlijst
De Libris Literatuur Prijs 2017 werd gewonnen door niemand minder dan Alfred Birney. Jawel, een Indo. Zijn boek 'De tolk van Java' doorbreekt het taboe van de doodgezwegen waarheid rondom de bloedige dekolonisatie van Nederlands-Indië. Als dat geen sambal is, dan weet ik het niet meer.
Birney schreef in 1998 al een lijvig standaardwerk over 400 jaar Indië in de Nederlandse letteren: 'Oost-Indische inkt'. Dus zet je docent eens aan het werk. Ik kan het iedereen aanbevelen. Laat de docent ook maar eens wat sambal proeven in plaats van het zoveelste stukje Turks Fruit en geef hem/haar nieuw leesvoer. Dat vinden ze leuk.
©Anneke van de Casteele
Labels:
cultuur,
dekolonisatie,
diversiteit,
havo,
indië,
indisch,
indisch erfgoed,
koloniaal,
lezen,
lezen voor de lijst,
literatuur,
Moluks,
nederlands,
nederlands-indië,
onderwijs,
poëzie,
proza,
school,
vmbo,
vwo
zaterdag 4 maart 2017
'WIJ ZIJN INDISCHE NEDERLANDERS, GEEN INDONESIËRS'
Dinsdagavond was D66 lijsttrekker Pechtold te gast bij Pauw en Jinek. We zagen hem een concurrent doormidden zagen vanwege zijn tegenstrijdige uitlatingen, terecht overigens. We hoorden hem echter ook een fout maken, die hij later op Twitter 'onzorgvuldig' noemde. Hij benoemde de groep van circa 1,7 miljoen Indische Nederlanders namelijk als 'de Indonesiërs'. Indisch Nederland was in rep en roer. Ook terecht overigens.
Had ik kromme tenen toen ik het hoorde? Je kent me, dus: ja. Keek ik ervan op? Nou nee. Pechtold is niet de eerste en zeker niet de enige die ons 'Indonesiërs' noemt (of erger: Nederlandse Indiërs).
Is het dan Hollandse onwetendheid? Nou, dat zou kunnen. Ware het niet dat Indo's vaak dezelfde fout maken, met name de jongere generatie omschrijft zichzelf vaak als 'Indonesisch' of gebruikt de termen slordig allebei.
Is het dan gewoon een onschuldige verspreking? Een verspreking is uiteraard te vergeven. Maar onschuldig is het zeker niet. Met één woord wordt de grootste en oudste groep 'Nederlanders met een migratie-achtergrond' in een hokje gedumpt waar zij niet thuishoort. Voor veel Indische Nederlanders (Indo's) weegt zo'n 'verspreking' loodzwaar.
Na bijna 75 jaar aanwezigheid in Nederland ziet Den Haag ons nog steeds niet. De bekende blinde vlek. Ze weten donders goed dat we er zijn, maar ze willen het niet zien, want dan moeten ze met de billen bloot wat betreft het uitgebleven rechtsherstel. Van ons zijn ze gewend dat we 'zwijgen' en ons 'aanpassen': de aloude misvatting waar Den Haag toch eens van af zou moeten.
Hé, wat is dat nou? De Indo's zwijgen niet meer. Krijg nou wat. Ze laten van zich horen. 'Wij zijn geen Indonesiërs!' Het was alsof ik mijn vader hoorde, zo'n 40 jaar geleden, toen een ambtenaartje van Burgerzaken bij het vernieuwen van zijn paspoort stelde dat hij in Indonesië was geboren.
'Ik ben geboren in het voormalig Nederlands-Indië, mevrouw, niet in Indonesië.'
De blonde onnozelheid zelve achter de balie antwoordde met 'dat is toch hetzelfde?' Zij was een beetje dom, sorry Alex (Pechtold, niet Willy).
Wat onze democratische volksvertegenwoordiger zich niet realiseert - en iedereen die dezelfde fout maakt - is, dat dat ene woord 'Indonesiërs' de reden is dat wij Indische Nederlanders hier in dit land zijn en niet in Indonesië.
Ik ga op deze plek niet voor de zoveelste keer uitleggen wat een Indische Nederlander is. Wat ik wél doe, is aangeven waarom het geen onschuldige verspreking is, maar een fout, een ontkenning en plein public van ons bestaan, onze identiteit en onze geschiedenis, van ons Nederlanderschap.
Ik ga op deze plek niet voor de zoveelste keer uitleggen wat een Indische Nederlander is. Wat ik wél doe, is aangeven waarom het geen onschuldige verspreking is, maar een fout, een ontkenning en plein public van ons bestaan, onze identiteit en onze geschiedenis, van ons Nederlanderschap.
In een notendop: het label 'Indonesiërs' gebruiken is beladen. Het rijt oude wonden open. Het 'staat voor' de bersiap, de verkrachtingen en de moordpartijen, de revolutie, de sale guerre die Nederland tot 1949 voerde. Het staat voor de beledigingen, de bedreigingen, de armoede, de werkloosheid vanwege de door Indonesië genationaliseerde bedrijven.
Het staat voor de vlucht naar het land van de nationaliteit die in het paspoort stond, het voorgoed achterlaten van je geboortegrond, huis en haard. Het staat voor angst en trauma's. Het staat voor de schandalige opvang in Nederland, contractpensions, torenhoge schulden en niet gehoord oorlogsleed.
Het staat voor uitgebleven rechtsherstel, zoals nooit uitbetaalde soldij en salaris (de backpaykwestie). Het staat voor het leed van onze ouders en grootouders. Het staat voor aanpassen, racisme en discriminatie.
Voor heel veel Indische Nederlanders ligt er dus heel veel besloten in de 'onzorgvuldige' woordkeuze van Pechtold.
Voor heel veel Indische Nederlanders ligt er dus heel veel besloten in de 'onzorgvuldige' woordkeuze van Pechtold.
Maar misschien nog wel belangrijker: de uitspraak van Pechtold staat voor de afwezigheid van het Indische verhaal in het onderwijs. Als ik zeg 'Indisch' bedoel ik ook Indisch. Door ons verteld, niet door de roze bril met de witte lenzen van Den Haag. Wij kunnen ons verhaal prima zelf vertellen. En dat doen wij al jaren: als u goed had opgelet, had u dat gezien.
Als het onderwijs ons niet onzichtbaar had gemaakt, zouden Nederlanders hun vaderlandse geschiedenis kennen, dus ook de koloniale geschiedenis. Dan zouden Nederlanders - inclusief de heer Pechtold - weten wie we zijn en dat wij geen Indonesiërs zijn.
© Anneke van de Casteele
N.B. De groep Nederlanders met roots in het voormalig Nederlands-Indië is zeer divers en bestaat uiteraard uit veel meer etniciteiten dan alleen Indo's. De term 'Indische Nederlanders' is veelgehoord in de discussie rondom de uitspraak van Pechtold en heb ik gebruikt ter vereenvoudiging.
N.B. De groep Nederlanders met roots in het voormalig Nederlands-Indië is zeer divers en bestaat uiteraard uit veel meer etniciteiten dan alleen Indo's. De term 'Indische Nederlanders' is veelgehoord in de discussie rondom de uitspraak van Pechtold en heb ik gebruikt ter vereenvoudiging.
English translation
‘We are Indische Nederlanders, not Indonesians!’
Last Tuesday night, February 28, 2017, Dutch D66 democrat party leader Alexander Pechtold was one of the guests on TV talkshow ‘Pauw and Jinek’. We saw him verbally wipe out a competitor in the upcoming Dutch elections, because of his contradictory statements, rightly so. However, we also heard him make a mistake, which he later described on Twitter as 'careless'. He referred to the group of approximately 1.7 million Indische Nederlanders (Dutch Indos) living in the Netherlands today, as ‘Indonesians’. The Dutch Indo community was in an uproar. Also rightly so.
Did I cringe when I heard it? You know me, so yes. Was I surprised? Well, no. Pechtold is not the first and certainly not the only one who calls us ‘Indonesians’ (or worse: Dutch Indians).
Is it Dutch ignorance? Well, that could be very well possible. Were it not that even Dutch Indos often make the same mistake, especially the younger generation often describes itself as ‘Indonesian’ or even uses both terms, carelessly. This is where education comes in.
Is it just an innocent slip of the tongue? A slip of the tongue could be easily forgiven. However, ‘innocent’ it certainly is not. With the use of only one single word, the largest and oldest group 'Dutch with a migration background’, as it is called nowadays, is put into a box where it does not belong. For many Dutch Indos this ‘slip of the tongue’ has grave connotations.
After almost 75 years of our presence in the Netherlands, The Hague still does not see us. It is the well known blind spot. They know full well that we are there, but they do not want to see it, for then they would obviously have to address the never fully realized restitution of justice for the Dutch Indo community. From us, they expect 'silence' and 'assimilation': the ancient misconception that The Hague should really have to get rid of after all this time.
Hey, what's that? These Dutch Indos no longer remain silent. What the hell. They make themselves heard. "We are not Indonesians!" It was as if I heard my father speak out some 40 years ago, when an office worker of Civil Affairs, while renewing my Dad’s passport, stated that my Dad was born in Indonesia.
"I was born in the former Dutch East Indies, Madam, not in Indonesia."
The blonde innocence itself behind the desk replied, "But that's completely the same thing?" She was being a bit dumb, sorry Alex (Pechtold, not Willy).
What our democratic people’s representative does not realize - and anyone who makes the same mistake - is that that the one word 'Indonesians' is the whole reason that we Dutch Indos are here in this country and not in Indonesia.
I am not going to explain for the 1000th time what a ‘Indische Nederlander’ is. What I will do, is indicate why it is not an innocent slip of the tongue to refer to us as Indonesians, but an error, which holds a denial - and in public - of our existence, of our identity and our history, of our Dutch citizenship.
In a nutshell: to use the label 'Indonesians' is not only technically wrong, it is also laden. It rips open old wounds. Using this label ‘stands for’ the bersiap, the rapes and massacres, the revolution, the 'sale guerre' which the Netherlands led until 1949. It stands for the insults, threats, poverty, unemployment due to the Indonesian government nationalizing Dutch companies.
It stands for fleeing to the country of the nationality stated in everyone’s passport, it meant forever leaving your native land, home and hearth. It stands for anxiety and trauma. It stands for the scandalous reception in the Netherlands, boarding houses, skyrocketing debts and the never heard war trauma, starting all over again from scratch.
It stands for the never materialized restitution of justice, such as the never paid KNIL wages and salaries (the back pay issue). It stands for the suffering of our parents and grandparents. It stands for forced assimilation, racism and discrimination.
So, For many Indische Nederlanders so very much is concealed in the ‘careless’ choice of words of Dutch politician Mr. Pechtold.
But perhaps even more important in Pechtold’s decision to call us Indonesians is the absence of the ‘Indisch’ (Dutch Indo) story in Dutch education. When I say ‘Indisch’, I mean Indisch. Our story needs to be told by us, not through the rose colored glasses with the white lenses, worn by The Hague. We are perfectly capable to tell our own story and we have been doing so for years and years. If you would have been paying attention, you would have seen it, Mr. Pechtold.
If Dutch education had not made us invisible, the Dutch people would have known their own country's history, including Dutch colonial history. Then the Dutch - including Mr Pechtold – would have known who we are, why we are here and that we are not Indonesians.
© Anneke van de Casteele
Please Note: Dutch citizens with roots in the former Dutch East Indies have a large variety of ethnicities, far more than only the Indo-Europeans or Indos. The words 'Indische Nederlanders' or 'Dutch Indos' popped up extensively in the discussion and I used these for simplification.
Please Note: Dutch citizens with roots in the former Dutch East Indies have a large variety of ethnicities, far more than only the Indo-Europeans or Indos. The words 'Indische Nederlanders' or 'Dutch Indos' popped up extensively in the discussion and I used these for simplification.
zondag 14 augustus 2016
HET MONUMENT VAN VIJFTIEN-ACHT - gedicht
Omdat herdenken een zaak van oprecht respect is en niet van het etaleren van politiek correcte sympathie. Omdat de oorlog niet ophield op 15 augustus 1945.
© Anneke van de Casteele
Labels:
15 augustus,
backpay,
bersiap,
erkenning,
gedicht,
geschiedenis,
herdenking,
indië,
indisch,
indo,
jappenkamp,
nederlands-indië,
onderwijs,
oorlog,
repatriëring,
Tweede Wereldoorlog,
vrijheid
dinsdag 31 mei 2016
PASAR MALAM TEMPO DOELOE - kort verhaal
Pasar malam, tempo doeloe
Herinneringen aan de prehistorie
Als kind liep ik aan het handje mee met papa en mama, struinend en snoepend van een pisang goreng, langs de vele Indische kraampjes op de pasar malam. Deze snotneus keek haar bruine oogjes uit en verwonderde zich over oude en nieuwe dingen, zoals ik vandaag de dag nog steeds doe, althans wat betreft dat verwonderen.
Van mijn vader moest ik als ‘écht Indisch kind’ alerlei nieuwe smaakjes en lekkernijen proeven en zo trok hij mij ooit gedecideerd aan de arm mee naar een kraam, waar een vreselijke stinklucht vanaf kwam en waar allerlei tropisch fruit lag uitgestald, in vormen en kleuren die ik bij de groenteboer op de hoek nooit gezien had. “Zo heerlijk zoet, je móet dit proeven!” Demonstratief nam hij een stukje fruit van een schoteltje dat op een berg enorme prikkeldingen lag te balanceren en met een luid “mmmm!” verdween het stukje in zijn mond. Als papa het durfde, dan kon ik dat ook best. Maar toen ik oog in oog stond met de stinkende prikkeldingen, heb ik de ziel onder de arm en de benen genomen, mijn vader vol leedvermaak grinnikend achterlatend. Ik moest het nog lang horen. Maar het was het waard geweest, want als troost voor deze traumatische ervaring mocht ik mee naar de spekkoekkraam en daar wordt ieder Indisch kind vrolijk van.
Mijn ouders sleepten mij verplicht mee naar wajangvoorstellingen, exposities en het muziekpodium, snuffelden (destijds veel te lang naar mijn zin) tussen de Indische boeken en mijn moeder controleerde regelmatig het restant van het zorgvuldig bijeen gespaarde pasarbudget. Ik leerde er hoe afdingen in zijn werk ging bij Indo’s onderling en wat het verschil was tussen wajang golek en wajang koelit.
De muzikale omlijsting van de pasar is iets waar ik altijd naar uitkeek. De bekende artiesten die zorgden voor zinderende shows natuurlijk in de eerste plaats, maar ik vond de felgekleurde lampen het mooist (en het feit dat de muziek veel harder stond dan thuis ooit toegestaan was!). Ik heb er van genoten. Een keer op de Pasar Gambir in Dordrecht zou de groep Massada optreden. Ze hadden toen een hit met het nummer ‘Sajang É’, wat mij nog steeds tot tranen kan roeren. Niet alleen vanwege de melancholie van het lied, maar ook omdat ik op tijd naar bed moest en Massada trad pas ’s avonds op. Mijn moeder was onverbiddelijk. Dikke tranen heb ik gehuild bij de poster van zanger Johnny Manuhutu, op wie ik destijds grenzeloos en hopeloos verliefd was (en stiekem nog steeds een beetje, zoals zo veel Indische en niet-Indische meisjes). Met betraande oogjes stond ik toen langdurig te kijken naar een leeg podium zonder Massada, waar als decor een enorm doek met een prachtig geschilderd Indisch landschap vol wuivende palmen en bergen mijn nieuwsgierigheid wist te wekken (tussen het snikken door).
Naast traumatische ervaringen (zoals de lucht van de doerian die na ruim 40 jaar nog steeds rondspookt in mijn reukorgaan en het missen van het optreden van Massada) was er gelukkig wel krontjong. Krontjong asli, dat is waar ik mee opgegroeid ben. Zowel mijn vader en opa als mijn ooms beschikten over een grote platencollectie met prachtige krontjong, waaronder de platen van ‘Lief Java’ van Guus Becker en Leo Spel. Jaren later had ik de eer om krontjongzanger Guus Becker te ontmoeten en met hem over deze unieke muziek te mogen spreken. Hij vertelde mij veel over de ontstaansgeschiedenis van deze muziek. (zie ook mijn blogartikel voor 'De Kritische Katjang').
Door de jaren heen veranderde er veel in de samenstelling van ons gezin, onze familie en vriendenkring. De Indische dinosauriërs verdwenen, maar zijn nooit helemaal weggevaagd en de herinneringen zijn gebleven, helder als de dag van gisteren. Met vrienden deden wij weleens een ‘vergelijkend warenonderzoek’ en we bezochten verschillende pasars in het land; grote, kleine, saaie en gezellige. Zo kwamen we een keer ergens in Brabant op een open lucht pasar terecht; klein, maar met een sfeer die je nog maar zelden tegenkomt. Nu is sfeer een heel persoonlijk iets, maar het aantal lachende mensen om je heen is meestal wel een aardige sfeermeter.
Er waren natuurlijk allerlei kraampjes, snuisterijen en lekkere hapjes te vinden en er was muziek. Voor het podium dansten de mensen op muziek van Indo-celebrity Dries Holten (bekend als de helft van o.a. de duo’s Sandra & Andres en Rosy & Andres). Andres, die zijn Indische afkomst nooit onder stoelen of banken heeft gestoken en altijd zijn Indisch-zijn heeft gevierd in zijn muziek, kreeg ook deze keer weer jong en oud aan het swingen met zijn Indische liedjes.
De spekkoekkraam op een pasar is een instituut op zich en oogst dan ook altijd veel bewondering, op welke pasar je ook bent. In Den Haag wilde mijn oom er, toen al dik in de zeventig, altijd het eerst naartoe. Op de lange tafels stonden tientallen kleine rieten mandjes uitgestald, gevuld met kleine stukjes spekkoek in de vele diverse smaken; banaan, chocolade, rum, cocos, pandan en meer van die fijne smaakjes die je alleen al bij het lezen van deze zin doen watertanden.. Mijn oom begon altijd helemaal links bij schaaltje nummer 1 en ging dan zo het hele rijtje af, om dan vervolgens weer terug te lopen naar het eerste schaaltje en het ritueel te herhalen. De verkopers kenden hem gelukkig al (want mijn oom had natuurlijk een passe-partout). “Welke wil je kopen, oom?” probeerden wij dan tevergeefs. “Nee, ik hoef niet, ik hou niet van spekkoek” was dan steevast het antwoord.
Mijn oom genoot van de krontjong, vooral van de krontjong asli en altijd weer kwam dan zijn zakdoek tevoorschijn om zijn neus in te snuiten en zodoende zo onopvallend mogelijk een traantje weg te pinken, in de ijdele hoop dat wij het niet gezien hadden.
Slenterend van de ene tent naar de andere mopperde hij traditiegetrouw en zonder gêne over de ‘kauwgomballententen’ (zoals hij de niet-Indische kraampjes noemde). Pas veel later ben ik dat gaan begrijpen. Mijn oom had Jappenkamp, Birmaspoorweg, Hiroshima en Bersiap overleefd en hij had zijn geliefde Indië moeten verlaten; van mij mocht hij mopperen.
Op een keer hoorden wij achter ons heel hard mijn ooms naam roepen. Verschrikt keek mijn oom om (en wij ook). “Ja, jij daar! Hoe is het? Ken je mij niet meer?” Mijn oom keek een andere bejaarde Indo onderzoekend in de ogen en vroeg argwanend: “En wie wil dat weten?” Daarna noemde de man een adres in Tegal, en mijn oom en hij bleken buurjongens te zijn geweest! Zelfs na zowat veertig jaar wist de ‘oude’ buurjongen (letterlijk en figuurlijk, want hij woonde immers ook in Den Haag, net als mijn oom) nog wie ‘die schavuit van nextdoor’ was. Een prachtige ontmoeting die mij altijd is bijgebleven en waar ik mij nog steeds heerlijk over kan verwonderen.
Ontmoetingen, daar ging en gaat het om op een pasar. Ook na het wegvallen van de dinosauriërs ging ik erheen. Inderdaad, ‘ging’, want de laatste jaren moet ik er een heel eind voor reizen en zo zonder dinosauriërs naast mij word ik er al gauw wat treurig van. Bovendien houd ik niet zo van (kouwe) drukte. Hoewel het uitwaaien in Scheveningen na afloop ook wel weer iets had. Of het thuis goreng-en van je meegebrachte hapjes en het oprapen van de melatibloempjes die altijd in groten getale onderin de tas lagen in plaats van dat ze aan het meegebrachte plantje zaten. Maar de herinneringen houden me ook nu nog warm en door ze op te schrijven, houd ik hen levend. Niet alleen de eetkraampjes, de spekkoek, de muziek en de snuisterijen maakten de sfeer op de pasars, maar juist die ‘dino’s’ (anagram voor ‘indo's’.. zie je dat?) deden dat voor mij. Nu ben ik zelf zo langzamerhand een ‘indosauriër’ geworden, een uitstervend ras. Maar deze is nog alive and kicking, net als mijn herinneringen!
© Anneke van de Casteele
Abonneren op:
Posts (Atom)






