maandag 9 maart 2020

Euforie (of nie)

Een essay over 75 jaar vrijheid

Het vrijheidsgeluid gonst al geruime tijd oorverdovend rond in vrijwel alle media. Je kunt er niet omheen. Zwart-wit beelden van met vlaggetjes wapperende, juichende mensen langs passerende tanks, foto's van breed lachende soldaten, blije bakvissen en verlegen kindersnoetjes. Het zijn beelden die getuigen van euforie na vijf jaar ellende. Ellende die voor Joden, Roma, Sinti, zieken, gehandicapten en bejaarden later aanzienlijk groter bleek te zijn. Het is ellende waarvan al die blije Hollandse gezichten op het moment dat ze op film werden vastgelegd nog geen weet hadden. Media, censuur en propaganda: a deadly combination, fake news avant la lettre. 

Grote afwezige in de media is tot nu toe de Tweede Wereldoorlog 'aan de overkant', die voormalig Nederlands-Indië in zijn greep hield. Media focussen voornamelijk op de dekolonisatieoorlog, maar die kwam toch echt pas nadat de capitulatie van Japan een feit was, waarmee officieel een einde aan de Tweede Wereldoorlog kwam. Oorlog is oorlog, of niet? Kunnen we als nazaten van de voormalige kolonie wel 'vrijheid' vieren?

De overkant
Van euforie was aan 'de overkant' van het koninkrijk, in Nederlands-Indië, geen sprake. In Zuidoost-Azië ging men nog gebukt onder Hitlers bondgenoot Japan. De datum 5 mei 1945 was niet anders dan die van de drie voorgaande jaren. Terwijl het bevrijdingsfeest in Nederland losbarstte, zaten landgenoten in Nederlands-Indië nog steeds gevangen in concentratiekampen, verspreid over de Indische archipel en de rest van Azië. Onder erbarmelijke omstandigheden moest men proberen ziekte en mishandeling te overleven. Was je erin geslaagd buiten de kampen te blijven, dan was je je leven ook niet zeker. Nee, euforie was niet aan de orde.

Ook niet toen Japan capituleerde op 15 augustus 1945. Twee dagen later proclameerde Soekarno onder druk van jonge onafhankelijkheidsstrijders de republiek Indonesië. Euforie? Ehm, nee, wel Bersiap! Een ware volkswoede brak uit die zich met name richtte op Indo's, Molukkers, Chinezen en andere etnische groepen. De bersiap mondde uit in slachtpartijen op duizenden mannen, vrouwen en kinderen. Deze gruwelijke periode is bij het gros van de Nederlanders onbekend. Het onderwijs laat qua koloniale geschiedenis helaas veel te wensen over. Het is dan ook hoog tijd dat het curriculum wordt aangepast. We kunnen ons beter op eerlijker onderwijs concentreren, in plaats van met elkaars egootjes en plein public te bakkeleien over vier voorbije eeuwen waar we toch niets meer aan kunnen veranderen zonder teletijdmachine. 

In het verlengde van de Tweede Wereldoorlog
De daaropvolgende jaren werden voorgoed getekend door de slachtoffers van de dekolonisatieoorlog - aan beide zijden, waarbij Nederlands militair ingrijpen uiteindelijk de meeste slachtoffers op het geweten had in een vergeefse poging om het winstgevende paradepaardje van de Nederlandse kolonies te behouden. Nederland boog uiteindelijk in 1949 voor de internationale druk, maar bleef een vinger in de rijstepap van Nieuw-Guinea houden tot 1962. Ook ver na de Tweede Wereldoorlog bleven het roerige, angstige tijden, met name voor degenen die zo lang mogelijk op hun geliefde geboortegrond trachtten te blijven. Dat laatste wordt nogal eens vergeten.

Vrijheid is relatief
Wat vrijheid is voor de één, is dat niet altijd voor de ander. Kolonialisme is nooit goed te praten. NOOIT, met hoofdletters. Het systeem was door en door rot, racistisch en wreed. Elk weldenkend mens die zich in de geschiedenis van de archipel verdiept, ziet dat. Niemand ontkent dat ook. Dat wil echter niet zeggen dat elk mens dat in zo'n systeem geboren werd automatisch ook rot was. Het is wel heel erg gemakkelijk en kortzichtig om iedereen over dezelfde koloniale kam te scheren. Je kunt niet bepalen in welk land of gezin je geboren wordt. Je kunt niet je eigen etniciteit bepalen. Het is daarom volslagen idioot om een hele bevolkingsgroep weg te zetten als hoofdschuldige aan het systeem of als verrader. De hoofdschuldigen van het koloniale systeem zetelden toch echt in het verre Nederland en in de Nederlandse toplaag van het Nederlands-Indisch gouvernement. Wat je zelf nog enigszins kunt bepalen is hoe je je opstelt binnen het systeem waarin je bent geboren en getogen, of liever: wat voor mens je in essentie bent. Niet elke Europese wieg in Indië bevatte een meedogenloze slavendrijver, net zo min als dat elk Indonesisch gezin een moedige vrijheidsstrijder voortbracht of dat elk Japans kind standaard een kampbeul werd.

Dit jaar staat in het teken van 75 jaar vrijheid: 1945 markeert het einde van de bezetting van het koninkrijk. We vieren het einde van de Tweede Wereldoorlog, hoewel de media tot nu toe nauwelijks oog hebben voor de Japanse bezetting van Nederlands-Indië. De nadruk ligt op de bezetting van Nederland door de Duitsers. We zijn het gewend. En als een verdwaalde krant of talkshow er onverhoopt aandacht aan besteedt, wordt er verontschuldigend en vanuit een politiek correcte mea culpa drang van alles bijgehaald dat afleidt van die Tweede Wereldoorlog: van VOC tot Tempo doeloe. Het past bij de beginnersfout van met name derde generatie Indo's (en een handjevol van de tweede) die op zoek gaan naar hun roots of zich er in verdiepen, zich dan een hoedje schrikken van de inktzwarte koloniale geschiedenis en die vervolgens een standpunt zoeken waarmee ze zich veilig aan de 'goede' kant van de geschiedenis willen profileren. Sommigen slaan daar volledig in door. Het kiezen van één kant betekent vaak dat alleen die kant goed is en de andere kant wordt aangevallen. Iedereen wil hetzelfde wiel tot vervelens toe opnieuw uitvinden. Het zet geen zoden aan de dijk. Er zitten altijd meerdere kanten aan een verhaal. Dat heet nuance.

'Niet elke Europese wieg in Indië bevatte een meedogenloze slavendrijver, net zo min als dat elk Indonesisch gezin een moedige vrijheidsstrijder voortbracht of dat elk Japans kind standaard een kampbeul werd.' 

Indisch
Wie zich beperkt tot één kant van de geschiedenis, heeft een eenzijdig beeld ervan en doet zichzelf tekort. Je gaat daarmee voorbij aan je eigen geschiedenis en die van de mensen die jou hebben voortgebracht, Europees én Indonesisch. Dat er Indo's zijn die zichzelf niet 'Indisch' willen noemen omdat die term 'koloniaal' zou zijn, is treurig. De oorsprong kan stammen uit een koloniaal verleden waarmee je niet geassocieerd wilt worden. Dat betekent echter niet dat door het mijden van de term 'Indisch' het koloniale deel van je geschiedenis er ineens niet meer is. Door eenzijdig naar de geschiedenis te kijken, zet je jezelf bij voorbaat buitenspel.

Je bent in de eerste plaats natuurlijk gewoon mens, aardbewoner. 'Indisch' is een toegevoegde waarde. Het betekent niet dat je het racistische koloniale systeem van toen niet afkeurt, integendeel. Het getuigt van zelfrespect. Respect voor je afkomst, voor de vechters die ervoor gezorgd hebben dat jij bestaat. 'Indisch' is juist iets om trots op te zijn. Het zegt in een notendop dat je afstamt van moedige vrouwen en mannen die de zwaarst denkbare tegenslagen hebben doorstaan. Het zijn onze (voor)ouders die zich staande moesten houden in een wereld van racisme en apartheid. Het zijn de mensen die Jappenkampen al dan niet hebben overleefd, die eigenlijk twee opeenvolgende oorlogen hebben doorstaan, om vervolgens hier in Nederland 75 jaar lang de underdog te zijn. Het zijn sterke mensen geweest, generatie op generatie. Als er dan toch zo nodig een labeltje op moet, dan draag ik het met trots en respect.

Oorlog, handelsgeest en media
Het eindeloos uitvinden van het wiel in de media leidt af van waar het dit jaar om gaat. En dat komt de Staat prima uit, want de zorgvuldig gevulde doofpotjes waar 'Indisch rechtsherstel' op staat, hoeven dan niet open. De Japanse bezetting wordt door nota bene Indo's zelf naar de achtergrond verdrongen als ze in de media eindelijk even een podium krijgen, terwijl Nederland juist een chronisch gebrek aan kennis hierover heeft (niet in de laatste plaats dankzij het onderwijs). Onwetende kijkers en lezers blijven achter met een totaal vertekend beeld. Die hele kolonialisme discussie is bijvoorbeeld in 2002 ook al uitgebreid gevoerd, toen 400 jaar VOC werd herdacht. Maar ook in 1995, toen 50 jaar vrijheid c.q. Indonesische onafhankelijkheid werd herdacht. En net als in 1860 toen Multatuli wakker werd. Het is prima om niet in slaap te dommelen en om een en ander nogmaals onder de loep te nemen, maar het gaat dit jaar voornamelijk over een ander onderwerp.

Speel de media niet in de kaart om de aandacht af te leiden van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië en het daaruit voortvloeiende uitgebleven rechtsherstel van de Indische gemeenschap*. Het afleiden van het oorlogsleed van de Japanse bezetting is een vrijbrief voor de Staat om haar verantwoordelijkheid te blijven ontlopen - en niet te hoeven uitbetalen wat zij de Indische gemeenschap al 75 jaar schuldig is. Ook daarom is het woord 'Indisch' belangrijk. 

Hoe dan met Japan?
Focus op de Tweede Wereldoorlog, als je durft. Heb liever eindelijk eens het lef om in het kader van 75 jaar vrijheid écht over de oorlog in de Oost, die bij de rest van Nederland volslagen onbekend is, te praten. Bespreek de gruwelen van de Jappenkampen, benoem het Japanse systeem van dwangprostitutie eens of kaart het hardnekkig blijven ontkennen door Japan van haar oorlogsmisdaden aan. Laat lezers en kijkers voor eens en voor altijd weten hoe de oorlog dáár is geweest.  Zodat we de betekenis van 15 augustus niet tot in den treure hoeven uit te leggen.

Heb het er liever eens over hoe voor Nederland de handelsrelatie met Japan al 75 jaar prevaleert boven het oorlogsleed van de Indische gemeenschap, met als meest recent voorbeeld de schaamteloze verkoop van het Nederlandse Eneco aan Mitsubishi, het Japanse bedrijf dat ook Nederlandse krijgsgevangenen slavenarbeid liet verrichten. Excuses worden een voorzichtige, vrijblijvende suggestie voor de Japanse multinational in plaats van de verkoopvoorwaarde die het eigenlijk had moeten zijn. Compensatie is niet eens in beeld. Zonder de protesten uit Indische hoek was er niet eens een voorzichtige suggestie geweest.

Alles voor de handel. Als de Olympische Spelen straks in Tokio van start gaan, roepen we allemaal vrolijk dat sport verbroedert en vergeten we voor het gemak even hoeveel miljard dat evenement voor alle betrokken partijen oplevert (naast een imago boost voor het gastland). 

We sluiten dan ook meteen maar de ogen voor de controversiële Japanse 'Rijzende zon' vlag die straks ondanks alle kritiek gehesen gaat worden. Van 1870 tot 1954 was dit de officiële vlag van het keizerlijke Japanse leger. Tegenwoordig is het de favoriete vlag van ultrarechts Japan. De vlag staat symbool voor het oorlogsleed dat Japan miljoenen mensen heeft berokkend. Maar het gaat om de sport, hoor, vooral niet om geld of politiek.

Indonesië
Een handelsrelatie bestaat ook met Indonesië. Wie durft tijdens een staatsbezoek annex handelsmissie in Indonesië te informeren naar de verdwenen scheepswrakken van de Slag in de Javazee? Dat zijn officieel Nederlandse oorlogsgraven die een volgens internationaal recht beschermde status genieten. Maar ze zijn wél weg, illegaal geborgen en verkocht als oud schroot. De Indonesische autoriteiten verleenden bergingsvergunningen die ze officieel niet mochten geven. Handelspartner Indonesië gaat het niet leuk vinden als je haar daarover aan de tand voelt. En dat willen we niet. Vermijd dus ook vooral de woorden 'bersiap', 'RMS' en 'Papua', want dat schaadt ongetwijfeld de handelsrelatie (of het geïdealiseerde beeld van het land Indonesië dat sommigen verwarren met het regime, maar dit terzijde).

Blinde vlek
Zo zijn er verschillende kwesties die na de oorlog nooit naar behoren zijn opgelost. De grote blinde vlek in discussies is steeds de onaantastbare handelsgeest van Nederland, die nog steeds rondspookt om de kinderen en kleinkinderen van de voormalige kolonie tegen elkaar uit te spelen. En hoe 'woke' je ook pretendeert te zijn, zoals dat tegenwoordig zo trendy heet, je trapt er keihard in zodra je je eigen afkomst aan de wilgen hangt. Of je het leuk vindt of niet, we hebben allemaal ook Nederlandse of andere Europese voorouders. En de lachende derde die toekijkt hoe verdeeld de Indische gemeenschap is? Juist. 

'De onaantastbare handelsgeest van Nederland spookt nog steeds rond om de kinderen en kleinkinderen van de voormalige kolonie tegen elkaar uit te spelen.'

Ieder z'n feestje
Onze families kenden geen euforie van een bevrijdingsfeest, maar rolden van de ene ellende in een andere. En 15 augustus dan, de dag dat de Japanse bezetter capituleerde, is dat dan geen reden voor een Indisch bevrijdingsfeest? Nou, voor 'ons' is dat meer een dodenherdenking, geen feest. In Indonesië vieren ze hun onafhankelijkheid op 17 augustus. Terechte euforie. Ik gun ieder z'n feestje ook al is het niet het mijne, zowel Nederland als Indonesië. Maar ik hoef er niet zo nodig bij te zijn, dat is ook vrijheid. 

Nederland heeft 75 jaar lang de openstaande schuld aan de Indische gemeenschap genegeerd, waardoor er ook in 2020 niet écht vrijheid gevierd kan worden door Indisch Nederland. Geen excuses, geen rechtsherstel, geen compensatie voor oorlogsschade, enkel 75 jaar struisvogelpolitiek van opeenvolgende kabinetten, met het heilige winstoogmerk nog immer hoog in het vaandel. Want stel je voor dat de Staat daadwerkelijk alles waar die Indo's recht op hebben zou moeten terugbetalen... Poeh poeh, dat zou een aardige duit gaan kosten. Dat kunnen we niet hebben. Dan maar hier en daar in het kader van 'collectieve erkenning' een afkoopsommetje uitdelen, liefst met een irreële peildatum, dat is goedkoper. En verder elke kwestie doodzwijgen. Je komt er tenslotte minstens 75 jaar mee weg. Tel uit je winst.

Vrijheid
De nasleep van de Tweede Wereldoorlog is voor een groot deel van de Indische gemeenschap nog altijd pijnlijk voelbaar. Juist in 2020, waarin 5 mei het stralende middelpunt is en 15 augustus enkel betekenis heeft voor degenen met roots in het voormalig Nederlands-Indië. Zolang de Indische en Molukse kwestie niet wordt opgelost, rest velen dit jaar slechts het gedenken van 75 jaar voortdurende krijgsgevangenschap van ouders en grootouders. 'Vrijheid vieren' blijft dan voor ons 'herdenken'. 

©Anneke van de Casteele



*Indische gemeenschap omvat alle etniciteiten die in de voormalige kolonie aanwezig waren, dus niet alleen Indo's, maar ook Molukkers, Chinezen, Papoea's, Menadonezen, Toegoenezen en vele anderen.

Sigajang Laleng Lipa (ook wel Sitobo Lalang Lipa), Buginees ritueel gevecht uit Zuid-Sulawesi. Beide strijders worden in één sarong gehuld, waarbij een gevecht op leven en dood volgt. Het is het laatste redmiddel om een conflict op te lossen. De uitkomst is allesbepalend: één van beiden kan het overleven, of allebei. De kans bestaat ook dat beide strijders sterven. Na het duel wordt het conflict 'gearchiveerd' en behoort het voorgoed tot het verleden: men mag dus ook geen wrok koesteren. De sarong is een symbool van eenheid in de Bugis cultuur. De essentie in dit rituele gevecht is zelfrespect. Als men geen zelfrespect heeft, wordt men niet als mens beschouwd. Zelfrespect is belangrijker dan het leven zelf.

zondag 11 augustus 2019

Een Indische schaduw

Herinneren
Als augustus aanbreekt, dienen zich automatisch allerlei herinneringen aan. Eigenlijk doen ze dat altijd wel, maar in augustus is het altijd erg druk in mijn hoofd. Het is natuurlijk ook een maand vol herdenkingen, tenminste, als je iets met Indië hebt. De hoofdrolspelers in de herinneringen die deze maand bij mij oproept zijn veelal familieleden, mensen die ik gekend heb en die indruk op mij hebben gemaakt. Zo dwaalden vandaag mijn gedachten af naar een man die ik nog altijd mis. In één seconde was ik terug in Den Haag, een jaar of twintig geleden.

Het was druk bij de tramhalte. Mijn oom bracht mij na vrijwel elk bezoek, zoals het een echte Indische gentleman betaamt, netjes naar Den Haag Centraal. 
'Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn.'
Ik had geen bezwaar tegen mijn struise bodyguard. Ondanks zijn hoge leeftijd en zijn wat moeizame tred was mijn vaders oudste broer nog altijd een verschijning die met zijn rijzige gestalte vanzelf respect afdwong. Hij was voor de duvel niet bang en al helemaal niet voor luidruchtige trampassagiers of opgeschoten gespuis. 

De paar met graffiti bekladde bankjes in het wachthokje waren al bezet toen we ons bij de wachtenden voegden. Een jonge man vouwde zijn krant op en bood mijn oom beleefd zijn zitplaats aan. 'Wilt u zitten, meneer?'
Een paar oude Indische ogen die in al die jaren al meer hadden gezien dan menigeen lief zou zijn, keken de man resoluut aan. 
'Nee dank u, meneer. Ik heb al drie jaar gezeten. In Japan.'
Hetzelfde ritueel herhaalde zich nadien in de tram meestal nog een keer of twee. Mijn oom bleef staan. Ook in de tram. Hij hield zich dan extra stevig vast en staarde strak naar buiten. Naar wat zich werkelijk zoal voor zijn ogen voltrok, kon ik toen slechts gissen. 

Zo ging het altijd. En altijd weer liet hij de goedbedoelende reizigers verbouwereerd achter. Zij begrepen de oude Indischman niet en dachten vast dat hij maar wat kletste. Als Indisch kind begreep ik uiteraard dat hij doelde op de oorlog. Maar het zou nog jaren duren voordat het écht bij mij binnenkwam. Ik heb het geweten.

Het 'Indisch zwijgen' was ook mijn oom niet geheel vreemd. Pas op hoge leeftijd liet hij zich soms het een en ander ontvallen over zijn oorlogstijd in Japanse krijgsgevangenschap. Dat gebeurde vaak op de meest onverwachte momenten, meestal als hij even rustig op een bankje zat in Kijkduin of tijdens het oppeuzelen van zijn Indische maaltijd. Dan scheen hij plots een flashback te krijgen die hem zodanig leek te kwellen dat die er per se uit moest. Pas dan had hij de spoken uit het verleden bedwongen en kon hij weer zijn oude vrolijke zelf zijn. 

Zo floepte er tijdens een etentje waarbij het gesprek over Hollandse koetjes en kalfjes ging, er ineens uit dat hij 'daar' was toen 'de bom' viel. Flarden van gruwelijke herinneringen aan de meest wrede uitvinding in de geschiedenis van de mens overspoelden de eettafel, om vervolgens weer voor onbepaalde tijd weg te ebben, plaats makend voor lemper en stilzwijgen.

Mijn oom was een bijzonder mens. Hij was een hibakusha, het Japanse woord voor slachtoffer of overlevende van de Amerikaanse atoombommen. De schaduw van Hiroshima heeft hem noch mij echter nooit meer verlaten. Ook al is hij mij reeds jaren geleden ontvallen, zijn no-nonsense spirit, humor en veerkracht leven voort.

Vele jaren later had ik het voorrecht om nog zo'n bijzonder mens te leren kennen. Ik werd gevraagd om een gedicht uit het Engels te vertalen ter gelegenheid van een herdenking voor de slachtoffers van de atoombom op Nagasaki. De schrijver van het gedicht, Rudi Hoenson (96) is eveneens een hibakusha. Hij overleefde de atoombom van Nagasaki, waar hij drie jaar als krijgsgevangene dwangarbeid moest verrichten op de scheepswerven van Mitsubishi. Het kamp waar hij geïnterneerd was, Fukuoka 14, bevond zich midden in het rampgebied. Wat daar gebeurd is op 9 augustus 1945, drie dagen nadat de eerste atoombom, 'Little Boy' Hiroshima verwoestte, is onmenselijk gruwelijk. Dat er buiten de Japanse slachtoffers ook geallieerde krijgsgevangenen slachtoffer werden van de twee atoombommen, wordt helaas maar al te vaak vergeten. De tweede atoombom, 'Fat Man', tekende Nagasaki én Rudi voor het leven, zoals Hiroshima dat van mijn oom heeft getekend. Wij kunnen ons de verschrikkingen die zij hebben doorstaan niet of nauwelijks voorstellen, al doen we nog zo ons best.

Herdenken
Indische ogen vertellen wat de mond niet zeggen kan. Veel oorlogsslachtoffers krijgen op latere leeftijd opnieuw te maken met hun oorlogstrauma's. Nachtmerries, angsten en depressies eisen alsnog meedogenloos hun tol - met rente. Verwerking van trauma's is voor ieder mens anders, elk mens is immers een individu. Mijn oom verwerkte zijn trauma's in stilte, tot hij niet langer kon zwijgen. Vrijwel niemand wist van zijn doorstane pijn en ellende. Voor Rudi betekende het schrijven van een gedicht verwerking en tevens vestigt hij er de aandacht mee op de geallieerde slachtoffers van Nagasaki. Door over zijn ervaringen te vertellen geeft hij zijn verhaal en dat van zijn mede-krijgsgevangenen door aan de volgende generaties.

Ik ben er van overtuigd dat herdenken vaak rust kan geven en op een positieve manier kan bijdragen tot verwerking van oorlogstrauma's. Herdenken is daarnaast onmisbaar voor de historische overdracht, met name als het gaat om de kennis van ons Indisch verleden. Want daarmee is het bedroevend slecht gesteld. Daar durf ik gerust een weddenschap tegenaan te gooien. 

In mijn directe omgeving heb ik het afgelopen jaar iedereen enigszins gepolst over de bij hen aanwezige kennis van het Indische deel van onze geschiedenis. Of liever, de afwezigheid ervan. Een kop thee en een goed gesprek zijn daarbij een goede combinatie gebleken. Er is echt geen riant gesubsidieerd onderzoek voor nodig om te peilen waar de schoen wringt. Zo was 'Hiroshima' wel bekend, maar de aanleiding voor de atoombom niet en 'Nagasaki' riep al helemaal geen herkenning op. Wat mij nog het meest opviel was dat niemand (!) wist wat er op 15 augustus herdacht wordt. Zeer pijnlijk. 'Nederlands-Indië een voormalige kolonie? Nooit geweten.' 

Dat onderwijs de grote boosdoener is behoeft geen verdere uitleg. De mensen met wie ik heb gesproken brachten dat zelf ook steeds naar voren. De media zouden overigens ook best een opfriscursus kunnen gebruiken, sowieso als het om herdenken gaat. Jaarlijks zien we bijvoorbeeld wel Hiroshima voorbijkomen, maar voor Nagasaki is nauwelijks tot geen aandacht,. Ook dit jaar bleef het stil in de Nederlandse media. Nagasaki wordt meestal in één adem genoemd met Hiroshima and that's it (enkele uitzonderingen uit het verleden daargelaten). Over de geallieerde slachtoffers van beide atoombommen wordt eveneens gezwegen. Ik vind dat buitengewoon onacceptabel. 

Schaduwen
Zoals Nagasaki in de donkere schaduw van Hiroshima wordt geduwd, verdwijnt 15 augustus achter de coulissen van 5 mei. Op 15 augustus gaat het leven in Nederland gewoon door, terwijl wij allen wel dienen stil te staan bij (4 en) 5 mei. Dat laatste is natuurlijk niet het issue hier, integendeel. Het gaat mij er juist om dat 15 augustus voor heel Nederland een speciale herdenkingsdag wordt, niet enkel voor degenen die 'iets met Indië hebben'. En dat mag ook best na bijna 75 jaar. Al was het alleen maar uit respect voor wat de slachtoffers van de Japanse bezetting hebben moeten doorstaan. 

Gelukkig zijn er heel veel lokale herdenkingen in het land, maar het herdenken beperkt zich grotendeels tot direct betrokkenen. En ja, er is een TV-uitzending, maar de media-aandacht is nog steeds Klein Duimpje vergeleken bij de reuzen van 4 en 5 mei. Gooi die BV Nederland nu eens gewoon dicht op 15 augustus, voor mijn part ook eens in de vijf jaar, net als bij 5 mei. Begin er maar in 2020 mee, als het 75 jaar geleden is dat er 'officieel een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog voor het Koninkrijk der Nederlanden'. Wordt het niet eens tijd dat het Indisch verleden uit de schaduw van dit Koninkrijk treedt? 

Als je de herdenking presenteert als 'Nationale herdenking 15 augustus 1945', zorg er dan ook potdorie voor dat het een echte nationale herdenking wordt, voor elke Nederlander, ongeacht afkomst. Anders staat het woord 'nationale' daar gewoon maar wat te staan en wordt de melati gewoon zomaar een leuk bloempje.

©Anneke van de Casteele



dinsdag 14 augustus 2018

vrijdag 2 februari 2018

De Groninger is de nieuwe Indo

Indo's en Groningers hebben meer met elkaar gemeen dan je op het eerste gezicht zou denken. Het zijn dappere mensen, doorzetters. Ze houden van gezelligheid en ze helpen elkaar als dat nodig is. Het Nederlands staatsburgerschap? Ja, dat hebben ze ook gemeen. Maar de grootste overeenkomst is misschien wel dat beiden bedonderd zijn door de overheid. Jarenlang.

Het zal niemand zijn ontgaan dat er heel wat aan de hand is in onze prachtige noordelijke provincie. Al jaren beeft Groningen op haar grondvesten. Moeder Aarde protesteert hevig tegen de gaswinning. Sinds 1960 verdiende de Staat zo'n 265 miljard euro aan de Groninger gasbel, zo berekende de Algemene Rekenkamer. Het zijn bedragen waar je hebberig van wordt, dat begrijp ik best. Maar dat het ten koste gaat van de veiligheid van zoveel burgers, gaat zelfs mij te ver. Terwijl de Groninger geen oog meer dicht doet, slaapt Den Haag er geen nacht minder om. Het zal voor een Indo geen nieuws zijn.

De zoveelste aardbeving en de steeds luider wordende stem uit het noorden des lands lijken de nachtrust van de betrokken partijen enigszins te hebben verstoord. Zenuwachtig wordt gezocht naar een afleidingsmanoeuvre, een 'schadeprotocol'. Het is een soort gebaar, een 'collectieve erkenning' van Gronings leed en schade. De Koninklijke Shell, een van de partners in crime, trachtte onlangs nog even eieren voor haar gas te kiezen, maar uiteindelijk zal ook zij haar goedgevulde beurs moeten trekken.

Tot nu toe werd de NAM (Nederlandse Aardolie Maatschappij) als hoofdrolspeler in het verhaal gezien en bleef de Staat zoveel mogelijk buiten schot. Sijbrand Nijhoff, een boer uit Zijldijk, maakte echter onlangs geheime documenten openbaar over de gasdeal uit 1963, wat de rol van de Staat in een ander daglicht zette. Het document is nu in handen van het Dagblad van het Noorden. De Staat mag dan al die jaren haar handen in onschuld hebben gewassen, die Nederlandse aardolie krijg je er niet zomaar af.


Het document is altijd geheim gebleven tot Sijbrand Nijhoff en zijn advocaat het openbaar maakten. DVHN: "Tweede Kamerleden vragen de minister er al jaren om, journalisten en burgers zijn er al tijden naarstig naar op zoek. (...) Antwoorden bleven tot dusver uit. Wob-verzoeken werden steevast afgewezen, verzoeken van Kamerleden werden niet gehonoreerd." Het is het spreekwoordelijke kluitje in het riet dat de Indische gemeenschap ook niet geheel onbekend zal voorkomen.

"De Overeenkomst van Samenwerking is ondertekend door de Staatsmijnen, de Bataafse Petroleum Maatschappij (voorloper van Shell), de Standard Oil Company (voorloper van Exxon), de Nederlandse Aardolie Maatschappij en minister De Pous van Economische Zaken." 

OK, maar wat heeft dat met Indo's te maken, hoor ik je al denken. Veel. Het gaat niet om gaswinning, aardbevingen of om de plaats waar je wiegje stond, het gaat om politiek. Het gaat om gekonkel en winstbejag ten koste van mensen, van Nederlandse burgers. Het gaat om het jarenlang negeren van een grote gedupeerde bevolkingsgroep. Het is een patroon. 

Boer Nijhoff: "Groningers worden al zo lang door de overheid om de tuin geleid. Rekken, traineren en geen daden, dat is steeds het verhaal. (...) Zo onbetrouwbaar als de overheid is, daar kan ik niet tegen. Daarom heb ik die geheime stukken openbaar gemaakt. Zo kan iedereen zelf zien wat er speelt.” (DVHN, 1 februari 2018)

Wie de parallellen tussen de Indische en Groningse zaak nog steeds niet ziet, doet er goed aan om zich te verdiepen in bijvoorbeeld de backpaykwestie, of: hoe de Staat met listige trucs en advocaten haar burgers uit voormalig Nederlands-Indië heeft ontrecht om hen zo geen cent te hoeven betalen. Het gaat om miljarden. De backpaykwestie is slechts één onderdeel van een enorme openstaande Indische rekening: 'Miljardenschuld aan Indische gemeenschap weggemoffeld' (AD, 1 december 2017)

Groningers protesteren massaal. Ook al is Den Haag Oost-Indisch doof, Nederland kan niet meer om hen heen. Misschien wordt het tijd om het Indische protest eens van dat lage pitje af te halen. Van decennialang door blijven sudderen is immers nog geen enkele boemboe beter geworden.

©Anneke van de Casteele


zondag 14 januari 2018

Het laatste Indische avondmaal

Je moet er toch niet aan denken dat je je geliefde bordje nasi goreng moet missen? En dat je voortaan met een bord aardappelen met andijvie op schoot op de bank naar De Wereld Draait Door zou moeten kijken? Welk een gruwel! Hou op, schei uit. Nee, we mogen ons dan wel 'geruisloos hebben aangepast' in Nederland, maar onze nasi blijft onaantastbaar Indisch erfgoed en dat houden we in ere. Maar zappen naar een TV-programma waarin we wél iets terugvinden van dat erfgoed kunnen we altijd. Tenminste, dat zou leuk zijn.

Diversiteit
Er zijn best weinig Indo's of Molukkers op TV. Papua's, Chinezen of mensen met een andere etnische achtergrond uit de Oost ook niet. Hoe kan dat nou, met de circa 1,7 miljoen Nederlanders wiens roots in het voormalig Nederlands-Indië liggen? Ze zijn er wel, maar we zien ze niet vaak aan tafel bij populaire praatprogramma's. Als dit wel het geval zou zijn, zou televisie-minnend Nederland dan misschien iets meer kennis hebben van onze gezamenlijke koloniale geschiedenis? Misschien zou de kijker zich eerder afvragen waarom hij er vroeger nooit veel op school over heeft gehoord. Of zelfs, in het gunstigste geval, zou men wat meer begrip krijgen voor landgenoten met een andere etnische achtergrond. Het blijft koffiedik kijken. Feit blijft dat er weinig diversiteit te zien is op onze kijkkast, zowel qua presentatoren en gasten als qua topics.

Blinde vlek
Het collectief geheugen van Nederland worstelt met chronische selectiviteit. We willen graag politiek correct zijn, maar we bekennen liever geen kleur. We reizen de hele wereld af naar verre exotische oorden voor een leuk TV-programma, maar we laten de Indische en Molukse geschiedenis in ons eigen land links liggen. We horen of zien zelden mensen uit Indische of Molukse hoek die in veelbekeken prime time-programma's actualiteiten aankaarten. De nog immer etterende wond die in 'onze kringen' bekend is als de backpaykwestie is daar een voorbeeld van. En nu toute Hollande het over 'Me Too' heeft, kunnen we het dan eindelijk eens hebben over de massale uitbuiting van vrouwen door de Japanse bezetter in Nederlands-Indië, de 'troostmeisjes'? Het zijn slechts twee van de vele onopgeloste kwesties die nog steeds actueel zijn, maar die nauwelijks tot geen media-aandacht krijgen. We zijn wel geïnteresseerd in de Paradise Papers, maar wordt het niet eens tijd voor de 'Gordel van Smaragd Papers'? 

De media hebben een blinde vlek als het gaat om het eigen koloniale verleden. Ja, OK, de Gouden Eeuw ligt ver achter ons en is misschien niet zo hip of trendy. Prima. Maar dat Nederland anno 2018 nog steeds weigert om haar eigen staatsburgers of diens erfgenamen de achterstallige soldij uit te betalen over de periode van 3,5 jaar in Japanse krijgsgevangenschap, is een actueel onderwerp dat zowel de nationale als internationale pers had moeten oppikken. Blinde vlekken zijn  blijkbaar hardnekkig.

Er leven haast geen mensen meer
De eerste generatie is al vrijwel weggevaagd door de tand des tijds. Van de 82.000 oorspronkelijke rechthebbenden op de backpay bijvoorbeeld, rest ons nog circa 600 man. En let's face it: de tweede generatie begint ook al aardig uit te dunnen. Nog even en er is niemand meer die nog weet hoe de vork in de steel zat. Wim Kan zei het al over de Birmaspoorweg: 'Er leven haast geen mensen meer die het kunnen navertellen.' Ook daarom is media-aandacht van groot belang.

Onderzoeksjournalist Griselda Molemans gaf onlangs een lezing over de 'Indische repatriëring: feit of propaganda'. Dat aanpassen van de ontheemde gezinnen uit de voormalige kolonie verliep allesbehalve geruisloos. Aan de Indische gemeenschap is door de Staat grof geld verdiend door de jaren heen. En het onrecht duurt nog steeds voort, getuige de laatste actualiteiten. Maar wederom geen aandacht van de prime time praatprogramma's of actualiteitenrubrieken. Dat zappen naar meer diversiteit is nog niet zo gemakkelijk als het lijkt.

Da Vinci
Schrijver Dan Brown verhaalde in zijn bestseller 'The Da Vinci code' ook over blinde vlekken. Men schijnt wel te kunnen 'kijken' naar iets, zonder vaak daadwerkelijk te 'zien' wat er is. Het heeft te maken met ons referentiekader, onze kennis van de wereld om ons heen of met datgene wat ons met de paplepel over die wereld is ingegoten. Brown laat dat zien aan de hand van Leonardo Da Vinci's beroemde muurschildering 'Het Laatste Avondmaal' (1495-1498) in het Santa Maria delle Grazie, een dominicaner klooster in Milaan. 

We kunnen het verhaal in Brown's boek naar het schimmige rijk der fabelen verwijzen of niet, dat is een keuze. Het blijft echter curieus dat hele volksstammen eeuwenlang de vrouwelijk ogende 'apostel' (voor de kijkers links) aan tafel bij onze lieve Heer niet hebben gezien als mogelijk Maria Magdalena, Jezus' vermoedelijke echtgenote. Ook hier geldt: er leven geen mensen meer, die het kunnen navertellen. Wat we wel zouden kunnen doen, is met de moderne technieken die ons ter beschikking staan onderzoeken of er in de loop der eeuwen niet toevallig een '13e apostel' is weggemoffeld van de muurschildering, zodat het plaatje weer klopt. Weggemoffeld, net als het laatste Indische avondmaal van 5,7 miljard euro.

©Anneke van de Casteele



zaterdag 9 december 2017

KERST-MIS

Een gedichtje voor iedereen die iemand mist, vooral in deze tijd van het jaar.

Ik wens iedereen een liefdevolle kerst toe en alle goeds voor 2018.

Liefde & licht,
💕 💋Anneke

Klik om te vergroten

donderdag 2 november 2017

ALLERZIELEN

Allerzielen had bij ons thuis een vaste plaats in het rijtje verjaardagen en feestdagen.  Vroeger kwam de hele familie bij elkaar en dan brachten we gezamenlijk bloemen naar de graven van opa en oma. Naar de graven van overige familieleden gaan, was niet mogelijk. Die waren achtergebleven in Indië en in de loop der jaren geruimd om plaats te maken voor wolkenkrabbers en snelwegen. Thuis brandden we kaarsjes bij hun foto als alternatief. 

Zo'n dag was altijd bijzonder. Ik voelde mij op zulke dagen een deel van een veilig fort, omringd door de steunpilaren die mijn jeugd beschermden en kleur gaven. Mijn ooms, tante en neefjes te zien, was altijd iets om naar uit te zien. Ik was het kleine potje met de grote oren dat wegdook in mijn poppenhoek en daar heimelijk genoot van de verhalen uit Indië, de herinneringen en de humor die de tand des tijds moeiteloos hadden doorstaan. Ik was trots als ik moeder mocht helpen met de koffie toebroek en de rijsttafel. Ik was trots op mijn familie.

Soms vielen er ook stiltes en werden de gezichten ernstig. Die stiltes vielen ook wel op de verjaardagen van de Hollandse familie, waar mijn Indische familie nooit bij was. Er bestaan verschillende soorten stiltes: ze ontstaan meestal uit gebrek aan gespreksstof of uit een ongemakkelijk gevoel bij een ongemakkelijk onderwerp. De stiltes bij mijn Indische familie waren anders. Ze gingen gepaard met samengeknepen lippen, soms een waterig oog of een diepe zucht. Er werd ‘ins Blaue hinein’ gestaard en dan was iedereen ergens anders, ver weg. De toverspreuk ‘Jij nog koffie?’ van mijn moeder bracht iedereen dan meestal weer snel terug in Holland.

Als kind heb je de verschillen in stiltes feilloos door, ook al denken volwassenen vaak van niet. Je kent immers elke gezichtsuitdrukking van de mensen van wie je zielsveel houdt en hebt geen zesde zintuig nodig om te weten dat er verdriet schuilgaat in de zielen van je steunpilaren. Nu ik in de loop der jaren meer kennis heb vergaard over hun jeugd, het leven in Nederlands-Indië, de Jappenkampen en de vlucht naar Holland, begrijp ik des te meer waarom er soms stiltes vielen tijdens een selamatan.

Inmiddels zijn de steunpilaren afgebrokkeld en is het fort gesloopt. Ze hebben geen van allen de tand des tijds doorstaan. Niemand heeft het eeuwige leven, death is a fact of life. Hun ‘aller zielen’ zijn wél gebleven en leven voort in de mijne. De verhalen koester ik, hun herinneringen zijn de mijne geworden. Ze hebben vast nooit geweten hoe belangrijk ze voor mij waren. 

Vandaag zet ik bloemen en een kaarsje bij de foto’s van mijn fort. 

©Anneke an de Casteele



vrijdag 29 september 2017

OOGJES DICHT EN SNAVELTJES TOE

Op 29 september 1968 werd de allereerste aflevering van De Fabeltjeskrant op TV uitgezonden. Mijn zwangere moeder was direct fan en kon niet wachten tot ik geboren zou worden, maar ze moest toch nog even een paar maandjes geduld hebben. Tja, all good things come to those who wait, maar dan heb je ook iets. 😉

Mijn eerste indrukken van deze wereld werden vrolijk gekleurd door een bonte verzameling multiculturele fabelwezens aan de muur, in mijn wiegje, op het badje en om mijn (toen nog) milieuvriendelijk katoen-geluierde babybilletjes. Zoef de Haas, Juffrouw Ooievaar, Juffrouw Mier, Lowieke de Vos, Bor de Wolf, Ed en Willem Bever en natuurlijk Meneer de Uil: ze waren allen getuige van mijn komst op deze aardkloot.

Mijn moeder was normaliter totaal ongevoelig voor marketing en merchandise, behalve waar het de Fabeltjeskrant betrof. Je kon het zo gek niet bedenken of ze 'verwende' mij ermee: handdoekjes, slabbetjes, wanddecoraties, knuffels, bordjes, bekertjes en andere goedbedoelde prullaria. Je kunt je voorstellen dat ik dan ook dolgelukkig was met de eindeloze herhalingen in de daaropvolgende halve eeuw en een al-heel-lang-niet-meer-zwangere moeder die om de zoveel tijd met een Fabeltjeskrantboekje of een mok met Meneer de Uil erop kwam aanzetten. "Voor jou. Jeugdsentiment! Leuk he? Later ben je er vast blij mee."

Maar de warmste herinnering koester ik toch aan het moment waarop ik elke avond om zeven uur op moeders schoot voor de kijkbuis zat. Met natte haartjes van het badderen, Johnson's babylotion nog achter mijn oren en lekker  warm weggedoken in mijn Fabeltjeskrantpyjama. En na de dagelijkse avonturen uit het Grote Dierenbos gaf Meneer de Uil mij met een knipoog te kennen dat ik mijn snavel moest houden en naar mijn warme nestje moest (wat ik toen nog uiterst braaf en gehoorzaam deed). Dat waren nog eens tijden..

Ik neem nog maar eens een slok chocomel uit mijn Meneer de Uil mok en bekijk de allereerste aflevering van de Fabeltjeskrant op YouTube. Jeugdsentiment. Bedankt, mam. Ik ben er blij mee.

©Anneke van de Casteele



zaterdag 5 augustus 2017

AUGUSTUS IS DOOD, LANG LEVE SEPTEMBER

Het is augustus. It's that time of year again. Je ontkomt er niet aan: eens per jaar komt die maand voorbij. Lekker weer, terrasjes, vakantie en oorlog. Augustus is een maand van contrasten en zomergasten. Ik kan niet wachten tot september.

Verheven keizers
De maand augustus dankt zijn naam aan een Romeinse keizer. Slimme zet van meneer Augustus, want hoewel bijna geen kip meer weet wat zijn roemruchte daden waren, wordt de hele aardbol elk jaar 31 dagen lang met zijn naam geconfronteerd. De naam 'Augustus' betekent 'de verhevene'. Daar hebben wel meer keizers last van, van die hoogmoedswaanzin. Bij 'augustus' denk ik echter eerder aan zijn Aziatische collega, de keizer van Japan, dan aan een Romein.

Ik vind augustus geen leuke maand. Wat mij betreft mag juli gewoon 62 dagen hebben. De eerste dag van de gevreesde maand is al meteen raak: op 1 augustus 1944 schrijft Anne Frank voor het laatst in haar dagboek. Een paar dagen later, op 4 augustus, wordt ze opgepakt en keert nooit meer terug. Haar dagboek overleeft haar. Aan de andere kant van de wereld moet mijn vader - en honderdduizenden met hem - dagelijks buigen voor de Japanse keizer Hirohito, de bondgenoot van Hitler. 

Het begin van het einde
Op 6 augustus gooien de Amerikanen de eerste atoombom op Hiroshima, Japan, waarmee het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië begint. Een atoombom met de dubieuze bijnaam Little Boy. Het is het meest afschuwelijke wapen dat de mens ooit heeft uitgevonden. Moderne breinen kunnen zich er nauwelijks iets bij voorstellen. Een paddenstoel van rook, hoog in de lucht. Een zwart-wit beeld in een stoffig Polygoon-journaal. Dan heb je het wel gehad. Mijn oom, dienstplichtig KNIL-militair, was op dat moment krijgsgevangene in Hiroshima. Hij heeft het overleefd. Erover praten kon hij pas vlak voor zijn dood.

Een paar dagen later dropt president Truman een tweede atoombom, ditmaal op Nagasaki: de Fat Man. 'Nagasaki' is bij herdenkingen vaak een vergeten woord. De aandacht gaat voornamelijk naar Hiroshima. In Nagasaki bevonden zich echter ook geallieerde krijgsgevangenen, die dwangarbeid moesten verrichten in de mijnen en op de scheepswerven van Mitsubishi, hetzelfde bedrijf dat nu de meeste van onze moderne Hollandse windmolens fabriceert. 

Als de atoombommen niet waren ingezet.. Ik weet het. Maar hopelijk vindt u het niet erg als ik bij de gedachte aan de honderdduizenden doden geen jubelstemming krijg. Nucleaire straling werkt overigens nog jarenlang door bij degenen die de bommen overleefden. Jubelig word ik evenmin bij het idee dat wereldleiders met hoogmoedswaanzin vandaag de dag beschikken over kernwapens en elkaar er zonder enige gêne mee uitdagen. Je vraagt je af waar hun hersens zitten.

Bevrijdingsdag
Japan capituleert op 15 augustus 1945. Daarmee komt, volgens de officiële lezing, "officieel een einde aan de Tweede Wereldoorlog voor het Koninkrijk der Nederlanden." Het klinkt mooi, maar de werkelijkheid zit iets anders in elkaar. De oorlog in Nederlands-Indië hield helemaal niet op. Geen Bevrijdingsdag voor honderdduizenden Indische Nederlanders in of buiten de kampen, maar de aanvang van een lange periode van geweld en doodsangst.

Twee dagen later leest Soekarno de onafhankelijkheidsverklaring van Indonesië voor, op 17 augustus 1945. Voor de Indo's in de Gordel van Smaragd betekent dit een vogelvrijverklaring. Ze belanden van de ene oorlog in de andere: eerst de bersiap en vervolgens een bloedige onafankelijkheidsoorlog die tot 1949 zou duren. Nederland erkende namelijk de onafhankelijkheid niet en zette in op militair ingrijpen, met het eufemisme van de eeuw: de "politionele" acties. Intussen weten we dat het een sale guerre was, een vuile oorlog, niets meer en niets minder. De vuile oorlog die uiteindelijk uitmondde in de diaspora van de Indo, beiden afwezig in de geschiedenisboekjes.

Herdenken
We herdenken het einde van de Tweede Wereldoorlog in het Koninkrijk. Ik herdenk de slachtoffers die niet worden herdacht omdat ze niet 'hip' genoeg zijn of geen politiek correct herdenkingsmateriaal. Ik gedenk de Molukse KNIL-militairen. Ik gedenk het leed dat mijn dierbaren hebben ondergaan en met hen honderdduizenden anderen. Ik gedenk het feit dat Nederland haar staatsburgers van gemengden bloede al 72 jaar in de kou laat staan en weigert haar verantwoordelijkheid te nemen voor het uitbetalen van 3,5 jaar achterstallige salarissen en soldij aan de nabestaanden van hen die in het Jappenkamp moesten buigen voor de Japanse keizer tot ze eraan bezweken.

Ik herdenk wanneer ik wil en hoe ik wil. Dat houdt in dat ik geen datum nodig heb en al helemaal geen toneelvoorstelling op TV, waarbij de bobo's van de Indische gemeenschap diep buigen om hun dik gesubsidieerde kransjes te leggen bij een monument, terwijl ze achter de schermen de belangen van de mensen die zij beweren te vertegenwoordigen schaamteloos hebben verkocht aan de Staat der Nederlanden. Buigen voor de Jap hoeft niet meer, dan maar buigen voor de Belanda?

Mijn oom zei: "Ik buig voor niemand. Nooit meer." Dat herdenk ik. Augustus is dood, lang leve september.

©Anneke van de Casteele