woensdag 12 augustus 2020

Handen af van de Indië-herdenking!

 Het jaar 2020 zou een belangrijk jaar zijn voor Indisch Nederland. Het is 75 jaar geleden dat er een einde kwam aan de Japanse bezetting van voormalig Nederlands-Indië. Daarmee eindigde ook de Tweede Wereldoorlog voor het koninkrijk der Nederlanden. Helaas markeert 2020 ook het 75e jaar van de niet afgeloste schuld aan de Indische gemeenschap. Het betekent ook 75 jaar van stelselmatig geschoffeerd te worden door de overheid, met als pijnlijke klap op de vuurpijl de excuses van de koning aan Indonesië tijdens het staatsbezoek in maart. De Indische gemeenschap in Nederland daarentegen wacht al 75 jaar tevergeefs op excuses, als dank voor hun loyaliteit aan dit land, vlag en koningshuis. 

Het is ook het 75e 'jubileum' van het Indische vechten tegen de Hollandse bierkaai: de staat der Nederlanden heeft zich op alle mogelijke manieren (vooral  juridisch) ingedekt tegen claims van gedupeerden en nabestaanden. Google maar eens op ‘backpay’. En dat is slechts één voorbeeld in een beschamend grote collectie staatsblunders.

We kijken terug op maar liefst 75 jaar (over)gedragen oorlogsleed. Leed dat dankzij het 'gedegen' Nederlandse onderwijs niet of nauwelijks bekend is, laat staan dat iemand zonder Indische roots stilstaat bij 15 augustus. 


Uitgummen

Het uitgummen van Nederlands-Indië, haar geschiedenis en haar nazaten heeft een nieuw dieptepunt bereikt. Nu moet de Nationale Herdenking 15 augustus 1945 (de Indië-herdenking) eraan geloven. Volgens sommigen is de Indië-herdenking niet meer van deze tijd en nodig aan hervorming toe. Ook Indonesiërs moeten volgens hen worden herdacht. In de uitzending van Nieuwsuur op 11 augustus 2020 werden een paar ‘Indië-kenners’ opgevoerd. Van de heer Bot kan ik me dat predikaat nog voorstellen, maar de andere twee hebben duidelijk de klok horen luiden, zonder te weten waar de klepel hangt. Deze pseudo-kenners spreken in elk geval NIET namens mij en evenmin hebben zij überhaupt enige millimeter mandaat van de Indische en Molukse gemeenschap.

De Indië-herdenking gaat niet over kolonialisme. Hij gaat ook niet over het lot van de romoesja’s (hoe gruwelijk ook) en al helemaal niet over Indonesiërs. Daarvoor moet je bij Indonesië zijn. Soekarno ronselde honderdduizenden romoesja’s voor de Japanners. Ga dat maar eens in Jakarta aankaarten. En als je er dan toch bent, neem dan meteen even de mensenrechtenschendingen van Indonesië mee, de kolonisatie en onderdrukking van de Molukken, West Papoea en Atjeh. 


Wit

De Indië-herdenking op 15 augustus hoort 'van ons' te zijn. We herdenken overleden familieleden die onder de terreur van de Japanse bezetter zijn bezweken. We herdenken het leed dat onze families is aangedaan. Dat gum je niet zomaar uit. Voor dat Indisch monument is trouwens jaren geknokt. Pas in 1988 werd het gerealiseerd, 43 jaar na de oorlog. We hebben de Indië-herdenking de afgelopen jaren al steeds witter zien worden. Genoeg is genoeg. Vraagt men zich soms ook af of de 4 mei-herdenking niet meer van deze tijd is? Als je dan zo graag wilt hervormen, dan pas je 4 mei toch aan en herdenk je ook de NSB-ers en Duitsers? Kortom: je blijft met je handen af van de Indië-herdenking op 15 augustus. Hervormen? Inclusiever? Prima: maak de herdenking weer Indisch en geef ruimte aan Molukkers, Papoea's, Chinezen, Toegoenezen en aan alle andere etnische groepen uit Nederlands-Indië die voor hun koningin geleden hebben onder de Japanners en die jarenlang niet werden meegenomen in deze herdenking.

Als de koning straks een toespraak houdt bij het Indisch monument, dan hoop ik dat de kijkers thuis ook even denken aan koningin Wilhelmina. Op 8 december 1941 verklaarde zij de oorlog aan Japan en riep zij de onderdanen in Indië op om te vechten, in de wetenschap dat de krijgsmacht al jaren wegbezuinigd was, waardoor het bij voorbaat een verloren strijd zou zijn. 

Denk dan ook even aan de nasleep van de oorlog: aan alle ellende die onze ouders en familie hebben ondergaan, bijvoorbeeld de wanstaltig slechte opvang in Nederland. Om van de opvang van hun Molukse lotgenoten in o.a. ex-concentratiekampen Westerbork en Vught nog maar niet te spreken.

Ach, na 15 augustus gaat iedereen weer over tot de orde van de dag, tot men twee dagen later wat onwetende Indo jeugd met een volmondig 'merdeka' de merah putih ziet posten op instagram. Welkom 75 jaar bersiap. 


Boksbal

Hoe vaak en hoe hard moet de Indische gemeenschap nog vernederd en geslagen worden door de Nederlandse overheid? Was op 8 maart jl. niet symbolisch de oorlog verklaard aan de staat? Gaan we nu op 15 augustus de volgende vernedering slikken bij het Indisch monument dat elk jaar minder Indisch wordt, totdat de herdenking verdwijnt en opgaat in 4 en 5 mei? Gaan we door totdat men ons volledig heeft uitgegumd? 

Natuurlijk doen we dat. We slikken de vernedering wel weer weg met tjendol en spekkoek. En daarna gaan we naar de pasar malam. Terwijl we eigenlijk op 15 augustus bij dat Indisch monument massaal als een muur om de laatst levenden van onze 1e en 2e generatie zouden moeten gaan staan om hen te beschermen tegen de zoveelste vernedering, tegen de onoprechte toespraken van politici die ons voor het 75e achtereenvolgende jaar hebben ontrecht en genegeerd. Eigenlijk zou, hypothetisch gezien, hén moeten worden verboden om op 15 augustus bij 'ons' Indisch monument in de buurt te komen. Maar dat doen wij niet, want we hebben immers een beleefd, onderdanig imago. En we hebben ons zó netjes aangepast! 

Wim Kan zei ooit over de beruchte Birmaspoorweg: "Er leven haast geen mensen meer die het kunnen navertellen." Nog even en er leeft niemand meer die zich de Indische gemeenschap nog kan herinneren. En dat hebben we zelf toegelaten.


©Anneke van de Casteele



zaterdag 20 juni 2020

Hier stond ooit JP Coen

"Hier stond ooit J.P. Coen,
'Held' met bebloed blazoen"

 Een bordje met bovenstaande tekst zou niet misstaan naast of op zijn lege sokkel. Nog mooier zou een extra regel zijn: "Dit voormalige symbool van Nederlands imperialisme is verplaatst naar de kelder van het Westfries museum, een eindje verderop."

Ah, wishful thinking... Het zou betekenen dat de gemeente Hoorn haar bezoedelde koloniale erfenis eindelijk onder ogen zag en de voorkeur zou geven aan het streven naar een inclusieve, racismevrije samenleving, in plaats van aan het voortzetten van de nietsontziende goudhonger van de vermaledijde Jan Pieterszoon Coen (JP voor intimi). De gemeente zou de eer aan zichzelf kunnen houden door het beeld aan een museum te schenken. Hoorn zou hierin een voorbeeldfunctie kunnen vervullen voor Nederland, Europa en de wereld. 

Hoorn is echter dol op toerisme. Het maakt schijnbaar niets uit of er sinds de plaatsing van het (overigens spuuglelijke) standbeeld in 1893 tot op de dag van vandaag forse kritiek is. De felbegeerde euro's van de nietsvermoedende toerist hebben de prioriteit. Dat in 2012 geplaatste 'infobordje' helpt niet tegen de controverse, gezien de vele selfies die men er maakt, vrolijk poserend met de 'Slachter van Banda'. 'Arme' JP. Tot in de dood wordt hij nu geëxploiteerd door zijn stadsgenoten, zoals hij zijn medemens ooit exploiteerde. Karma, it is a bitch. In elk geval kan hij tenminste nog rekenen op een bloemetje van zijn fanclub. Als JP zou weten dat deze aangevoerd wordt door nota bene een Indo, zou hij hem waarschijnlijk een afranseling geven waarbij de geseling van Saartje Speckx spontaan zou verbleken. 

Minder leuk is het feit dat Indische leden van de JP-fanclub het licht zelfs na 400 jaar nog steeds niet hebben gezien en als slaafse schoothondjes achter hun  'populiste homéopathiquement dilué' aan keffen. Zodra het licht hun reebruine ogen bereikt, zou het hen sieren solidariteit te tonen met Molukkers, Papoea's en andere mede-nazaten van voormalig Nederlands-Indië - en andere (al dan niet voormalige) kolonies als Suriname en de Antillen. Trots zijn op je Nederlandse roots is prima, niks mis mee. Maar trots zijn op de wandaden van foute koloniale kopstukken is het openlijk verloochenen van je Indonesische roots, je geschiedenis en je Nederlands-Indische identiteit. Opkomen voor je (ontnomen!) rechten als Indische Nederlander is iets anders dan het schaamteloos flirten met ultra-rechts. Daarmee speel je je ex-kolonisator in de kaart in zijn verdeel-en-heers spelletje. Zoals de grootste vredesactivist sinds het begin van onze jaartelling ooit zei: "Vergeef hen, want zij weten niet wat zij doen." Of geef hen een fatsoenlijk geschiedenisboek.

Coen staat daar best een beetje sukkelig op zijn antieke sokkel controversieel te wezen. Hij heeft zijn 'beste' tijd reeds lang gehad. En dat geldt ook voor vergelijkbare stenen, bronzen en ijzeren piraten, koningen en koopmannen uit de meest schaamtevolle periode van de Europese geschiedenis. Wijlen George Floyd heeft onbewust een wereldwijde stem gegeven aan de onderdrukten. We zijn getuige van het schrijven van geschiedenis: van het massaal opstaan tegen racisme en kolonialisme, maar helaas ook van het zich krampachtig vastklampen aan de laatste koloniale strohalmen. Het is hoog tijd dat de koloniale geschiedenis van Nederland op een eerlijke wijze onderwezen wordt, met ruimte voor meerdere perspectieven, niet enkel die van de ex-kolonisator. Die is lang genoeg aan het woord geweest. 

Op de sokkel van JP Coen hoort een fris, nieuw standbeeld te staan dat past bij deze tijd. Een beeld dat symbool staat voor vrijheid, bevrijding van kolonialisme, voor erkenning van de verzwegen geschiedenis. 

"Hier stond ooit J.P. Coen,
'Held' met bebloed blazoen
Na ruim vier eeuwen slavernij
Is Nederland nu eind'lijk vrij"


©Anneke van de Casteele




zondag 24 mei 2020

De Pimpel Blues

Ik heb vandaag de Pimpel Blues. Gisteren hebben onze elf (!) Pimpelbaby's na drie weken hun nestkastje in onze tuin verlaten. We waren hun gekwetter zo gewend... Elke ochtend waren Pa en Ma Pimpel al voor dag en dauw in touw om alle hongerige snaveltjes te voeden. Gisteren vlogen ze uit, de wijde wereld in. Het was een voorrecht om getuige te mogen zijn van dit mini-wondertje. Met alle lof voor Pa en Ma Pimpel, die samen toch maar even een heel elftal hebben opgevoed!

© Anneke van de Casteele



maandag 4 mei 2020

Bevrijding

Als je maandenlang dagelijks overspoeld wordt door bevrijdingsspotjes, bevrijdingsjournaals en al dan niet gepimpte nationale saamhorigheidsliederen op tv en radio, terwijl er in je hart een andere oorlog woedt die stelselmatig door de media wordt genegeerd, dan gaat mijn bevrijdingsfakkel vanzelf uit. En dan schrijf je er een gedicht over.

Het einde van de Tweede Wereldoorlog was niet op 5 mei 1945, hoe vaak de media het ook als een mantra blijven herhalen. Aan de andere kant van het koninkrijk was het nog ruim drie maanden volop oorlog. En daarna ontketende Nederland er een volgende. Mijn gedoofde fakkel verkeert op 5 mei in het goede gezelschap van mijn uitgeschakelde tv. Ieder z'n feestje. 

©Anneke van de Casteele



maandag 9 maart 2020

Euforie (of nie)

Een essay over 75 jaar vrijheid

Het vrijheidsgeluid gonst al geruime tijd oorverdovend rond in vrijwel alle media. Je kunt er niet omheen. Zwart-wit beelden van met vlaggetjes wapperende, juichende mensen langs passerende tanks, foto's van breed lachende soldaten, blije bakvissen en verlegen kindersnoetjes. Het zijn beelden die getuigen van euforie na vijf jaar ellende. Ellende die voor Joden, Roma, Sinti, zieken, gehandicapten en bejaarden later aanzienlijk groter bleek te zijn. Het is ellende waarvan al die blije Hollandse gezichten op het moment dat ze op film werden vastgelegd nog geen weet hadden. Media, censuur en propaganda: a deadly combination, fake news avant la lettre. 

Grote afwezige in de media is tot nu toe de Tweede Wereldoorlog 'aan de overkant', die voormalig Nederlands-Indië in zijn greep hield. Media focussen voornamelijk op de dekolonisatieoorlog, maar die kwam toch echt pas nadat de capitulatie van Japan een feit was, waarmee officieel een einde aan de Tweede Wereldoorlog kwam. Oorlog is oorlog, of niet? Kunnen we als nazaten van de voormalige kolonie wel 'vrijheid' vieren?

De overkant
Van euforie was aan 'de overkant' van het koninkrijk, in Nederlands-Indië, geen sprake. In Zuidoost-Azië ging men nog gebukt onder Hitlers bondgenoot Japan. De datum 5 mei 1945 was niet anders dan die van de drie voorgaande jaren. Terwijl het bevrijdingsfeest in Nederland losbarstte, zaten landgenoten in Nederlands-Indië nog steeds gevangen in concentratiekampen, verspreid over de Indische archipel en de rest van Azië. Onder erbarmelijke omstandigheden moest men proberen ziekte en mishandeling te overleven. Was je erin geslaagd buiten de kampen te blijven, dan was je je leven ook niet zeker. Nee, euforie was niet aan de orde.

Ook niet toen Japan capituleerde op 15 augustus 1945. Twee dagen later proclameerde Soekarno onder druk van jonge onafhankelijkheidsstrijders de republiek Indonesië. Euforie? Ehm, nee, wel Bersiap! Een ware volkswoede brak uit die zich met name richtte op Indo's, Molukkers, Chinezen en andere etnische groepen. De bersiap mondde uit in slachtpartijen op duizenden mannen, vrouwen en kinderen. Deze gruwelijke periode is bij het gros van de Nederlanders onbekend. Het onderwijs laat qua koloniale geschiedenis helaas veel te wensen over. Het is dan ook hoog tijd dat het curriculum wordt aangepast. We kunnen ons beter op eerlijker onderwijs concentreren, in plaats van met elkaars egootjes en plein public te bakkeleien over vier voorbije eeuwen waar we toch niets meer aan kunnen veranderen zonder teletijdmachine. 

In het verlengde van de Tweede Wereldoorlog
De daaropvolgende jaren werden voorgoed getekend door de slachtoffers van de dekolonisatieoorlog - aan beide zijden, waarbij Nederlands militair ingrijpen uiteindelijk de meeste slachtoffers op het geweten had in een vergeefse poging om het winstgevende paradepaardje van de Nederlandse kolonies te behouden. Nederland boog uiteindelijk in 1949 voor de internationale druk, maar bleef een vinger in de rijstepap van Nieuw-Guinea houden tot 1962. Ook ver na de Tweede Wereldoorlog bleven het roerige, angstige tijden, met name voor degenen die zo lang mogelijk op hun geliefde geboortegrond trachtten te blijven. Dat laatste wordt nogal eens vergeten.

Vrijheid is relatief
Wat vrijheid is voor de één, is dat niet altijd voor de ander. Kolonialisme is nooit goed te praten. NOOIT, met hoofdletters. Het systeem was door en door rot, racistisch en wreed. Elk weldenkend mens die zich in de geschiedenis van de archipel verdiept, ziet dat. Niemand ontkent dat ook. Dat wil echter niet zeggen dat elk mens dat in zo'n systeem geboren werd automatisch ook rot was. Het is wel heel erg gemakkelijk en kortzichtig om iedereen over dezelfde koloniale kam te scheren. Je kunt niet bepalen in welk land of gezin je geboren wordt. Je kunt niet je eigen etniciteit bepalen. Het is daarom volslagen idioot om een hele bevolkingsgroep weg te zetten als hoofdschuldige aan het systeem of als verrader. De hoofdschuldigen van het koloniale systeem zetelden toch echt in het verre Nederland en in de Nederlandse toplaag van het Nederlands-Indisch gouvernement. Wat je zelf nog enigszins kunt bepalen is hoe je je opstelt binnen het systeem waarin je bent geboren en getogen, of liever: wat voor mens je in essentie bent. Niet elke Europese wieg in Indië bevatte een meedogenloze slavendrijver, net zo min als dat elk Indonesisch gezin een moedige vrijheidsstrijder voortbracht of dat elk Japans kind standaard een kampbeul werd.

Dit jaar staat in het teken van 75 jaar vrijheid: 1945 markeert het einde van de bezetting van het koninkrijk. We vieren het einde van de Tweede Wereldoorlog, hoewel de media tot nu toe nauwelijks oog hebben voor de Japanse bezetting van Nederlands-Indië. De nadruk ligt op de bezetting van Nederland door de Duitsers. We zijn het gewend. En als een verdwaalde krant of talkshow er onverhoopt aandacht aan besteedt, wordt er verontschuldigend en vanuit een politiek correcte mea culpa drang van alles bijgehaald dat afleidt van die Tweede Wereldoorlog: van VOC tot Tempo doeloe. Het past bij de beginnersfout van met name derde generatie Indo's (en een handjevol van de tweede) die op zoek gaan naar hun roots of zich er in verdiepen, zich dan een hoedje schrikken van de inktzwarte koloniale geschiedenis en die vervolgens een standpunt zoeken waarmee ze zich veilig aan de 'goede' kant van de geschiedenis willen profileren. Sommigen slaan daar volledig in door. Het kiezen van één kant betekent vaak dat alleen die kant goed is en de andere kant wordt aangevallen. Iedereen wil hetzelfde wiel tot vervelens toe opnieuw uitvinden. Het zet geen zoden aan de dijk. Er zitten altijd meerdere kanten aan een verhaal. Dat heet nuance.

'Niet elke Europese wieg in Indië bevatte een meedogenloze slavendrijver, net zo min als dat elk Indonesisch gezin een moedige vrijheidsstrijder voortbracht of dat elk Japans kind standaard een kampbeul werd.' 

Indisch
Wie zich beperkt tot één kant van de geschiedenis, heeft een eenzijdig beeld ervan en doet zichzelf tekort. Je gaat daarmee voorbij aan je eigen geschiedenis en die van de mensen die jou hebben voortgebracht, Europees én Indonesisch. Dat er Indo's zijn die zichzelf niet 'Indisch' willen noemen omdat die term 'koloniaal' zou zijn, is treurig. De oorsprong kan stammen uit een koloniaal verleden waarmee je niet geassocieerd wilt worden. Dat betekent echter niet dat door het mijden van de term 'Indisch' het koloniale deel van je geschiedenis er ineens niet meer is. Door eenzijdig naar de geschiedenis te kijken, zet je jezelf bij voorbaat buitenspel.

Je bent in de eerste plaats natuurlijk gewoon mens, aardbewoner. 'Indisch' is een toegevoegde waarde. Het betekent niet dat je het racistische koloniale systeem van toen niet afkeurt, integendeel. Het getuigt van zelfrespect. Respect voor je afkomst, voor de vechters die ervoor gezorgd hebben dat jij bestaat. 'Indisch' is juist iets om trots op te zijn. Het zegt in een notendop dat je afstamt van moedige vrouwen en mannen die de zwaarst denkbare tegenslagen hebben doorstaan. Het zijn onze (voor)ouders die zich staande moesten houden in een wereld van racisme en apartheid. Het zijn de mensen die Jappenkampen al dan niet hebben overleefd, die eigenlijk twee opeenvolgende oorlogen hebben doorstaan, om vervolgens hier in Nederland 75 jaar lang de underdog te zijn. Het zijn sterke mensen geweest, generatie op generatie. Als er dan toch zo nodig een labeltje op moet, dan draag ik het met trots en respect.

Oorlog, handelsgeest en media
Het eindeloos uitvinden van het wiel in de media leidt af van waar het dit jaar om gaat. En dat komt de Staat prima uit, want de zorgvuldig gevulde doofpotjes waar 'Indisch rechtsherstel' op staat, hoeven dan niet open. De Japanse bezetting wordt door nota bene Indo's zelf naar de achtergrond verdrongen als ze in de media eindelijk even een podium krijgen, terwijl Nederland juist een chronisch gebrek aan kennis hierover heeft (niet in de laatste plaats dankzij het onderwijs). Onwetende kijkers en lezers blijven achter met een totaal vertekend beeld. Die hele kolonialisme discussie is bijvoorbeeld in 2002 ook al uitgebreid gevoerd, toen 400 jaar VOC werd herdacht. Maar ook in 1995, toen 50 jaar vrijheid c.q. Indonesische onafhankelijkheid werd herdacht. En net als in 1860 toen Multatuli wakker werd. Het is prima om niet in slaap te dommelen en om een en ander nogmaals onder de loep te nemen, maar het gaat dit jaar voornamelijk over een ander onderwerp.

Speel de media niet in de kaart om de aandacht af te leiden van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië en het daaruit voortvloeiende uitgebleven rechtsherstel van de Indische gemeenschap*. Het afleiden van het oorlogsleed van de Japanse bezetting is een vrijbrief voor de Staat om haar verantwoordelijkheid te blijven ontlopen - en niet te hoeven uitbetalen wat zij de Indische gemeenschap al 75 jaar schuldig is. Ook daarom is het woord 'Indisch' belangrijk. 

Hoe dan met Japan?
Focus op de Tweede Wereldoorlog, als je durft. Heb liever eindelijk eens het lef om in het kader van 75 jaar vrijheid écht over de oorlog in de Oost, die bij de rest van Nederland volslagen onbekend is, te praten. Bespreek de gruwelen van de Jappenkampen, benoem het Japanse systeem van dwangprostitutie eens of kaart het hardnekkig blijven ontkennen door Japan van haar oorlogsmisdaden aan. Laat lezers en kijkers voor eens en voor altijd weten hoe de oorlog dáár is geweest.  Zodat we de betekenis van 15 augustus niet tot in den treure hoeven uit te leggen.

Heb het er liever eens over hoe voor Nederland de handelsrelatie met Japan al 75 jaar prevaleert boven het oorlogsleed van de Indische gemeenschap, met als meest recent voorbeeld de schaamteloze verkoop van het Nederlandse Eneco aan Mitsubishi, het Japanse bedrijf dat ook Nederlandse krijgsgevangenen slavenarbeid liet verrichten. Excuses worden een voorzichtige, vrijblijvende suggestie voor de Japanse multinational in plaats van de verkoopvoorwaarde die het eigenlijk had moeten zijn. Compensatie is niet eens in beeld. Zonder de protesten uit Indische hoek was er niet eens een voorzichtige suggestie geweest.

Alles voor de handel. Als de Olympische Spelen straks in Tokio van start gaan, roepen we allemaal vrolijk dat sport verbroedert en vergeten we voor het gemak even hoeveel miljard dat evenement voor alle betrokken partijen oplevert (naast een imago boost voor het gastland). 

We sluiten dan ook meteen maar de ogen voor de controversiële Japanse 'Rijzende zon' vlag die straks ondanks alle kritiek gehesen gaat worden. Van 1870 tot 1954 was dit de officiële vlag van het keizerlijke Japanse leger. Tegenwoordig is het de favoriete vlag van ultrarechts Japan. De vlag staat symbool voor het oorlogsleed dat Japan miljoenen mensen heeft berokkend. Maar het gaat om de sport, hoor, vooral niet om geld of politiek.

Indonesië
Een handelsrelatie bestaat ook met Indonesië. Wie durft tijdens een staatsbezoek annex handelsmissie in Indonesië te informeren naar de verdwenen scheepswrakken van de Slag in de Javazee? Dat zijn officieel Nederlandse oorlogsgraven die een volgens internationaal recht beschermde status genieten. Maar ze zijn wél weg, illegaal geborgen en verkocht als oud schroot. De Indonesische autoriteiten verleenden bergingsvergunningen die ze officieel niet mochten geven. Handelspartner Indonesië gaat het niet leuk vinden als je haar daarover aan de tand voelt. En dat willen we niet. Vermijd dus ook vooral de woorden 'bersiap', 'RMS' en 'Papua', want dat schaadt ongetwijfeld de handelsrelatie (of het geïdealiseerde beeld van het land Indonesië dat sommigen verwarren met het regime, maar dit terzijde).

Blinde vlek
Zo zijn er verschillende kwesties die na de oorlog nooit naar behoren zijn opgelost. De grote blinde vlek in discussies is steeds de onaantastbare handelsgeest van Nederland, die nog steeds rondspookt om de kinderen en kleinkinderen van de voormalige kolonie tegen elkaar uit te spelen. En hoe 'woke' je ook pretendeert te zijn, zoals dat tegenwoordig zo trendy heet, je trapt er keihard in zodra je je eigen afkomst aan de wilgen hangt. Of je het leuk vindt of niet, we hebben allemaal ook Nederlandse of andere Europese voorouders. En de lachende derde die toekijkt hoe verdeeld de Indische gemeenschap is? Juist. 

'De onaantastbare handelsgeest van Nederland spookt nog steeds rond om de kinderen en kleinkinderen van de voormalige kolonie tegen elkaar uit te spelen.'

Ieder z'n feestje
Onze families kenden geen euforie van een bevrijdingsfeest, maar rolden van de ene ellende in een andere. En 15 augustus dan, de dag dat de Japanse bezetter capituleerde, is dat dan geen reden voor een Indisch bevrijdingsfeest? Nou, voor 'ons' is dat meer een dodenherdenking, geen feest. In Indonesië vieren ze hun onafhankelijkheid op 17 augustus. Terechte euforie. Ik gun ieder z'n feestje ook al is het niet het mijne, zowel Nederland als Indonesië. Maar ik hoef er niet zo nodig bij te zijn, dat is ook vrijheid. 

Nederland heeft 75 jaar lang de openstaande schuld aan de Indische gemeenschap genegeerd, waardoor er ook in 2020 niet écht vrijheid gevierd kan worden door Indisch Nederland. Geen excuses, geen rechtsherstel, geen compensatie voor oorlogsschade, enkel 75 jaar struisvogelpolitiek van opeenvolgende kabinetten, met het heilige winstoogmerk nog immer hoog in het vaandel. Want stel je voor dat de Staat daadwerkelijk alles waar die Indo's recht op hebben zou moeten terugbetalen... Poeh poeh, dat zou een aardige duit gaan kosten. Dat kunnen we niet hebben. Dan maar hier en daar in het kader van 'collectieve erkenning' een afkoopsommetje uitdelen, liefst met een irreële peildatum, dat is goedkoper. En verder elke kwestie doodzwijgen. Je komt er tenslotte minstens 75 jaar mee weg. Tel uit je winst.

Vrijheid
De nasleep van de Tweede Wereldoorlog is voor een groot deel van de Indische gemeenschap nog altijd pijnlijk voelbaar. Juist in 2020, waarin 5 mei het stralende middelpunt is en 15 augustus enkel betekenis heeft voor degenen met roots in het voormalig Nederlands-Indië. Zolang de Indische en Molukse kwestie niet wordt opgelost, rest velen dit jaar slechts het gedenken van 75 jaar voortdurende krijgsgevangenschap van ouders en grootouders. 'Vrijheid vieren' blijft dan voor ons 'herdenken'. 

©Anneke van de Casteele



*Indische gemeenschap omvat alle etniciteiten die in de voormalige kolonie aanwezig waren, dus niet alleen Indo's, maar ook Molukkers, Chinezen, Papoea's, Menadonezen, Toegoenezen en vele anderen.

Sigajang Laleng Lipa (ook wel Sitobo Lalang Lipa), Buginees ritueel gevecht uit Zuid-Sulawesi. Beide strijders worden in één sarong gehuld, waarbij een gevecht op leven en dood volgt. Het is het laatste redmiddel om een conflict op te lossen. De uitkomst is allesbepalend: één van beiden kan het overleven, of allebei. De kans bestaat ook dat beide strijders sterven. Na het duel wordt het conflict 'gearchiveerd' en behoort het voorgoed tot het verleden: men mag dus ook geen wrok koesteren. De sarong is een symbool van eenheid in de Bugis cultuur. De essentie in dit rituele gevecht is zelfrespect. Als men geen zelfrespect heeft, wordt men niet als mens beschouwd. Zelfrespect is belangrijker dan het leven zelf.

zondag 11 augustus 2019

Een Indische schaduw

Herinneren
Als augustus aanbreekt, dienen zich automatisch allerlei herinneringen aan. Eigenlijk doen ze dat altijd wel, maar in augustus is het altijd erg druk in mijn hoofd. Het is natuurlijk ook een maand vol herdenkingen, tenminste, als je iets met Indië hebt. De hoofdrolspelers in de herinneringen die deze maand bij mij oproept zijn veelal familieleden, mensen die ik gekend heb en die indruk op mij hebben gemaakt. Zo dwaalden vandaag mijn gedachten af naar een man die ik nog altijd mis. In één seconde was ik terug in Den Haag, een jaar of twintig geleden.

Het was druk bij de tramhalte. Mijn oom bracht mij na vrijwel elk bezoek, zoals het een echte Indische gentleman betaamt, netjes naar Den Haag Centraal. 
'Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn.'
Ik had geen bezwaar tegen mijn struise bodyguard. Ondanks zijn hoge leeftijd en zijn wat moeizame tred was mijn vaders oudste broer nog altijd een verschijning die met zijn rijzige gestalte vanzelf respect afdwong. Hij was voor de duvel niet bang en al helemaal niet voor luidruchtige trampassagiers of opgeschoten gespuis. 

De paar met graffiti bekladde bankjes in het wachthokje waren al bezet toen we ons bij de wachtenden voegden. Een jonge man vouwde zijn krant op en bood mijn oom beleefd zijn zitplaats aan. 'Wilt u zitten, meneer?'
Een paar oude Indische ogen die in al die jaren al meer hadden gezien dan menigeen lief zou zijn, keken de man resoluut aan. 
'Nee dank u, meneer. Ik heb al drie jaar gezeten. In Japan.'
Hetzelfde ritueel herhaalde zich nadien in de tram meestal nog een keer of twee. Mijn oom bleef staan. Ook in de tram. Hij hield zich dan extra stevig vast en staarde strak naar buiten. Naar wat zich werkelijk zoal voor zijn ogen voltrok, kon ik toen slechts gissen. 

Zo ging het altijd. En altijd weer liet hij de goedbedoelende reizigers verbouwereerd achter. Zij begrepen de oude Indischman niet en dachten vast dat hij maar wat kletste. Als Indisch kind begreep ik uiteraard dat hij doelde op de oorlog. Maar het zou nog jaren duren voordat het écht bij mij binnenkwam. Ik heb het geweten.

Het 'Indisch zwijgen' was ook mijn oom niet geheel vreemd. Pas op hoge leeftijd liet hij zich soms het een en ander ontvallen over zijn oorlogstijd in Japanse krijgsgevangenschap. Dat gebeurde vaak op de meest onverwachte momenten, meestal als hij even rustig op een bankje zat in Kijkduin of tijdens het oppeuzelen van zijn Indische maaltijd. Dan scheen hij plots een flashback te krijgen die hem zodanig leek te kwellen dat die er per se uit moest. Pas dan had hij de spoken uit het verleden bedwongen en kon hij weer zijn oude vrolijke zelf zijn. 

Zo floepte er tijdens een etentje waarbij het gesprek over Hollandse koetjes en kalfjes ging, er ineens uit dat hij 'daar' was toen 'de bom' viel. Flarden van gruwelijke herinneringen aan de meest wrede uitvinding in de geschiedenis van de mens overspoelden de eettafel, om vervolgens weer voor onbepaalde tijd weg te ebben, plaats makend voor lemper en stilzwijgen.

Mijn oom was een bijzonder mens. Hij was een hibakusha, het Japanse woord voor slachtoffer of overlevende van de Amerikaanse atoombommen. De schaduw van Hiroshima heeft hem noch mij echter nooit meer verlaten. Ook al is hij mij reeds jaren geleden ontvallen, zijn no-nonsense spirit, humor en veerkracht leven voort.

Vele jaren later had ik het voorrecht om nog zo'n bijzonder mens te leren kennen. Ik werd gevraagd om een gedicht uit het Engels te vertalen ter gelegenheid van een herdenking voor de slachtoffers van de atoombom op Nagasaki. De schrijver van het gedicht, Rudi Hoenson (96) is eveneens een hibakusha. Hij overleefde de atoombom van Nagasaki, waar hij drie jaar als krijgsgevangene dwangarbeid moest verrichten op de scheepswerven van Mitsubishi. Het kamp waar hij geïnterneerd was, Fukuoka 14, bevond zich midden in het rampgebied. Wat daar gebeurd is op 9 augustus 1945, drie dagen nadat de eerste atoombom, 'Little Boy' Hiroshima verwoestte, is onmenselijk gruwelijk. Dat er buiten de Japanse slachtoffers ook geallieerde krijgsgevangenen slachtoffer werden van de twee atoombommen, wordt helaas maar al te vaak vergeten. De tweede atoombom, 'Fat Man', tekende Nagasaki én Rudi voor het leven, zoals Hiroshima dat van mijn oom heeft getekend. Wij kunnen ons de verschrikkingen die zij hebben doorstaan niet of nauwelijks voorstellen, al doen we nog zo ons best.

Herdenken
Indische ogen vertellen wat de mond niet zeggen kan. Veel oorlogsslachtoffers krijgen op latere leeftijd opnieuw te maken met hun oorlogstrauma's. Nachtmerries, angsten en depressies eisen alsnog meedogenloos hun tol - met rente. Verwerking van trauma's is voor ieder mens anders, elk mens is immers een individu. Mijn oom verwerkte zijn trauma's in stilte, tot hij niet langer kon zwijgen. Vrijwel niemand wist van zijn doorstane pijn en ellende. Voor Rudi betekende het schrijven van een gedicht verwerking en tevens vestigt hij er de aandacht mee op de geallieerde slachtoffers van Nagasaki. Door over zijn ervaringen te vertellen geeft hij zijn verhaal en dat van zijn mede-krijgsgevangenen door aan de volgende generaties.

Ik ben er van overtuigd dat herdenken vaak rust kan geven en op een positieve manier kan bijdragen tot verwerking van oorlogstrauma's. Herdenken is daarnaast onmisbaar voor de historische overdracht, met name als het gaat om de kennis van ons Indisch verleden. Want daarmee is het bedroevend slecht gesteld. Daar durf ik gerust een weddenschap tegenaan te gooien. 

In mijn directe omgeving heb ik het afgelopen jaar iedereen enigszins gepolst over de bij hen aanwezige kennis van het Indische deel van onze geschiedenis. Of liever, de afwezigheid ervan. Een kop thee en een goed gesprek zijn daarbij een goede combinatie gebleken. Er is echt geen riant gesubsidieerd onderzoek voor nodig om te peilen waar de schoen wringt. Zo was 'Hiroshima' wel bekend, maar de aanleiding voor de atoombom niet en 'Nagasaki' riep al helemaal geen herkenning op. Wat mij nog het meest opviel was dat niemand (!) wist wat er op 15 augustus herdacht wordt. Zeer pijnlijk. 'Nederlands-Indië een voormalige kolonie? Nooit geweten.' 

Dat onderwijs de grote boosdoener is behoeft geen verdere uitleg. De mensen met wie ik heb gesproken brachten dat zelf ook steeds naar voren. De media zouden overigens ook best een opfriscursus kunnen gebruiken, sowieso als het om herdenken gaat. Jaarlijks zien we bijvoorbeeld wel Hiroshima voorbijkomen, maar voor Nagasaki is nauwelijks tot geen aandacht,. Ook dit jaar bleef het stil in de Nederlandse media. Nagasaki wordt meestal in één adem genoemd met Hiroshima and that's it (enkele uitzonderingen uit het verleden daargelaten). Over de geallieerde slachtoffers van beide atoombommen wordt eveneens gezwegen. Ik vind dat buitengewoon onacceptabel. 

Schaduwen
Zoals Nagasaki in de donkere schaduw van Hiroshima wordt geduwd, verdwijnt 15 augustus achter de coulissen van 5 mei. Op 15 augustus gaat het leven in Nederland gewoon door, terwijl wij allen wel dienen stil te staan bij (4 en) 5 mei. Dat laatste is natuurlijk niet het issue hier, integendeel. Het gaat mij er juist om dat 15 augustus voor heel Nederland een speciale herdenkingsdag wordt, niet enkel voor degenen die 'iets met Indië hebben'. En dat mag ook best na bijna 75 jaar. Al was het alleen maar uit respect voor wat de slachtoffers van de Japanse bezetting hebben moeten doorstaan. 

Gelukkig zijn er heel veel lokale herdenkingen in het land, maar het herdenken beperkt zich grotendeels tot direct betrokkenen. En ja, er is een TV-uitzending, maar de media-aandacht is nog steeds Klein Duimpje vergeleken bij de reuzen van 4 en 5 mei. Gooi die BV Nederland nu eens gewoon dicht op 15 augustus, voor mijn part ook eens in de vijf jaar, net als bij 5 mei. Begin er maar in 2020 mee, als het 75 jaar geleden is dat er 'officieel een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog voor het Koninkrijk der Nederlanden'. Wordt het niet eens tijd dat het Indisch verleden uit de schaduw van dit Koninkrijk treedt? 

Als je de herdenking presenteert als 'Nationale herdenking 15 augustus 1945', zorg er dan ook potdorie voor dat het een echte nationale herdenking wordt, voor elke Nederlander, ongeacht afkomst. Anders staat het woord 'nationale' daar gewoon maar wat te staan en wordt de melati gewoon zomaar een leuk bloempje.

©Anneke van de Casteele



dinsdag 14 augustus 2018

vrijdag 2 februari 2018

De Groninger is de nieuwe Indo

Indo's en Groningers hebben meer met elkaar gemeen dan je op het eerste gezicht zou denken. Het zijn dappere mensen, doorzetters. Ze houden van gezelligheid en ze helpen elkaar als dat nodig is. Het Nederlands staatsburgerschap? Ja, dat hebben ze ook gemeen. Maar de grootste overeenkomst is misschien wel dat beiden bedonderd zijn door de overheid. Jarenlang.

Het zal niemand zijn ontgaan dat er heel wat aan de hand is in onze prachtige noordelijke provincie. Al jaren beeft Groningen op haar grondvesten. Moeder Aarde protesteert hevig tegen de gaswinning. Sinds 1960 verdiende de Staat zo'n 265 miljard euro aan de Groninger gasbel, zo berekende de Algemene Rekenkamer. Het zijn bedragen waar je hebberig van wordt, dat begrijp ik best. Maar dat het ten koste gaat van de veiligheid van zoveel burgers, gaat zelfs mij te ver. Terwijl de Groninger geen oog meer dicht doet, slaapt Den Haag er geen nacht minder om. Het zal voor een Indo geen nieuws zijn.

De zoveelste aardbeving en de steeds luider wordende stem uit het noorden des lands lijken de nachtrust van de betrokken partijen enigszins te hebben verstoord. Zenuwachtig wordt gezocht naar een afleidingsmanoeuvre, een 'schadeprotocol'. Het is een soort gebaar, een 'collectieve erkenning' van Gronings leed en schade. De Koninklijke Shell, een van de partners in crime, trachtte onlangs nog even eieren voor haar gas te kiezen, maar uiteindelijk zal ook zij haar goedgevulde beurs moeten trekken.

Tot nu toe werd de NAM (Nederlandse Aardolie Maatschappij) als hoofdrolspeler in het verhaal gezien en bleef de Staat zoveel mogelijk buiten schot. Sijbrand Nijhoff, een boer uit Zijldijk, maakte echter onlangs geheime documenten openbaar over de gasdeal uit 1963, wat de rol van de Staat in een ander daglicht zette. Het document is nu in handen van het Dagblad van het Noorden. De Staat mag dan al die jaren haar handen in onschuld hebben gewassen, die Nederlandse aardolie krijg je er niet zomaar af.


Het document is altijd geheim gebleven tot Sijbrand Nijhoff en zijn advocaat het openbaar maakten. DVHN: "Tweede Kamerleden vragen de minister er al jaren om, journalisten en burgers zijn er al tijden naarstig naar op zoek. (...) Antwoorden bleven tot dusver uit. Wob-verzoeken werden steevast afgewezen, verzoeken van Kamerleden werden niet gehonoreerd." Het is het spreekwoordelijke kluitje in het riet dat de Indische gemeenschap ook niet geheel onbekend zal voorkomen.

"De Overeenkomst van Samenwerking is ondertekend door de Staatsmijnen, de Bataafse Petroleum Maatschappij (voorloper van Shell), de Standard Oil Company (voorloper van Exxon), de Nederlandse Aardolie Maatschappij en minister De Pous van Economische Zaken." 

OK, maar wat heeft dat met Indo's te maken, hoor ik je al denken. Veel. Het gaat niet om gaswinning, aardbevingen of om de plaats waar je wiegje stond, het gaat om politiek. Het gaat om gekonkel en winstbejag ten koste van mensen, van Nederlandse burgers. Het gaat om het jarenlang negeren van een grote gedupeerde bevolkingsgroep. Het is een patroon. 

Boer Nijhoff: "Groningers worden al zo lang door de overheid om de tuin geleid. Rekken, traineren en geen daden, dat is steeds het verhaal. (...) Zo onbetrouwbaar als de overheid is, daar kan ik niet tegen. Daarom heb ik die geheime stukken openbaar gemaakt. Zo kan iedereen zelf zien wat er speelt.” (DVHN, 1 februari 2018)

Wie de parallellen tussen de Indische en Groningse zaak nog steeds niet ziet, doet er goed aan om zich te verdiepen in bijvoorbeeld de backpaykwestie, of: hoe de Staat met listige trucs en advocaten haar burgers uit voormalig Nederlands-Indië heeft ontrecht om hen zo geen cent te hoeven betalen. Het gaat om miljarden. De backpaykwestie is slechts één onderdeel van een enorme openstaande Indische rekening: 'Miljardenschuld aan Indische gemeenschap weggemoffeld' (AD, 1 december 2017)

Groningers protesteren massaal. Ook al is Den Haag Oost-Indisch doof, Nederland kan niet meer om hen heen. Misschien wordt het tijd om het Indische protest eens van dat lage pitje af te halen. Van decennialang door blijven sudderen is immers nog geen enkele boemboe beter geworden.

©Anneke van de Casteele


zondag 14 januari 2018

Het laatste Indische avondmaal

Je moet er toch niet aan denken dat je je geliefde bordje nasi goreng moet missen? En dat je voortaan met een bord aardappelen met andijvie op schoot op de bank naar De Wereld Draait Door zou moeten kijken? Welk een gruwel! Hou op, schei uit. Nee, we mogen ons dan wel 'geruisloos hebben aangepast' in Nederland, maar onze nasi blijft onaantastbaar Indisch erfgoed en dat houden we in ere. Maar zappen naar een TV-programma waarin we wél iets terugvinden van dat erfgoed kunnen we altijd. Tenminste, dat zou leuk zijn.

Diversiteit
Er zijn best weinig Indo's of Molukkers op TV. Papua's, Chinezen of mensen met een andere etnische achtergrond uit de Oost ook niet. Hoe kan dat nou, met de circa 1,7 miljoen Nederlanders wiens roots in het voormalig Nederlands-Indië liggen? Ze zijn er wel, maar we zien ze niet vaak aan tafel bij populaire praatprogramma's. Als dit wel het geval zou zijn, zou televisie-minnend Nederland dan misschien iets meer kennis hebben van onze gezamenlijke koloniale geschiedenis? Misschien zou de kijker zich eerder afvragen waarom hij er vroeger nooit veel op school over heeft gehoord. Of zelfs, in het gunstigste geval, zou men wat meer begrip krijgen voor landgenoten met een andere etnische achtergrond. Het blijft koffiedik kijken. Feit blijft dat er weinig diversiteit te zien is op onze kijkkast, zowel qua presentatoren en gasten als qua topics.

Blinde vlek
Het collectief geheugen van Nederland worstelt met chronische selectiviteit. We willen graag politiek correct zijn, maar we bekennen liever geen kleur. We reizen de hele wereld af naar verre exotische oorden voor een leuk TV-programma, maar we laten de Indische en Molukse geschiedenis in ons eigen land links liggen. We horen of zien zelden mensen uit Indische of Molukse hoek die in veelbekeken prime time-programma's actualiteiten aankaarten. De nog immer etterende wond die in 'onze kringen' bekend is als de backpaykwestie is daar een voorbeeld van. En nu toute Hollande het over 'Me Too' heeft, kunnen we het dan eindelijk eens hebben over de massale uitbuiting van vrouwen door de Japanse bezetter in Nederlands-Indië, de 'troostmeisjes'? Het zijn slechts twee van de vele onopgeloste kwesties die nog steeds actueel zijn, maar die nauwelijks tot geen media-aandacht krijgen. We zijn wel geïnteresseerd in de Paradise Papers, maar wordt het niet eens tijd voor de 'Gordel van Smaragd Papers'? 

De media hebben een blinde vlek als het gaat om het eigen koloniale verleden. Ja, OK, de Gouden Eeuw ligt ver achter ons en is misschien niet zo hip of trendy. Prima. Maar dat Nederland anno 2018 nog steeds weigert om haar eigen staatsburgers of diens erfgenamen de achterstallige soldij uit te betalen over de periode van 3,5 jaar in Japanse krijgsgevangenschap, is een actueel onderwerp dat zowel de nationale als internationale pers had moeten oppikken. Blinde vlekken zijn  blijkbaar hardnekkig.

Er leven haast geen mensen meer
De eerste generatie is al vrijwel weggevaagd door de tand des tijds. Van de 82.000 oorspronkelijke rechthebbenden op de backpay bijvoorbeeld, rest ons nog circa 600 man. En let's face it: de tweede generatie begint ook al aardig uit te dunnen. Nog even en er is niemand meer die nog weet hoe de vork in de steel zat. Wim Kan zei het al over de Birmaspoorweg: 'Er leven haast geen mensen meer die het kunnen navertellen.' Ook daarom is media-aandacht van groot belang.

Onderzoeksjournalist Griselda Molemans gaf onlangs een lezing over de 'Indische repatriëring: feit of propaganda'. Dat aanpassen van de ontheemde gezinnen uit de voormalige kolonie verliep allesbehalve geruisloos. Aan de Indische gemeenschap is door de Staat grof geld verdiend door de jaren heen. En het onrecht duurt nog steeds voort, getuige de laatste actualiteiten. Maar wederom geen aandacht van de prime time praatprogramma's of actualiteitenrubrieken. Dat zappen naar meer diversiteit is nog niet zo gemakkelijk als het lijkt.

Da Vinci
Schrijver Dan Brown verhaalde in zijn bestseller 'The Da Vinci code' ook over blinde vlekken. Men schijnt wel te kunnen 'kijken' naar iets, zonder vaak daadwerkelijk te 'zien' wat er is. Het heeft te maken met ons referentiekader, onze kennis van de wereld om ons heen of met datgene wat ons met de paplepel over die wereld is ingegoten. Brown laat dat zien aan de hand van Leonardo Da Vinci's beroemde muurschildering 'Het Laatste Avondmaal' (1495-1498) in het Santa Maria delle Grazie, een dominicaner klooster in Milaan. 

We kunnen het verhaal in Brown's boek naar het schimmige rijk der fabelen verwijzen of niet, dat is een keuze. Het blijft echter curieus dat hele volksstammen eeuwenlang de vrouwelijk ogende 'apostel' (voor de kijkers links) aan tafel bij onze lieve Heer niet hebben gezien als mogelijk Maria Magdalena, Jezus' vermoedelijke echtgenote. Ook hier geldt: er leven geen mensen meer, die het kunnen navertellen. Wat we wel zouden kunnen doen, is met de moderne technieken die ons ter beschikking staan onderzoeken of er in de loop der eeuwen niet toevallig een '13e apostel' is weggemoffeld van de muurschildering, zodat het plaatje weer klopt. Weggemoffeld, net als het laatste Indische avondmaal van 5,7 miljard euro.

©Anneke van de Casteele



zaterdag 9 december 2017

KERST-MIS

Een gedichtje voor iedereen die iemand mist, vooral in deze tijd van het jaar.

Ik wens iedereen een liefdevolle kerst toe en alle goeds voor 2018.

Liefde & licht,
💕 💋Anneke

Klik om te vergroten